40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 | BWBR0041794 | ministeriele-regeling | geldend | 2019-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0041794 | Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 |
Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*de Minister:* de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
b. b.
*de secretaris-generaal:* de secretaris-generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
c. c.
*de plaatsvervangend secretaris-generaal:* de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
d. d.
*de hoofden van dienst:*
1°.
de directeur-generaal Agro;
2°.
de directeur-generaal Natuur en Visserij;
3°.
de directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof;
4°.
de directeur-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied;
5°.
de directeur Strategie, Kennis en Innovatie;
6°.
de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken;
7°.
de directeur Communicatie;
8°.
de directeur Financieel-Economische Zaken;
9°.
de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
1°. 1°. de directeur-generaal Agro; 2°. 2°. de directeur-generaal Natuur en Visserij; 3°. 3°. de directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof; 4°. 4°. de directeur-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied; 5°. 5°. de directeur Strategie, Kennis en Innovatie; 6°. 6°. de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken; 7°. 7°. de directeur Communicatie; 8°. 8°. de directeur Financieel-Economische Zaken; 9°. 9°. de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. e. e.
*de P&O-aangelegenheden:* de aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;
f. f.
*de CAO Rijk:* de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren, werkzaam binnen de sector Rijk.
Artikel 2
De organisatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage.
Artikel 2a
Het in dit besluit ten aanzien van de Minister bepaalde is van overeenkomstige toepassing voor de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Artikel 3
1.
Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op:
a. a. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling met betrekking waartoe een wettelijk voorschrift zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet; b. b. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet.
2.
Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet zijn in ieder geval:
a. a. beslissingen omtrent politieke beleidswijzigingen en omtrent de uitbreiding of beperking van de bemoeienissen van de minister; b. b. het vaststellen van ministeriële regelingen en beleidsregels, met uitzondering van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, artikel 6, derde en vierde lid, en beleidsregels als bedoeld in artikel 6, zevende lid, en artikel 24, achtste lid; c. c. delegatie van bevoegdheden; d. d. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal is genomen; e. e. aangelegenheden met betrekking tot de secretaris-generaal.
3.
Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft voorts geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor:
a. a. de Koning en het Kabinet van de Koning; b. b. de raad van ministers of de daaruit gevormde vaste colleges; c. c. een minister of een staatssecretaris; d. d. de voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie; e. e. de Raad van State, behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; f. f. de Algemene Rekenkamer behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; g. g. een adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges; h. h. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een Minister of Staatssecretaris.
Paragraaf 2. Mandaat, volmacht en machtiging aan ondergeschikten
Artikel 4
1.
Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499); b. b. het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet dieren en het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europese Visserijbeleid; c. c. het vaststellen van personeelsreglementen als bedoeld in paragraaf 1.1 van de CAO Rijk en circulaires, met uitzondering van circulaires en personeelsreglementen die naar het oordeel van de secretaris-generaal door een hoofd van dienst moeten worden vastgesteld; d. d. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst; e. e. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst:
1°.
ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat hij door hem zullen worden behandeld of;
2°.
die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij hij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moet worden behandeld;
1°. 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat hij door hem zullen worden behandeld of; 2°. 2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij hij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moet worden behandeld; f. f. het verkennen van de inrichting en de opbouw van nieuwe organisatieonderdelen binnen het ministerie; g. g. aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; h. h. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen, commissies en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst; i. i. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, alsmede het bespreken van de algemene gang van zaken van de onderneming in de overlegvergadering als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden voor zover niet vallend onder het werkterrein van een hoofd van dienst; j. j. aangelegenheden op het gebied van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften; k. k. aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; l. l. aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is; m. m. het vervullen van de bestuurlijke contactfunctie voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met regionale sleutelfiguren in geval van het uitbreken van een crisis; n. n. de algemene coördinatie van de belangen, het beleid en de activiteiten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake Caribisch Nederland, inclusief algemeen bestuurlijke taken; o. o. het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken aanwijzen van functies die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden als vertrouwensfuncties; p. p. het invulling geven aan de eigenaarsrol van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit richting de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit, Staatsbosbeheer, Bureau Beheer Landbouwgronden, en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden; q. q. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017.
2.
Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, behoren in ieder geval:
a. a. het vaststellen van de organisatie en formatie van de diensten:
1°.
het directoraat-generaal Agro;
2°.
het directoraat-generaal Natuur en Visserij;
3°.
het directoraat-generaal Landelijk Gebied en Stikstof;
4°.
het directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied;
5°.
de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken;
6°.
de directie Communicatie;
7°.
de directie Financieel-Economische Zaken.
