rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-siod-2002/BWBR0013232
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar SIOD 2002 BWBR0013232 ministeriele-regeling geldend 2002-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013232 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar SIOD 2002

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar SIOD 2002

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2; b. b. SIOD: Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 2

1. De ambtenaren werkzaam bij de SIOD en belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

2. Maximaal 350 personen kunnen als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigd zijn.

Artikel 3

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van alle strafbare feiten.

2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.

Artikel 4

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Den Haag.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de politieregio Haaglanden.

Artikel 5

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 6

De directeur van de SIOD brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de SIOD; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel 7

Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 2 van dit besluit, die reeds éénmaal met goed gevolg het door de Citogroep afgenomen examen buitengewoon opsporingsambtenaar heeft afgelegd, of in het bezit is van het diploma NPA, het politiediploma A of B, het diploma herziene primaire opleiding, het diploma surveillant van politie, het diploma Koninklijke marechaussee of het diploma Centrale Opleiding Opsporingsfunctionarissen Sociale Zekerheid van SOSV Opleidingen B.V., wordt onder de navolgende voorwaarden ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar:

a. a. hij neemt deel aan een bijscholingsprogramma waarin tenminste de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de Minister van Justitie van 28 oktober 2002, kenmerk 5193598/502/CBK, zijn verwerkt; b. b. de verschillende onderdelen van het bijscholingsprogramma worden afgesloten met een toets; c. c. de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt onder verantwoordelijkheid van een coördinatiecommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is opgenomen; d. d. hij heeft alle periodieke toetsen als bedoeld onder b. met goed gevolg afgelegd, waarbij echter de buitengewoon opsporingsambtenaar die is beëdigd vóór 1 januari 2003 bij de aanvraag tot verlenging van de toegekende opsporingsbevoegdheid tot uiterlijk 1 januari 2008 kan volstaan met overlegging van een bewijs van inschrijving van deelname aan, of het bewijs van inschrijving in het permanente bijscholingsprogramma van SOSV Opleidingen B.V.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002 en vervalt met ingang van 1 januari 2007.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar SIOD 2002.