rijk/ministeriele-regeling/besluit-mandaat-en-machtiging-prorail-spoorwegwet/BWBR0017834
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit mandaat en machtiging ProRail Spoorwegwet BWBR0017834 ministeriele-regeling geldend 2005-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0017834 Besluit mandaat en machtiging ProRail Spoorwegwet

Besluit mandaat en machtiging ProRail Spoorwegwet

Artikel 1

Aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. wordt mandaat verleend om namens de Minister van Verkeer en Waterstaat besluiten te nemen:

a. a.

      1°.
       tot verlening van vergunningen krachtens artikel 19, eerste lid, van de Spoorwegwet;
    
    
      2°.
       tot vaststelling van afwijkende begrenzingen van hoofdspoorwegen krachtens artikel 20, derde lid, van de Spoorwegwet;
    
    
      3°.
       tot verlening en intrekking van ontheffingen krachtens artikel 21, tweede lid, van de Spoorwegwet;

1°. 1°. tot verlening van vergunningen krachtens artikel 19, eerste lid, van de Spoorwegwet; 2°. 2°. tot vaststelling van afwijkende begrenzingen van hoofdspoorwegen krachtens artikel 20, derde lid, van de Spoorwegwet; 3°. 3°. tot verlening en intrekking van ontheffingen krachtens artikel 21, tweede lid, van de Spoorwegwet; b. b. tot wijziging en intrekking van vergunningen als bedoeld in artikel 23 van het Besluit Spoorweginfrastructuur; c. c. tot verlening en intrekking van ontheffingen krachtens artikel 40, eerste lid, met betrekking tot artikel 12, eerste lid, van het Besluit spoorverkeer; d. d. tot verlening en intrekking van ontheffingen krachtens artikel 39 van de Spoorwegwet 1875, met uitzondering van ontheffingen die betrekking hebben op de locaalspoorweg Den Haag CentraalDen Haag Laan van NOIZoetermeer, met de zijtak LeidschendamRotterdam; e. e. tot verlening, wijziging en intrekking van vergunningen krachtens artikel 15 van het Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen, met uitzondering van vergunningen die betrekking hebben op de locaalspoorweg Den Haag CentraalDen Haag Laan van NOIZoetermeer, met de zijtak LeidschendamRotterdam.

Artikel 2

1. Aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. wordt een machtiging verleend om uitvoering te geven aan artikel 22, derde lid, van het Besluit Spoorweginfrastructuur.

2. De Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. kan de in het eerste lid verleende machtiging doorgeven aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 3

1. Aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. wordt een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in artikel 1 bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.

2. De Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. kan de in het eerste lid verleende machtiging doorgeven aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 4

1. De Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. kan van het hem in artikel 1 van dit besluit verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

2. Van de verlening van ondermandaat doet de Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. schriftelijk mededeling aan de minister.

Artikel 5

Een besluit als bedoeld in artikel 1 vermeldt aan het slot:

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

namens deze:

gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.

Artikel 6

1. Aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. wordt mandaat verleend om met betrekking tot elk besluit in eerste aanleg dat op grond van dit besluit is genomen namens de Minister van Verkeer en Waterstaat, beslissingen op bezwaar te nemen, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem in mandaat is genomen.

2. De Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door dezelfde functionaris is genomen.

3. Aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. wordt tevens een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.

4. De Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. kan de in het derde lid verleende machtiging verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 7

Bij elke beslissing op bezwaar wordt vermeld dat belanghebbenden binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op bezwaar bekend gemaakt is, beroep kunnen instellen bij de sector Bestuursrecht van de Arrondissementsrechtbank die op grond van artikel 8:7, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter zake bevoegd is.

Artikel 8

Het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 26 februari 1996, nr. WJZ/V-620212 (Stcrt. 44) wordt ingetrokken.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen, genoemd in artikel 1, onderdelen a, b en c, in werking treden.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging ProRail Spoorwegwet.