rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-klpd-2000/BWBR0011339
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar KLPD 2000 BWBR0011339 ministeriele-regeling geldend 2000-05-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011339 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar KLPD 2000

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar KLPD 2000

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar:

a. a. een medewerker van de Divisie Recherche (i.o.) van het KLPD; b. b. een medewerker die de functie vervult van speurhondengeleider of luchtwaarnemer bij de Dienst Levende Have, respectievelijk de Politie Luchtvaartdienst van de Divisie Ondersteuning van het KLPD; c. c. een medewerker werkzaam in de aangifteopname bij de Divisie Spoorwegpolitie van het KLPD; d. d. een medewerker van de volgende onderafdelingen van de divisie Mobiliteit, afdeling Bijzondere Taken van het KLPD:

      1.
       Gericht Verkeerstoezicht,
    
    
      2.
       Transport- en Milieucontrole,
    
    
      3.
       Centrale Proces-verbaalverwerking,
    1.  Gericht Verkeerstoezicht,
      
    1.  Transport- en Milieucontrole,
      
    1.  Centrale Proces-verbaalverwerking,
      

e. e. een medewerker van de afdeling Informatie Coördinatie Politie (ICP) van het KLPD.

Artikel 2

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar, met uitzondering van de buitengewoon opsporingsambtenaar genoemd in artikel 1, onderdeel d, ten eerste, is bevoegd tot het opsporen van alle strafbare feiten voorzover dit op grond van de aard van de opgedragen werkzaamheden noodzakelijk is.

2. De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 1, onderdeel d, ten eerste, beperkt zich tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld als overtredingen bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994.

3. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.

Artikel 3

Op grond van dit besluit kan het na te noemen aantal personen bij de daarbij benoemde onderdelen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd:

    1. bij de Divisie Recherche (i.o.) van het KLPD: maximaal 450 personen;
    1. bij de Divisie Ondersteuning van het KLPD: maximaal 16 personen;
    1. bij de Divisie Spoorwegpolitie van het KLPD: maximaal 30 personen;
    1. bij de afdeling Bijzondere Taken van de Divisie Mobiliteit van het KLPD: maximaal 110 personen, waarvan:

      a.
       bij Gericht Verkeerstoezicht: maximaal 30 personen;
      
      
      b.
       bij Transport- en Milieucontrole: maximaal 30 personen;
      
      
      c.
       bij Centrale Proces-verbaalverwerking: maximaal 50 personen.
      

a. a. bij Gericht Verkeerstoezicht: maximaal 30 personen; b. b. bij Transport- en Milieucontrole: maximaal 30 personen; c. c. bij Centrale Proces-verbaalverwerking: maximaal 50 personen. 5. 5. bij de afdeling Informatie Coördinatie Informatie Politie (ICIP) van de Divisie Mobiliteit van het KLPD: maximaal 40 personen.

Artikel 4

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Utrecht.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het Korps Landelijke Politiediensten.

Artikel 5

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, ten tweede, kan gebruik maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar is van toepassing.

2.

De buitengewoon opsporingsambtenaar genoemd in artikel 1, onderdeel d, ten tweede, kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar toegerust zijn met:

a. a. een korte wapenstok van een door de Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type; b. b. een semi-automatisch pistool van het merk Walther, type P5, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter, en c. c. handboeien van een door de Ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type.

Artikel 6

De korpschef van het KLPD brengt jaarlijks vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het KLPD; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel 7

De buitengewoon opsporingsambtenaar die de opsporingsbevoegdheid nodig heeft voor het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen, kan ontheffing worden verleend van de bekwaamheidseis, vastgesteld krachtens artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 8

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar KLPD 1995 wordt ingetrokken.

Artikel 9

De akten van beëdiging die op basis van het in artikel 8 genoemde besluit zijn afgegeven, worden thans geacht op onderhavig besluit te berusten met inachtneming van het bepaalde in artikel 22 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar KLPD 2000.