rijk/ministeriele-regeling/besluit-instelling-begeleidingscommissie-onderzoek-bestuurlijke-maatregelen-veil/BWBR0021361
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit instelling begeleidingscommissie onderzoek bestuurlijke maatregelen veiligheid BWBR0021361 ministeriele-regeling geldend 2007-03-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0021361 Besluit instelling begeleidingscommissie onderzoek bestuurlijke maatregelen veiligheid

Besluit instelling begeleidingscommissie onderzoek bestuurlijke maatregelen veiligheid

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. de Commissie: de begeleidingscommissie Onderzoek bestuurlijke maatregelen veiligheid; b. b. de Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 2

Er is een begeleidingscommissie Onderzoek bestuurlijke maatregelen veiligheid.

Artikel 3

De Commissie heeft tot taak:

a. a. het bewaken voor de voortgang, uitvoering en kwaliteit van het onderzoek; b. b. waar nodig het geven van aanwijzingen en aanbevelingen aan onderzoekers; c. c. een antwoord te geven op de vraag, of het onderzoek naar bestuurlijke maatregelen veiligheid op adequate wijze is volbracht.

Artikel 4

1.

In de Commissie hebben zitting:

a. a. als voorzitter:

        
        de heer R.J.G. Bandell, beheerder van het regionale politiekorps Zuid-Holland-Zuid, burgemeester van Dordrecht, voorzitter bestuur Nederlands Genootschap van Burgemeesters;

de heer R.J.G. Bandell, beheerder van het regionale politiekorps Zuid-Holland-Zuid, burgemeester van Dordrecht, voorzitter bestuur Nederlands Genootschap van Burgemeesters; b. b. als leden:

        
        de heer drs. E.S.M. Akerboom, Korpschef Politie Brabant Noord;
      
      
        
        de heer prof. mr. J.G. Brouwer, hoogleraar algemene rechtswetenschap/openbare orde, Rijksuniversiteit Groningen;
      
      
        
        de heer mr. P.A.G. Cammaert, burgemeester van Velsen, lid Commissie bestuur en veiligheid, Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
      
      
        
        de heer mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens, lid van de Raad van State, voormalig hoogleraar bestuursrecht/openbare orderecht;
      
      
        
        de heer prof. mr. B.F. Keulen, hoogleraar strafrecht, Rijksuniversiteit Groningen;
      
      
        
        de heer mr. H.J. Moraal, hoofdofficier van Justitie arrondissement Den Haag;
      
      
        
        twee vertegenwoordigers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
      
      
        
        twee vertegenwoordigers van het Ministerie van Justitie.

de heer drs. E.S.M. Akerboom, Korpschef Politie Brabant Noord; de heer prof. mr. J.G. Brouwer, hoogleraar algemene rechtswetenschap/openbare orde, Rijksuniversiteit Groningen; de heer mr. P.A.G. Cammaert, burgemeester van Velsen, lid Commissie bestuur en veiligheid, Vereniging van Nederlandse Gemeenten; de heer mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens, lid van de Raad van State, voormalig hoogleraar bestuursrecht/openbare orderecht; de heer prof. mr. B.F. Keulen, hoogleraar strafrecht, Rijksuniversiteit Groningen; de heer mr. H.J. Moraal, hoofdofficier van Justitie arrondissement Den Haag; twee vertegenwoordigers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; twee vertegenwoordigers van het Ministerie van Justitie.

2. De Commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, mr. A.B. Engberts, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 5

1. De onderzoekers brengen uiterlijk op 1 juni 2007 hun rapport uit aan de Commissie.

2. Indien onvoorziene omstandigheden naar het oordeel van de Commissie in de weg staan aan het tijdig uitbrengen van een deugdelijk rapport door de onderzoekers, dan stelt de Commissie de Minister daarvan onverwijld op de hoogte.

3. De Minister beslist over de eventuele verlenging van de termijn bedoeld in het eerste lid en brengt de Commissie daarvan schriftelijk op de hoogte.

4. Na het uitbrengen van het rapport door de onderzoekers wordt de Commissie opgeheven.

Artikel 6

Op de Commissie is het Vacatiegeldenbesluit 1988 (Stb. 1988, 205) van toepassing. De Commissie wordt als algemeen in de zin van het Vacatiegeldenbesluit 1988 aangemerkt.

Artikel 7

De archiefbescheiden van de Commissie worden na haar opheffing, of zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 december 2006.