rijk/ministeriele-regeling/besluit-draaginsigne-gewonden-2017/BWBR0039236
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit Draaginsigne Gewonden 2017 BWBR0039236 ministeriele-regeling geldend 2017-02-28 https://wetten.overheid.nl/BWBR0039236 Besluit Draaginsigne Gewonden 2017

Besluit Draaginsigne Gewonden 2017

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • draaginsigne: Draaginsigne Gewonden;
  • lichamelijke verwonding: schade aan of beschadiging van het lichaam tengevolge van een van buiten aangrijpend geweld, CBRN-oorlogsvoering of een andere fysische conditie als gevolg waarvan scheiding van de normale samenhang van weefsel optreedt;
  • psychisch letsel: een acuut of chronisch psychiatrisch toestandsbeeld, beschreven in het geldende Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders of in de International Classification of Diseases and related health problems en waarvan de diagnose is gesteld door of onder supervisie van een psychiater.

Artikel 2

1. Er is een Draaginsigne Gewonden.

2. Het draaginsigne is kruisvormig en heeft een zilveren kleur.

3. Op de horizontale balk staat de spreuk VULNERATUS NEC VICTUS; de verticale balk stelt de door een lauwertak omgeven eerdere Gewondenstreep voor; diagonaal aan het kruis ontspringen vier leeuwen op blok uitbeeldend de stoktoppen van de vaandels en standaarden van de krijgsmacht.

4. Bij de uitreiking van het draaginsigne ontvangt de gedecoreerde tevens een oorkonde en een verkleinde versie in de vorm van een reversspeld.

Artikel 3

1.

Het draaginsigne wordt toegekend aan de militair of de gewezen militair die:

a. a. onder oorlogsomstandigheden of daarmee overeenkomende situaties het Koninkrijk der Nederlanden dient of heeft gediend; en b. b. gedurende het vervullen van zijn plicht:

        1º.
        direct betrokken is geweest bij een (mede) tegen hem gerichte gevechtshandeling dan wel (mede) tegen hem gerichte gevechtshandelingen; of
      
      
        2º.
        in persoon (mede) tegen hem gerichte enige andere vorm van excessieve geweldsuitoefening dan wel een dreiging daarvan heeft ondergaan; of
      
      
        3º.
        herhaaldelijk of langdurig in persoon, anders dan het enkel vernemen, horen zeggen of zien is blootgesteld aan de directe afschuwwekkende gevolgen van oorlogsgeweld; en

1º. 1º. direct betrokken is geweest bij een (mede) tegen hem gerichte gevechtshandeling dan wel (mede) tegen hem gerichte gevechtshandelingen; of 2º. 2º. in persoon (mede) tegen hem gerichte enige andere vorm van excessieve geweldsuitoefening dan wel een dreiging daarvan heeft ondergaan; of 3º. 3º. herhaaldelijk of langdurig in persoon, anders dan het enkel vernemen, horen zeggen of zien is blootgesteld aan de directe afschuwwekkende gevolgen van oorlogsgeweld; en c. c. als gevolg daarvan ernstig lichamelijk gewond is geraakt of ernstig psychisch letsel heeft opgelopen.

2. Het insigne wordt daarnaast toegekend aan Nederlands vaarplichtig koopvaardijpersoneel in oorlogstijd indien dat voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid.

3. Onder gewezen militair, genoemd in het eerste lid, wordt mede verstaan: degene die heeft gediend bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL), ongeacht of hij is overgegaan naar de Koninklijke Landmacht of een ander deel van de Nederlandse Krijgsmacht.

4. Onder oorlogsomstandigheden of een daarmee overeenkomende situatie, genoemd in het eerste lid, wordt mede verstaan: een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen en een binnenlandse militaire of politionele operatie ter bescherming van het grondgebied of ter handhaving van de rechtsorde.

5. Onder gevechtshandeling, genoemd in het eerste lid, wordt verstaan: optreden van strijdende partijen of derden met direct vuur, indirect vuur of hiermee vergelijkbaar gevechtscontact.

6. Onder enige andere vorm van excessieve geweldsuitoefening, genoemd in het eerste lid, wordt onder meer verstaan: geweldsuitoefening door middel van ontploffing van mijnen of geïmproviseerde explosieven, zelfmoordaanslagen, gijzeling en marteling.

