rijk/ministeriele-regeling/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-inspectie-verkeer-en-waterstaat-2005/BWBR0018595
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Inspectie Verkeer en Waterstaat 2005 BWBR0018595 ministeriele-regeling geldend 2005-07-22 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018595 Besluit mandaat, volmacht en machtiging Inspectie Verkeer en Waterstaat 2005

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Inspectie Verkeer en Waterstaat 2005

Paragraaf

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. de inspecteur-generaal: de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat; b. b. de aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden: de aan de inspecteur-generaal krachtens artikel 5 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging plaatsvervangend secretaris-generaal en diensthoofden Verkeer en Waterstaat 2001 verleende bevoegdheden; c. c. plaatsvervangend inspecteur-generaal: de plaatsvervangend Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.

Paragraaf

Artikel 2

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden gemandateerd aan:

a. a. de plaatsvervangend inspecteur-generaal overeenkomstig de daartoe met de inspecteur-generaal gemaakte afspraken; b. b. de hoofddirecteuren van de Hoofddirectie; c. c. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Binnenvaart; d. d. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Goederenvervoer; e. e. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Luchthavens en Luchtruim; f. f. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Luchtvaart operationele bedrijven; g. g. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Luchtvaarttechnische bedrijven; h. h. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Personenvervoer; i. i. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Rail; j. j. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Waterbeheer; k. k. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Zeevaart; l. l. de directeur Bedrijfsvoering; m. m. de directeur Toezichtontwikkeling, Communicatie en Onderzoek; n. n. de directeur Toezicht Beheereenheid; o. o. de projectdirecteur van de Projectdirectie E-government.

Paragraaf

Artikel 3

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de Toezichteenheid Binnenvaart:

a. a. de unitmanager van de unit Toelating en Continuering; b. b. de unitmanager van de unit Inspectie; c. c. de unitmanager van de unit Kennis, Advies en Berichtgeving.

Paragraaf

Artikel 4

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de Toezichteenheid Goederenvervoer:

a. a. de unitmanagers van de units Inspectie Goederenvervoer; b. b. de unitmanager van de unit Kennis, Advies en Berichtgeving Toelating en Continuering.

Paragraaf

Artikel 5

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de Toezichteenheid Luchthavens en Luchtruim:

a. a. de unitmanager van de unit Inspectie Luchthavens en Luchtruim; b. b. de unitmanager van de unit Inspectie Gevaarlijke Stoffen; c. c. de unitmanager van de unit Kennis, Advies en Berichtgeving, Toelating/Continuering Luchthavens; d. d. de unitmanager van de unit Kennis, Advies en Berichtgeving, Toelating/Continuering Luchtruim.

Paragraaf

Artikel 6

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de Toezichteenheid Luchtvaart operationele bedrijven:

a. a. de unitmanager van de unit Toelating en Continuering; b. b. de unitmanager van de unit Inspectie; c. c. de unitmanager van de unit Kennis, Advies en Berichtgeving.

Paragraaf

Artikel 7

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de Toezichteenheid Luchtvaarttechnische bedrijven:

a. a. de unitmanager van de unit Toelating en Continuering Producten; b. b. de unitmanager van de unit Kennis, Advies en Berichtgeving Toelating en Continuering Organisaties en Personen; c. c. de unitmanager van de unit Inspectie.

Paragraaf

Artikel 8

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de Toezichteenheid Personenvervoer:

a. a. de unitmanager van de unit Inspectie Noord; b. b. de unitmanager van de unit Inspectie Zuid; c. c. de unitmanager van de unit Kennis, Advies en Berichtgeving Toelating en Continuering Personenvervoer.

Paragraaf

Artikel 9

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de Toezichteenheid Rail:

a. a. de unitmanager van de unit Kennis, Advies en Berichtgeving Toelating en Continuering Rail; b. b. de unitmanager van de unit Inspectie/Onderzoek; c. c. de unitmanager van de unit Inspectie.

Paragraaf

Artikel 10

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de Toezichteenheid Waterbeheer:

a. a. de unitmanager van de unit Toelating en Continuering; b. b. de unitmanager van de unit Inspectie/Handhaving; c. c. de unitmanager van de unit Inspectie/Audit; d. d. de unitmanager van de unit Kennis, Advies en Berichtgeving.

Paragraaf

Artikel 11

1. De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden, voorzover het betreft besluiten, niet gericht tot de minister, aangaande de handhaving van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet verontreiniging zeewater, de Wet op de waterhuishouding, de Wet bodembescherming en de Wet milieubeheer gemandateerd aan de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat.

2. De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat kan ten aanzien van de hem op grond van het eerste lid verleende bevoegdheden ondermandaat verlenen aan door hem daartoe aangewezen functionarissen.

Paragraaf

Artikel 12

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de Toezichteenheid Zeevaart:

a. a. de unitmanager van de unit Managementondersteuning; b. b. de unitmanager van de unit Inspectie Gevaarlijke Stoffen; c. c. de unitmanager van de unit Inspectie Havenstaat; d. d. de unitmanager van de unit Inspectie Vlaggenstaat; e. e. de unitmanager van de unit Toelating en Continuering; f. f. de unitmanager van de unit Kennis, Advies en Berichtgeving.

Paragraaf

Artikel 13

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de directie Bedrijfsvoering:

a. a. hoofd unit Planning & Control; b. b. hoofd unit Bedrijfsvoeringsbeleid; c. c. hoofd unit Controle, Informatie en Evaluatie; d. d. hoofd van de uitvoeringseenheid Bestuurlijke Boete van de unit Services; e. e. hoofd van de uitvoeringseenheid Financiële administratie van de unit Services; f. f. hoofd van de uitvoeringseenheid Inkoop en opdrachtverlening van de unit Services; g. g. hoofd van de uitvoeringseenheid Documentaire Informatievoorziening van de unit Services; h. h. de Kwaliteitsmanager.

Paragraaf

Artikel 14

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de directie Toezichtontwikkeling, Communicatie en Onderzoek:

a. a. de unitmanager Toezichtontwikkeling; b. b. de unitmanager Coördinatie en Bestuurszaken; c. c. de unitmanager Advies; d. d. de unitmanager Berichtgeving, Relaties en Communicatie.

Paragraaf

Artikel 15

De aan de inspecteur-generaal verleende bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de Toezicht Beheereenheid:

a. a. de unitmanager van de unit Contactcentrum; b. b. de unitmanager van de unit Persoonsdocumenten Digitale Tachograaf; c. c. de unitmanager van de unit Persoonsdocumenten Personenvervoer en Luchtvaart; d. d. de unitmanager van de unit Persoonsdocumenten Scheepvaart; e. e. de unitmanager van de unit Ondernemersvergunning toelating; f. f. de unitmanager van de unit Ondernemersvergunning toets en continuering; g. g. de unitmanager van de unit Objectvergunningen; h. h. de unitmanager van de unit Juridische Zaken; i. i. de unitmanager van de unit Datacentrum; j. j. de unitmanager van de unit Toezichtondersteuning Lucht en Water; k. k. de unitmanager van de unit Toezichtondersteuning Personenvervoer en Goederenvervoer; l. l. de beheerder van het luchtvaartuigregister.

Paragraaf

Artikel 16

1.

De aan de inspecteur-generaal bij of krachtens de Binnenschepenwet, de Meetbrievenwet 1981, de Wet Havenstaatcontrole, de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, het Wetboek van Koophandel en de Zeevaartbemanningswet toebedeelde bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan:

a. a. de plaatsvervangend inspecteur-generaal; b. b. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Zeevaart; c. c. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Binnenvaart.

2.

De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de Toezichteenheid Zeevaart:

a. a. de unitmanager van de unit Managementondersteuning; b. b. de unitmanager van de unit Inspectie Gevaarlijke Stoffen; c. c. de unitmanager van de unit Inspectie Havenstaat; d. d. de unitmanager van de unit Inspectie Vlaggenstaat; e. e. de unitmanager van de unit Toelating en Continuering; f. f. de unitmanager van de unit Kennis, Advies en Berichtgeving; g. g. de medisch adviseur.

3.

