rijk/ministeriele-regeling/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-directoraat-generaal-rijksvoorlichtingsdi/BWBR0030312
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst BWBR0030312 ministeriele-regeling geldend 2011-07-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0030312 Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst

Artikel 1

De aan de directeur-generaal krachtens de artikelen 7 en 9 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken verleende bevoegdheden worden verleend aan:

a. a. de plaatsvervangend directeur-generaal; b. b. de directeur Rijksvoorlichtingsdienst.

Artikel 2

De aan de directeur-generaal krachtens de artikelen 7 en 9 van het Besluit mandaat van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken verleende bevoegdheden tot het nemen van beslissingen op het gebied van personeelsbeleid, waaronder begrepen aanstelling, schorsing en beloningen worden verleend aan het hoofd Communicatie Algemeen Regeringsbeleid en het hoofd Communicatie Koninklijk Huis voor de onder deze hoofden ressorterende functionarissen.

Artikel 3

1.

De plaatsvervangend directeur-generaal maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:

a. a. bij afwezigheid van de directeur-generaal; b. b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal zijn toevertrouwd.

2.

De directeur Rijksvoorlichtingsdienst maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:

a. a. bij afwezigheid van de directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal; b. b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal of de plaatsvervangend directeur-generaal zijn toevertrouwd.

Artikel 4

1. Het hoofd Communicatie Koninklijk Huis en het hoofd Communicatie Algemeen Regeringsbeleid wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen waarmede een bedrag is gemoeid dat per geval vijfentwintigduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.

2. De directiesecretaris wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen waarmee een bedrag is gemoeid dat per geval de vijfduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.

3. Een functionaris zoals bedoeld in het eerste tot en met tweede lid maakt van de aan hem verleende volmacht en machtiging uitsluitend gebruik voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot zijn werkterrein en naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat deze behoren te worden afgedaan door de directeur-generaal, de plaatsvervangend directeur-generaal of de directeur.

4.

De bevoegdheden krachtens het eerste tot en met vierde lid worden nader bepaald door en uitgeoefend met inachtneming van:

a. a. departementale procedures, richtlijnen en aanwijzingen; b. b. nadere procedures en instructies van de directeur-generaal.

Artikel 5

1.

Ondertekening door in voorgaande artikelen genoemde functionarissen van een document krachtens mandaat of volmacht luidt als volgt:

De MINISTER-PRESIDENT, Minister van Algemene Zaken,

namens deze,

(handtekening)

(naam)

(functie)

2. Het eerste lid is niet van toepassing op digitale besluiten die worden genomen via het P-Direktportaal.

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondertekening van een document krachtens machtiging, tenzij uit de aard en de inhoud van het document reeds voldoende blijkt dat het namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is opgesteld. In dat geval luidt de ondertekening als volgt:

(handtekening)

(naam)

(functie)

4. Een document als bedoeld in het eerste of derde lid wordt opgesteld conform de vastgestelde rijksbrede huisstijl.

Artikel 6

Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2009 van 9 februari 2010 wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2011.

Artikel 8

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst.