rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-inspectoraat-generaal-vrom-2003/BWBR0015283
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectoraat-Generaal VROM 2003 BWBR0015283 ministeriele-regeling geldend 2003-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015283 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectoraat-Generaal VROM 2003

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectoraat-Generaal VROM 2003

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *buitengewoon opsporingsambtenaar:* de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;

b. b.

    *Inspectoraat-Generaal VROM:* het Inspectoraat-Generaal van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Artikel 2

Als buitengewoon opsporingsambtenaar worden aangewezen toezichthoudende ambtenaren van het Inspectoraat-Generaal VROM, die over een ontheffing als bedoeld in artikel 6, eerste lid, beschikken, en die door de inspecteur-generaal van het Inspectoraat-Generaal VROM mede met het opsporen van strafbare feiten zijn belast.

Artikel 3

1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van strafbare feiten bij overtredingen van:

a. a. de in de artikel 1 van de Wet op de economische delicten genoemde bepalingen van de volgende wetten:

          Warenwet
        
      
      
        
          Wet explosieven voor civiel gebruik
        
      
      
        
          Woningwet;
  • Warenwet

  • Wet explosieven voor civiel gebruik

  • Woningwet; b. b. de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten genoemde bepalingen van de volgende wetten:

           Bestrijdingsmiddelenwet
    
    
    
            Destructiewet
    
    
    
    
            Kernenergiewet
    
    
    
    
            Ontgrondingenwet
    
    
    
    
            Wet bodembescherming
    
    
    
    
            Wet geluidhinder
    
    
    
    
            Wet inzake de luchtverontreiniging
    
    
    
    
            Wet milieubeheer
    
    
    
    
            Wet milieugevaarlijke stoffen
    
    
    
    
            Wet op de Ruimtelijke Ordening
    
    
    
    
            Wet verontreiniging oppervlaktewateren
    
    
    
    
            Wet verontreiniging zeewater
    
    
    
    
            Wet vervoer gevaarlijke stoffen
    
    
    
    
            Wet voorkoming verontreiniging door schepen;
    
  • Bestrijdingsmiddelenwet

  • Destructiewet

  • Kernenergiewet

  • Ontgrondingenwet

  • Wet bodembescherming

  • Wet geluidhinder

  • Wet inzake de luchtverontreiniging

  • Wet milieubeheer

  • Wet milieugevaarlijke stoffen

  • Wet op de Ruimtelijke Ordening

  • Wet verontreiniging oppervlaktewateren

  • Wet verontreiniging zeewater

  • Wet vervoer gevaarlijke stoffen

  • Wet voorkoming verontreiniging door schepen; c. c. de in artikel 23a van de Wet op de economische delicten genoemde bepalingen van de volgende wetten:

            Kernenergiewet
    
    
    
    
            Wet inzake de luchtverontreiniging;
    
  • Kernenergiewet

  • Wet inzake de luchtverontreiniging; d. d. de delicten, strafbaar gesteld in de artikelen 170, 171, 172, 173, 173a, 173b, 177 en 177a , 179, 180, 181, 182, 184, 225, 227, 227a en 227b, 266, 267, 328ter, 359, 360, 361, 362, 363, 365, 366, 435, vierde lid, 437, 437quater, 447c, 447d, 462 en 463 van het Wetboek van Strafrecht; e. e.

        artikel 84 van de Huisvestingswet;
    

f. f.

      artikel 62 van de Waterleidingwet;

g. g. artikel 23 van de Wet hygiëne en veiligheid bad- en zweminrichtingen; h. h.

      artikel 38 van de Wet op de openluchtrecreatie;

i. i.

      artikelen 46, 47 en 48 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing;

j. j.

      artikelen 105a, 106, 107, 108, 109 en 110, eerste lid, van de Woningwet;

k. k. de delicten tegen opsporingsambtenaren, strafbaar gesteld in de artikelen 177, 177a, 180, 181, 182, 184, 225, 227, 227a, 227b, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht; l. l. het delict tegen opsporingsambtenaren, strafbaar gesteld in artikel 26 van de Wet op de economische delicten.

2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.

Artikel 4

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Den Haag.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de politieregio Haaglanden.

Artikel 5

De inspecteur-generaal van het Inspectoraat-Generaal VROM brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het Inspectoraat-Generaal VROM; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel 6

1.

Een toezichthoudend ambtenaar van het Inspectoraat-Generaal VROM beschikt over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, indien:

a. a. hij met goed gevolg een basisopleiding voor de buitengewoon opsporingsambtenaar heeft voltooid; b. b. de onder a bedoelde basisopleiding ten minste de eindtermen omvat zoals vastgesteld bij circulaire van de minister van Justitie van 28 oktober 2002, kenmerk 5193598/502/CBK, en is afgesloten met een toets; c. c. de onder b bedoelde toets is beoordeeld door een onafhankelijke examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd; d. d. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat het verworven kennisniveau van de buitengewoon opsporingsambtenaar blijft gehandhaafd.

2. Een toezichthoudend ambtenaar, die belast is met het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeven te worden opgenomen, is ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 7

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Milieubijstandsteam VROM 1995 en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar VROM-Inspectie 2002, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2003 en vervalt met ingang van 1 januari 2007.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectoraat-Generaal VROM 2003.