40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Rotterdam 2020, domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur | BWBR0043837 | ministeriele-regeling | geldend | 2020-07-09 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0043837 | Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Rotterdam 2020, domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur |
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Rotterdam 2020, domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen, werkzaam in de functie van Handhaver (milieu) in dienst van de afdeling Toezicht en Handhaving van Stadsbeheer van de gemeente Rotterdam, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 3
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur, zoals opgenomen in de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.
Artikel 4
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 45 personen als buitengewoonopsporingsambtenaar worden beëdigd.
Artikel 5
1. Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het Functioneel Parket.
2. Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluitbuitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
Artikel 6
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van handboeien.
Artikel 7
1.
De gemeente Rotterdam brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:
a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoonopsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister voor Rechtsbescherming goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2. Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 9 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.
Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.
Artikel 9
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Gemeente Rotterdam, cluster Stadsbeheer, afdeling Toezicht en Handhaving Domein II 2015 van 25 juni 2015, kenmerk BOACAT2015/023, zal vervallen op 9 juli 2020.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 9 juli 2020 en vervalt met ingang van 9 juli 2025.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Rotterdam 2020, domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur.