rijk/ministeriele-regeling/besluit-burgermedegebruik-militaire-luchtvaartterrein-de-kooy/BWBR0015904
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit burgermedegebruik militaire luchtvaartterrein De Kooy BWBR0015904 ministeriele-regeling geldend 2003-11-23 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015904 Besluit burgermedegebruik militaire luchtvaartterrein De Kooy

Besluit burgermedegebruik militaire luchtvaartterrein De Kooy

Artikel 1

Aan Den Helder Airport C.V. (waaronder medebegrepen haar eventuele rechtsopvolgster onder algemene titel) wordt als burgerexploitant, onder wiens verantwoordelijkheid burgermedegebruik op het militaire luchtvaartterrein De Kooy op commerciële basis plaatsvindt, ten behoeve van de exploitatie van dit burgermedegebruik, ontheffing verleend van het gestelde in artikel 33, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet onder toepassing van de hierna volgende bepalingen.

Artikel 2

1. Het totale aantal burger vliegtuigbewegingen per jaar zoals bedoeld in artikel 1 mag niet hoger zijn dan 20.000 door luchtvaartuigen, met uitzondering van vastevleugelvliegtuigen met schroefaandrijving die lichter zijn dan 6.000 kg, alsmede 5.000 door vaste vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving die lichter zijn dan 6.000 kg.

2. De geluidsbelasting veroorzaakt door burger vliegtuigbewegingen, mag tezamen met de geplande maximale geluidsbelasting door militaire vliegtuigbewegingen, de op basis van de Luchtvaartwet vastgestelde geluidszone (KB van 18 augustus 1994, nr. 94.006455) niet overschrijden.

3. Het in artikel 1 bedoelde burgermedegebruik is verboden tussen 21.00 uur en 07.00 uur.

4. Op verzoek van Den Helder Airport C.V. kan de commandant van het marinevliegkamp De Kooy besluiten het militaire luchtvaartterrein De Kooy gedurende de in het derde lid genoemde tijden voor het burgermedegebruik incidenteel open te stellen.

5.

Het in het derde lid gestelde verbod geldt niet voor het burgermedegebruik dat volgens schema of vliegplan, tussen 20.00 uur en 21.00 uur had moeten arriveren, doch vanwege één van de hierna te noemen omstandigheden bij aankomst is vertraagd, indien de landing niet later dan een uur na afloop van de openingstijd, volgend uit lid 3, plaatsvindt en de gezagvoerder toestemming heeft verkregen door of namens de Staatssecretaris van Defensie:

a. a. onverwachte vertragende omstandigheden, die op het moment van vertrek redelijkerwijs niet hadden kunnen worden voorzien; b. b. verkeersleidingstechnische redenen;

6.

Het in het derde lid gestelde verbod geldt niet voor het burgermedegebruik dat volgens schema of vliegplan, tussen 20.00 uur en 21.00 uur had moeten starten, doch vanwege de één van de hierna te noemen omstandigheden bij vertrek is vertraagd, indien het vertrek niet later dan een uur na afloop van de openingstijd, volgend uit lid 3, plaatsvindt en de gezagvoerder toestemming heeft verkregen door of namens de Staatssecretaris van Defensie:

a. a. een technische storing van het luchtvaartuig dan wel de luchtvaarttechnische gronduitrusting; b. b. extreme meteorologische omstandigheden, die een vertraging van de start volgens dat schema rechtvaardigen.

Artikel 3

Bij het in artikel 1 bedoelde burgermedegebruik van het militaire luchtvaartterrein De Kooy is het verboden:

a. a. te starten en te landen met luchtvaartuigen, waarvoor geen verklaring omtrent de geluidscertificering is afgegeven, gebaseerd op de bepalingen, die gelijk zijn aan of zwaarder zijn dan de minimummaatstaven, die op grond van het Verdrag van Chicago zijn vastgesteld; b. b. te starten en te landen met luchtvaartuigen met een hoofdstuk 2 geluidscertificering.