De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden worden eveneens gemandateerd aan de volgende functionarissen van de Toezichteenheid Binnenvaart:

a. a. de unitmanager van de unit Toelating en Continuering; b. b. de unitmanager van de unit Inspectie; c. c. de unitmanager van de unit Kennis, Advies en Berichtgeving; d. d. de medisch adviseur.

Paragraaf

Artikel 17

De artikelen 2 tot en met 16 zijn niet van toepassing op:

a. a. de vaststelling, wijziging of intrekking van beleidsregels als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging plaatsvervangend secretaris-generaal en diensthoofden Verkeer en Waterstaat 2001; b. b. de afdoening en ondertekening van circulaires met een verzoek om medewerking of inlichtingen, gericht tot een groep van personen of instanties buiten de rijksoverheid; c. c. de afdoening en ondertekening van stukken:

      1°.
      gericht aan de Raad van State van het Koninkrijk en de Raad van State;
    
    
      2°.
      gericht aan de Algemene Rekenkamer;
    
    
      3°.
      gericht aan de Nationale Ombudsman;
    
    
      4°.
      inzake het beslissen op bezwaren tegen besluiten die door de minister of namens deze door de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal of de plaatsvervangend inspecteur-generaal zijn genomen.

1°. 1°. gericht aan de Raad van State van het Koninkrijk en de Raad van State; 2°. 2°. gericht aan de Algemene Rekenkamer; 3°. 3°. gericht aan de Nationale Ombudsman; 4°. 4°. inzake het beslissen op bezwaren tegen besluiten die door de minister of namens deze door de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal of de plaatsvervangend inspecteur-generaal zijn genomen.

Paragraaf

Artikel 18

1. De artikelen 2 tot en met 10, en 12 tot en met 15 zijn niet van toepassing op beslissingen over de aanstelling van functionarissen, genoemd in artikel 2, en over de aanstelling van de unitmanagers.

2. De artikelen 3 tot en met 10, en 12 tot en met 15 zijn niet van toepassing op beslissingen over de aanstelling van andere functionarissen dan de in het eerste lid genoemde.

Paragraaf

Artikel 19

1. Volmacht tot het aangaan van financiële verplichtingen met een waarde van ten hoogste € 150.000, wordt verleend aan de hoofddirecteuren van de Hoofddirectie.

2.

Volmacht tot het aangaan van financiële verplichtingen met een waarde van ten hoogste € 1.250, wordt eveneens verleend aan:

a. a. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Binnenvaart; b. b. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Goederenvervoer; c. c. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Luchthavens en Luchtruim; d. d. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Luchtvaart operationele bedrijven; e. e. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Luchtvaarttechnische bedrijven; f. f. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Personenvervoer; g. g. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Rail; h. h. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Waterbeheer; i. i. de hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Zeevaart; j. j. de directeur Bedrijfsvoering; k. k. de directeur Toezichtontwikkeling, Communicatie en Onderzoek; l. l. de directeur Toezicht Beheereenheid; m. m. de projectdirecteur van de Projectdirectie E-government.

Paragraaf

Artikel 20

Aan de functionarissen, genoemd in de artikelen 2 tot en met 16, wordt tevens machtiging verleend tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 21

1. Uitsluitend voor het verrichten van handelingen die verband houden met het vertegenwoordigen van de Minister van Verkeer en Waterstaat of de inspecteur-generaal in het kader van een geschil dat bij de bestuursrechter aanhangig is gemaakt, zijn gemachtigd de door de inspecteur-generaal, de directeur van de Toezicht Beheereenheid of de directeur Bedrijfsvoering daartoe aangewezen functionarissen die het doctoraat in de rechtsgeleerdheid hebben of het recht om de titel meester te voeren, mits dit doctoraat of dit recht verkregen is op grond van het afleggen van een examen in het Nederlands burgerlijk en handelsrecht, staatsrecht en strafrecht.

