rijk/ministeriele-regeling/besluit-instelling-expertgroep-drugsprecursoren/BWBR0048010
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit instelling Expertgroep drugsprecursoren BWBR0048010 ministeriele-regeling geldend 2023-03-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0048010 Besluit instelling Expertgroep drugsprecursoren

Besluit instelling Expertgroep drugsprecursoren

Artikel 1

1. Er is een Expertgroep drugsprecursoren.

2. De Expertgroep drugsprecursoren heeft tot taak aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gevraagd en ongevraagd rapport uit te brengen over de vraag of bij stoffen die in Nederland zijn aangetroffen, dan wel waarvan wegens internationale ontwikkelingen de verwachting bestaat dat deze stoffen in de nabije toekomst in Nederland zullen worden aangetroffen, wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 4a, tweede lid, van de Wet voorkoming misbruik van chemicaliën.

3. De taak van de Expertgroep strekt zich niet uit tot geregistreerde stoffen of een op een lijst van niet-geregistreerde stoffen geplaatste stof als bedoeld in Verordening nr. 273/2004 en Verordening nr. 111/2005.

Artikel 2

1.

De Expertgroep drugsprecursoren bestaat uit:

a. a. Een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie, b. b. Een vertegenwoordiger van de Nationale Politie, c. c. Een vertegenwoordiger van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, d. d. Een vertegenwoordiger van het Nederlands Forensisch Instituut, e. e. Een vertegenwoordiger van de Douane, f. f. Een vertegenwoordiger van de Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie, g. g. Een vertegenwoordiger van het Verbond van Handelaren in Chemische Producten,

2. De Expertgroep drugsprecursoren stelt haar werkwijze vast.

3. De Expertgroep drugsprecursoren wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie.

4. De Minister van Justitie en Veiligheid voorziet in het secretariaat van de Expertgroep drugsprecursoren.

5. De Expertgroep drugsprecursoren kan ten behoeve van de uitvoering van haar taak inlichtingen inwinnen bij deskundige personen en organisaties.

Artikel 3

1. De Expertgroep drugsprecursoren brengt binnen tien weken rapport uit nadat zij daartoe een verzoek heeft ontvangen van de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

2. De Expertgroep drugsprecursoren brengt binnen tien weken rapport uit nadat één van de in het artikel 2, lid 1 genoemde vertegenwoordigers aan het secretariaat kennis heeft gegeven dat rapportage ten aanzien van een stof gewenst is.

3. De kennisgeving in het tweede lid bevat een beschrijving van de feiten en omstandigheden ten aanzien van de betreffende stof die tot de kennisgeving hebben geleid.

4.

Het rapport vermeldt in ieder geval:

a. a. Of van de stof is gebleken dat deze kan worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen; en b. b. Of er een legale toepassing van de stof bekend is; en c. c. Of de stof een geregistreerde stof of een op een lijst van niet-geregistreerde stoffen geplaatste stof als bedoeld in Verordening nr. 273/2004 en Verordening nr. 111/2005 betreft.

5. Het rapport van de Expertgroep drugsprecursoren doet verslag van alle bevindingen en overwegingen die door één of meer van de in artikel 2, lid 1 genoemde vertegenwoordigers als relevant worden beoordeeld.

Artikel 4

1. Eenieder die betrokken is bij de uitvoering van dit besluit en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit tot bekendmaking voortvloeit.

2. De in het eerste lid bedoelde geheimhoudingsplicht geldt niet ten aanzien van gegevens die noodzakelijk zijn om bij derden informatie in te kunnen winnen over het bestaan van bekende toepassingen van een stof als bedoeld in artikel 4a, tweede lid onder b, van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.