40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002 | BWBR0013981 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-09-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013981 | Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002 |
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
Artikel 2
Maximaal het aantal in de bijlage bij dit besluit aangegeven medewerkers, in dienstbetrekking werkzaam bij de in deze bijlage genoemde openbaar vervoersbedrijven en belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 3
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. a. de Wet personenvervoer 2000; b. b. artikel 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht; c. c. Algemene plaatselijke verordeningen, het Zuidhollands Verenreglement, voor zover deze verordening samenhangt met het vervoer van personen en de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen door het bevoegd gezag, en d. d. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2.
De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar geldt voor het grondgebied waarop:
a. a. het openbaar vervoersbedrijf waarbij de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar in dienstbetrekking werkzaam is, vervoer verricht; b. b. een of meer andere openbaar vervoersbedrijven als genoemd in de bijlage bij dit besluit vervoer verrichten, voor zover een samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot controle en opsporing van strafbare feiten tussen het openbaar vervoerbedrijf, waarbij de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar in dienstbetrekking werkzaam is, en een of meer andere openbaar vervoersbedrijven is gesloten.
Artikel 4
1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissement, waarin de vestigingsplaats is gelegen van het openbaar vervoersbedrijf waarbij de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is.
2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps van de regio, waarin de vestigingsplaats is gelegen van het openbaar vervoersbedrijf waarbij de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid kan, indien door openbaar vervoersbedrijven een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, is gesloten in de bijlage bij dit besluit één hoofdofficier van justitie als toezichthouder en één korpschef als direct toezichthouder worden aangewezen.
Artikel 5
De directeur van een openbaar vervoersbedrijf brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij het betreffende bedrijf aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het desbetreffende openbaar vervoersbedrijf; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Artikel 6
Het besluit van de Minister van Justitie van 21 december 2000 (Stcrt. 250) wordt ingetrokken.
Artikel 7
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 6 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid geacht akten en legitimatiebewijzen of overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit te zijn.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2002 en vervalt met ingang van 1 september 2007.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002.