2. De inspecteur-generaal, de directeur van de Toezicht Beheereenheid, de directeur Bedrijfsvoering of de hoofdinspecteurs van de verschillende toezichteenheden kunnen andere functionarissen binnen hun organisatieonderdeel machtigen om tezamen met de in het eerste lid bedoelde functionarissen handelingen te verrichten die verband houden met het vertegenwoordigen van de Minister van Verkeer en Waterstaat of de inspecteur-generaal in het kader van een geschil dat bij de bestuursrechter aanhangig is gemaakt.

Paragraaf

Artikel 22

1. Bij afwezigheid van de inspecteur-generaal is de plaatsvervangend inspecteur-generaal bevoegd de bevoegdheden van de inspecteur-generaal uit te oefenen.

2. Bij afwezigheid van een hoofddirecteur van de Hoofddirectie is een door de inspecteur-generaal schriftelijk daartoe aangewezen plaatsvervanger bevoegd de bevoegdheden van de afwezige hoofddirecteur uit te oefenen.

3. Bij afwezigheid van een functionaris, genoemd in artikel 2, onder c tot en met o, is de daartoe door de inspecteur-generaal schriftelijk aangewezen plaatsvervanger bevoegd de bevoegdheden van de afwezige functionaris uit te oefenen.

4. Bij afwezigheid van een unitmanager van een toezichteenheid, van de directie Bedrijfsvoering, van de directie Toezichtontwikkeling, Communicatie en Onderzoek of van de Toezicht Beheereenheid, is een door de betrokken hoofdinspecteur respectievelijk betrokken directeur schriftelijk daartoe aangewezen plaatsvervanger bevoegd de bevoegdheden van de afwezige unitmanager uit te oefenen.

Paragraaf

Artikel 23

1. De functionarissen, genoemd in de artikelen 2 tot en met 16, en 19 en de functionarissen, bedoeld in de artikelen 20 en 21, maken van het aan hen verleende mandaat, en de aan hen verleende volmacht en machtiging slechts gebruik voorzover het aangelegenheden betreft die behoren tot hun werkterrein.

2. De functionarissen, genoemd in de artikelen 2 tot en met 16, en 19 en de functionarissen, bedoeld in de artikelen 20 en 21, nemen bij de uitoefening van het aan hen verleende mandaat, en de aan hen verleende volmacht en machtiging de instructies van de inspecteur-generaal in acht.

Paragraaf

Artikel 24

1.

Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling overeenkomstig het bepaalde in dit besluit, geschiedt op briefpapier van het ministerie met het hoofd:

INSPECTIE VERKEER EN WATERSTAAT.

2.

Een document als bedoeld in het eerste lid, dat door een functionaris, genoemd in artikel 2, onder a, alsmede bij afwezigheid van de inspecteur-generaal door de functionaris, genoemd in artikel 22, eerste lid, wordt vastgesteld, vermeldt aan het slot:

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,,

dan wel:

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,,

in beide gevallen gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.

3.

Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door een functionaris, genoemd in artikel 2, onder b tot en met o, vermeldt aan het slot:

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,,

dan wel:

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,,

in beide gevallen gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.

4.

Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door een unitmanager, genoemd in de artikelen 3 tot en met 10, en 12 tot en met 15, onder a tot en met k, vermeldt aan het slot:

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,,

dan wel:

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,,

in beide gevallen gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken unitmanager.

5.

Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door de functionaris, genoemd in artikel 15, onder l, vermeldt aan het slot:

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,

DE BEHEERDER VAN HET NEDERLANDS LUCHTVAARTUIGREGISTER,,

gevolgd door de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.

6.

Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door een functionaris, bedoeld in artikel 11, vermeldt aan het slot:

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,

DE INSPECTEUR-GENERAAL VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,,

gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat.

7.

Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door een functionaris, genoemd in artikel 16, vermeldt aan het slot:

DE INSPECTEUR-GENERAAL VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,,

gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.

8.

Een document als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld door een functionaris als bedoeld in artikel 22, tweede tot en met vierde lid, vermeldt aan het slot:

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,,

dan wel:

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,,

in beide gevallen gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.

Artikel 25

Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Inspectie Verkeer en Waterstaat wordt ingetrokken.

Artikel 26

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2005.

Artikel 27

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Inspectie Verkeer en Waterstaat 2005.