Artikel 4

Den Helder Airport C.V. ziet er op toe dat het in artikel 1 genoemde burgermedegebruik voldoet aan de navolgende voorwaarden:

a. a. de vereiste vergunning tot vervoer is verleend; b. b. gezagvoerders houden zich aan de door de Joint Aviation Authorities gestelde Joint Aviation Requirements OPS (JAR-OPS); c. c. gezagvoerders houden zich te allen tijde aan zowel de obstakel- als weerminima, die zijn vermeld in:

      1.
      JAR-OPS;
    
    
      2.
      Militaire Aeronautical Information Publications (A.I.P.) Nederland;
    
    
      3.
      Burger A.I.P. Nederland;
    1. JAR-OPS;
      
    1. Militaire Aeronautical Information Publications (A.I.P.) Nederland;
      
    1. Burger A.I.P. Nederland;
      

d. d. gezagvoerders houden zich te allen tijde aan de door de Minister vanVerkeer en Waterstaat (de verstrekker van het Air Operator Certificate) gestelde minima, indien deze minima strenger zijn dan de minima gesteld in de JAR-OPS of de minima gesteld in de hiervoor genoemde A.I.P.s.

Artikel 5

1. De standaardbrandweergereedstelling is NATO CAT H 3. Bij deze brandweergereedstelling geldt de ontheffing als bedoeld in artikel 1, uitsluitend voor vaste vleugelvliegtuigen met een maximale lengte van 18 meter en een rompbreedte van maximaal 3 meter. Op aanvraag kan de brandweergereedstelling worden opgeschaald tot NATO CAT H 6, waarbij dan de ontheffing als bedoeld in artikel 1, geldt voor vaste vleugelvliegtuigen met een maximale lengte van 39 meter en een rompbreedte van maximaal 5 meter. Voor helikopters met een lengte tot 15 meter geldt een brandweergereedstelling van minimaal NATO CAT H 1, voor helikopters met een lengte van 15 tot 24 meter geldt een brandweergereedstelling van minimaal NATO CAT H 2. Voor helikopters met een lengte van 24 meter of meer geldt een brandweergereedstelling van NATO CAT H 3.

2. Gelet op de baansterkte geldt de ontheffing alleen voor luchtvaartuigen met een Load Classification Number (LCN)-waarde van maximaal 27.

Artikel 6

1. Den Helder Airport C.V. doet binnen een maand na inwerkingtreding van dit besluit opgave aan de commandant van het marinevliegkamp De Kooy van alle, voor het kalenderjaar 2003, geplande burger vliegtuigbewegingen met de onder dit besluit vallende burgerluchtvaartuigen. Voor de daarovolgende jaren dient uiterlijk in november van het jaar daaraan voorafgaande opgave te worden gedaan.

2.

De opgave, bedoeld in het eerste lid, behelst:

a. a. type luchtvaartuig; b. b. lengteklasse en rompbreedteklasse van het luchtvaartuig; c. c. maximale LCN-waarde; d. d. onderverdeling in dagen van de week; e. e. onderverdeling in tijdklasses binnen een etmaal van de start c.q. landing; f. f. geluidscertificering.

3. Den Helder Airport C.V. doet maandelijks opgave aan de commandant van het marinevliegkamp De Kooy van alle daadwerkelijk uitgevoerde burger vliegtuigbewegingen met de onder dit besluit vallende burgerluchtvaartuigen.

4.

De opgave, bedoeld in het derde lid, behelst:

a. a. type luchtvaartuig; b. b. lengteklasse en rompbreedteklasse van het luchtvaartuig; c. c. actuele LCN-waarde; d. d. datum en tijdstip start c.q. landing; e. e. vluchtnummer; f. f. geluidscertificering.

Artikel 7

Het bepaalde in artikel 2 is niet van toepassing op luchtvaartuigen die:

a. a. in nood verkeren; b. b. ten behoeve van reddingsacties of hulpverlening zijn ingezet.

Artikel 8

Van dit besluit mag slechts gebruik worden gemaakt:

a. a. indien de daarbij vereiste privaatrechtelijke vergunning is verkregen en met inachtneming van de daarbij gestelde voorwaarden; b. b. met inachtneming van het gestelde in de beschikking van de Minister van Defensie van 8 mei 1967, nr. 202.620/11k, zoals sedertdien gewijzigd, houdende Algemene en Bijzondere voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden; c. c. indien met de Staat een nadere overeenkomst is gesloten met betrekking tot de gevolgen van de exploitatie van het commerciële burgermedegebruik.

Artikel 9

Het gemeenschappelijk besluit van de Staatssecretaris van Defensie van 26 februari 1996, nr. S. 37231 en van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 29 februari 1996 met nummer S. 37231 wordt ingetrokken.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.