Artikel 4

1.

De ernst van de lichamelijke verwonding of het psychische letsel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder c, wordt in elk geval mede bepaald door de volgende omstandigheden:

a. a. de militair ontving medische, specialistische zorg; bij acute psychiatrische toestandsbeelden volstaat psychiatrische zorg op afstand indien het verlenen van deze zorg anderszins niet mogelijk is; b. b. zonder medische (specialistische) zorg was de opgelopen verwonding in potentie bedreigend voor het individu of een lichaamsdeel van het individu; c. c. opname in verband met de lichamelijke verwonding of het psychische letsel was op enig moment op medische gronden noodzakelijk conform de geldende Nederlandse medische specialistische richtlijnen; d. d. de militair was meer dan zeven dagen achtereen niet inzetbaar.

2. Ten aanzien van toekenning van het draaginsigne in verband met psychisch letsel wordt niet getoetst aan de omstandigheden, genoemd in het vorige lid, onder b en onder d.

3. Opname voor preventieve observatie wordt niet als een medisch noodzakelijke opname beschouwd.

4. Een blijvende lichamelijke verwonding of blijvend psychisch letsel is niet vereist.

Artikel 5

1. Toekenning geschiedt niet aan degene die zich onwaardig heeft gedragen.

2.

Er is sprake van onwaardig gedrag wanneer degene die in aanmerking wenst te komen voor het draaginsigne:

a. a. zich schuldig heeft gemaakt aan collaboratie en dit blijkt uit stukken, waaronder een gerechtelijke uitspraak, of; b. b. zich direct voorafgaande, tijdens of aansluitend op het gewond raken, schuldig heeft gemaakt aan een militair misdrijf zoals desertie, sabotage of het niet opvolgen van een dienstbevel, en dit misdrijf in relatie staat tot de omstandigheden en gedragingen waaronder de lichamelijke verwonding of het psychische letsel is opgelopen, of; c. c. zich in de betreffende periode schuldig heeft gemaakt aan een oorlogsmisdaad en daarvoor is veroordeeld, of; d. d. zich opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan zelfverwonding.

Artikel 6

Het draaginsigne wordt eenmalig en bij leven toegekend.

Artikel 7

1. Het verzoek om toekenning van het draaginsigne wordt, onder gebruikmaking van het voorgeschreven defensieformulier, schriftelijk ingediend door betrokkene, door de commandant van de militair in actieve dienst of door de zorgcoördinator van het Veteranenloket.

2. De toekenning van het draaginsigne geschiedt door de Minister van Defensie. Hij wordt hiertoe geadviseerd door de Centrale Adviescommissie Draaginsigne Gewonden.

3. De uitreiking van het draaginsigne aan de militair in actieve dienst geschiedt doorgaans door zijn commandant.

4. De uitreiking van het draaginsigne aan de gewezen militair geschiedt naar diens wens doorgaans door de burgemeester van zijn woonplaats, door een functionaris van het Veteraneninstituut, of door een functionaris van zijn voormalige militaire eenheid.

5. De uitreiking van het draaginsigne aan de gewezen militair die in de Caraïbische delen van het Koninkrijk of in het buitenland verblijft, geschiedt naar diens wens door de daar aanwezige militaire autoriteit.

Artikel 8

De Minister van Infrastructuur en Milieu beslist in de gevallen waarin dit besluit niet voorziet indien het betreft vaarplichtig koopvaardijpersoneel in oorlogstijd.

Artikel 9

1. De Minister van Defensie of de Minister van Infrastructuur en Milieu kan de toekenning intrekken op grond van feiten of omstandigheden waarvan hij bij de toekenning redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn geweest en op grond waarvan de toekenning niet zou hebben plaatsgehad.

2. Na intrekking als bedoeld in het eerste lid, is betrokkene niet langer gerechtigd het draaginsigne te dragen en wordt dit samen met de oorkonde onverwijld aan de Minister van Defensie teruggegeven.

Artikel 10

In zeer bijzondere gevallen kunnen de Minister van Defensie of de Minister van Infrastructuur en Milieu het draaginsigne toekennen aan degene die niet of niet volledig voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 3.

Artikel 11

Het besluit D90/251/24321 van 11 oktober 1990 en het daarop gebaseerde beleid wordt ingetrokken.

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Draaginsigne Gewonden 2017.