rijk/ministeriele-regeling/besluit-instelling-commissie-van-onderzoek-procedure-van-werving-selectie-en-ben/BWBR0041864
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit instelling Commissie van onderzoek procedure van werving, selectie en benoeming voorzitter Huis voor klokkenluiders BWBR0041864 ministeriele-regeling geldend 2019-02-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0041864 Besluit instelling Commissie van onderzoek procedure van werving, selectie en benoeming voorzitter Huis voor klokkenluiders

Besluit instelling Commissie van onderzoek procedure van werving, selectie en benoeming voorzitter Huis voor klokkenluiders

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *commissie:* commissie, genoemd in artikel 2;

b. b.

    *Minister:* Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

c. c.

    *ministerie:* Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 2

1. Er is een onafhankelijke Commissie van onderzoek inzake de procedure van werving, selectie en benoeming van de voorzitter van het Huis voor klokkenluiders.

2.

De commissie heeft tot taak om:

a. a. onderzoek te doen naar het verloop van de procedure van werving, selectie en benoeming van de huidige voorzitter van het Huis voor klokkenluiders, in het licht van het vermoeden van een misstand in de zin van artikel 1, onder d, van de Wet Huis voor klokkenluiders, dat bij het ministerie is gemeld; b. b. een oordeel te geven over deze procedure en de wijze waarop deze in dit geval is uitgevoerd, mede in het licht van de specifieke eisen die aan het voorzitterschap worden gesteld in artikel 3c van de Wet Huis voor klokkenluiders; c. c. een weging te maken van haar bevindingen, mede in relatie tot de uitkomst van de procedure.

3. Naar aanleiding van de bevindingen en conclusies is de commissie bevoegd aanbevelingen te doen.

Artikel 3

1. De commissie bestaat uit een voorzitter en twee andere leden.

2. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.

3. De voorzitter en de andere leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de Minister.

Artikel 4

De leden van de commissie zijn:

mr. P.J. (Pieter Jan) Biesheuvel, tevens voorzitter; mr. dr. J.L.W. (Hansko) Broeksteeg; prof. dr. G.W. (Wim) Dubbink.

Artikel 5

1. De secretaris van de commissie is mr. dr. E.B. (Emile) Beenakker.

2. De secretaris is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

Artikel 6

1. De commissie brengt uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van dit besluit haar eindrapport uit aan de Minister.

2. Na het uitbrengen van het eindrapport is de commissie opgeheven.

Artikel 7

1. De commissie stelt een protocol vast over de wijze waarop zij het onderzoek uitvoert, waaronder in ieder geval over de wijze waarop zij personen hoort en daarvan verslag doet en op welke wijze de vertrouwelijkheid van informatie geborgd wordt.

2. De commissie bepaalt in het protocol hoe zij, in het kader van hoor en wederhoor, bevindingen voorlegt aan personen of instanties die door deze bevindingen worden geraakt of die daartegen bedenkingen zouden kunnen hebben.

3. De commissie en de Minister stellen gezamenlijk een protocol vast over de wijze waarop door het ministerie informatie wordt verstrekt en de vertrouwelijkheid daarvan wordt geborgd. De voorzitter van de commissie ondertekent dit protocol namens de commissie.

4. De commissie verantwoordt haar werkwijze in het eindrapport.

Artikel 8

1. De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.

2. Het ministerie verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft met inachtneming van het in artikel 7, derde lid, bedoelde protocol.

3. Ambtenaren van het ministerie zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak.

Artikel 9

1. Aan de voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 0,4 fte.

2. Aan de andere leden wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor op 0,2 fte.

Artikel 10

1. Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.

2. Het eindrapport van de commissie wordt door de Minister openbaar gemaakt.

Artikel 11

1. Het archief van de onderzoekscommissie wordt na afloop van het onderzoek overgebracht naar het archief van het ministerie.

2. Het beheer van het archief vindt plaats met inachtneming van de protocollen, bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid.

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.