1°. 1°. het directoraat-generaal Agro; 2°. 2°. het directoraat-generaal Natuur en Visserij; 3°. 3°. het directoraat-generaal Landelijk Gebied en Stikstof; 4°. 4°. het directoraat-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied; 5°. 5°. de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken; 6°. 6°. de directie Communicatie; 7°. 7°. de directie Financieel-Economische Zaken. b. b. het vaststellen van de apparaatskosten van de diensten; c. c. het vaststellen van interne circulaires; d. d. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de hoofden van dienst; e. e. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende:
1°.
het aanbieden van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor onbepaalde of bepaalde tijd en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen het met wederzijds goedvinden beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
2°.
het toekennen van een hogere salarisschaal;
3°.
het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk;
4°.
het opdragen van een andere functie;
5°.
het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden;
6°.
het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van sociaal flankerend beleid;
7°.
het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid;
8°.
het toekennen van schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000;
9°.
het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
10°.
de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk.
1°. 1°. het aanbieden van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor onbepaalde of bepaalde tijd en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst, waaronder begrepen het met wederzijds goedvinden beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden in de zin van artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek; 2°. 2°. het toekennen van een hogere salarisschaal; 3°. 3°. het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie, bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk; 4°. 4°. het opdragen van een andere functie; 5°. 5°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden; 6°. 6°. het toekennen van een terugkeergarantie, al dan niet op grond van sociaal flankerend beleid; 7°. 7°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid; 8°. 8°. het toekennen van schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000; 9°. 9°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk; 10°. 10°. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk. f. f.
Vervallen.
g. g. het toepassen van de hardheidsclausules, genoemd in paragraaf 7.1 en 7.2 van het personeelsreglement LNV.
Artikel 5
Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. a. het sturing geven aan de organisatie en bedrijfsvoeringsaspecten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waaronder het vaststellen van de begroting op de apparaatskosten en personeelsbudgetten; b. b. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie; c. c. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen; d. d. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie; e. e. het overleggen met medezeggenschap en centrales van vereniging van ambtenaren, met uitzondering van het bespreken van de algemene gang van zaken van de onderneming in de overlegvergadering als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Wet op de ondernemingsraden; f. f. het optreden als Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door onder meer het voorzitten van de LNV CIO-raad en het binnen het ministerie beheren van het portfolio op het gebied van informatievoorziening en sturen op de naleving van (inter)departementale kaders; g. g. het voorzitten van het Bedrijfsvoeringoverleg van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; h. h. het invulling geven aan de bedrijfsmatige relatie met de aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gelieerde organisaties met publieke taken; i. i. het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal; j. j. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en de Interdepartementale Commissie Chief Information Officers; k. k. het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), het handhaven, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5. en 5.6 van de WNT, ten aanzien van de in artikel 1 van die wet bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen en de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de voorgaande bevoegdheid; l. l. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; m. m. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; n. n. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is; o. o. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst of de directeur van het Agentschap CIBG, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels en selectielijsten als bedoeld in de artikelen 14 van het Archiefbesluit 1995 en 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995; p. p. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017; q. q. het uitoefenen van bevoegdheden die voortvloeien uit zeggenschap over privaatrechtelijke rechtspersonen, niet zijnde zelfstandige bestuursorganen; r. r. het invulling geven aan de eigenaarsrol van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit richting de zelfstandige bestuursorganen, met uitzondering van Staatsbosbeheer, Bureau Beheer Landbouwgronden en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden; s. s. het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, betreffende:
1°.
het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk;
2°.
het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
3°.
het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
1°. 1°. het opleggen van straffen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk; 2°. 2°. het met wederzijds goedvinden beëindigen van een arbeidsovereenkomst, voor zover dit gepaard gaat met een financiële regeling waarin een geldelijke tegemoetkoming wordt verstrekt, anders of hoger dan die, bedoeld in artikel 7:673, tweede lid, en 7:671b, achtste lid, van het Burgerlijk Wetboek; 3°. 3°. het opzeggen van een arbeidsovereenkomst om een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek; t. t. het inschrijven van het kernministerie en zijn machtigingenbeheerders in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten; u. u. het verstrekken van ketenmachtigingen als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten door registratie in het machtigingenregister, op naam van het kernministerie of van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, aan andere agentschappen of aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen; v. v. aangelegenheden op het gebied van de Raad voor Dierenaangelegenheden.
Artikel 6
1. Aan de hoofden van dienst wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlage van dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of aan een ander hoofd van dienst.
2. Aan de hoofden van dienst wordt tevens, ieder voor zich, voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening.
3. Aan de secretaris-generaal wordt mandaat en machtiging verleend inzake de benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden en de secretaris van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
4. Aan de directeur-generaal Agro wordt tevens mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet dieren.
5. Aan de directeur-generaal Natuur en Visserij wordt mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europees Visserijbeleid.
6. Aan de directeur-generaal Agro de directeur-generaal Natuur en Visserij, de directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof en de directeur-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied wordt tevens, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017.
7. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt op zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beleidsregels, met uitzondering van beleidsregels omtrent de uitleg van wettelijke voorschriften.
8. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften op zijn werkterrein, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures die niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebben.
9. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein.
10. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het inschrijven van zijn dienstonderdeel en zijn machtigingenbeheerders in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten, met inachtneming van door de secretaris-generaal gestelde regels;
11.
Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het verstrekken van subsidies voor de wettelijke onderzoekstaak ‘WOT voedselveiligheid’ op grond van artikel 11, onderdeel b, juncto bijlage 1 van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek, voor zover:
a. a. de te subsidiëren activiteiten gericht zijn op ondersteuning van de NVWA; en b. b. het te verstrekken subsidiebedrag het subsidieplafond genoemd in bijlage 3, paragraaf 2, van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek voor de WOT voedselveiligheid gericht op de ondersteuning van de NVWA ten behoeve van het instituut Wageningen Research, niet te boven gaat.
Artikel 6a
Aan de programmadirecteur PDC, kostprijsmodel en herziening retributiestelsel en de programmadirecteur Stelsel keuren en toezicht wordt ieder voor zich mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op het werkterrein van het programma, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 1.000.000 per verplichting niet te boven gaat, en met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of aan een hoofd van dienst.
Paragraaf 3. Instructies
Artikel 7
Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van:
a. a. ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies; b. b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie.
Artikel 8
1.
Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:
(handtekening)
(naam functionaris)
(functie)
2.
Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken geschiedt als volgt:
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:
(naam functionaris)
(functie)
Dit bericht is automatisch gegenereerd en bevat daarom geen handtekening.
3. In uitzondering op het tweede lid kan een automatisch gegenereerd stuk ook met handtekening worden ondertekend. De ondertekening geschiedt dan zoals genoemd in het eerste lid.
Paragraaf 4. Ondermandaat
Artikel 9
1. De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst binnen diens werkterrein ondermandaat en machtiging verlenen voor benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen, commissies en colleges.
2. De secretaris-generaal kan tevens ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan functionarissen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor het verkennen van de inrichting en de opbouw van nieuwe organisatieonderdelen binnen het ministerie;
3. De secretaris-generaal kan voorts aan een hoofd van dienst ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor P&O-aangelegenheden van zijn dienst, waarvoor de secretaris-generaal of de directeur Mens en Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat krachtens dit besluit mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen.
4. De secretaris-generaal kan voorts aan de plaatsvervangend secretaris-generaal ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor aangelegenheden op zijn werkterrein, waaronder voor P&O-aangelegenheden.
5. De plaatsvervangend secretaris-generaal kan ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de secretaris-directeur voor aangelegenheden op het gebied van de Raad voor Dierenaangelegenheden.
Artikel 10
1. De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zich, voor hun werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in artikel 6, eerste lid, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatieonderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen en aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers.
2.
Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:
a. a. het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd; b. b. het verlenen van langdurend verlof als bedoeld in paragraaf 4.6 van de CAO Rijk; c. c. het opdragen van een andere functie; d. d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden; e. e. het toekennen van een hogere salarisschaal; f. f. het toekennen van beloningen; g. g. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen; h. h. het treffen van ordemaatregelen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de CAO Rijk; i. i. het toekennen van een terugkeergarantie; j. j. het afnemen van de eed en belofte; k. k. het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met en het inlenen op basis van een uitzend- of detacheringsovereenkomst dan wel op basis van een overeenkomst van opdracht van een persoon die de AOW-leeftijd heeft bereikt; l. l. het behandelen en beslissen op aanvragen voor een RVU-uitkering.
3. De secretaris-generaal kan aan de hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging. Een afschrift hiervan wordt aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat toegezonden.
4. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit kan voor door hem in mandaat genomen besluiten inzake maatregelen naar aanleiding van importinspecties een ondertekeningsmandaat verlenen aan functionarissen van de plantaardige keuringsdiensten.
5. De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit kan aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het uitvaardigen van dwangbevelen en de daaruit voortvloeiende uitvoering van executiegeschillen, en voor het treffen van betalingsregelingen. De inspecteur-generaal kan de algemeen directeur toestaan ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.
6. Aan de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit wordt mandaat verleend om per geval of in het algemeen instructies te geven ter zake van de uitoefening van de krachtens het vijfde lid aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau toekomende bevoegdheden. De inspecteur-generaal kan ondermandaat verlenen aan de directeur-generaal Straffen en Beschermen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid om beleidsregels te ondertekenen met betrekking tot de mogelijkheid voor het Centraal Justitieel Incassobureau om als onderdeel van de aan die dienst toevertrouwde innings- en incassowerkzaamheden betalingsregelingen te treffen met het oog op één gecoördineerde dienstverlening aan burgers.
7. De directeur-generaal Agro kan aan de directeur Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn ondermandaat en machtiging verlenen voor het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet dieren.
Artikel 11
1. Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
2. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in de artikelen 9 en 10 wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Informatievoorziening en de directeur Mens en Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Auditdienst Rijk.
Paragraaf 5. Vervanging
Artikel 12
1. De uit dit besluit voor de secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van zijn afwezigheid over op de plaatsvervangend secretaris-generaal. Bij afwezigheid van zowel de secretaris-generaal als de plaatsvervangend secretaris-generaal gaan de uit dit besluit voortvloeiende bevoegdheden over op een door de secretaris-generaal aangewezen directeur-generaal.
2. De uit dit besluit voor de plaatsvervangend secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op de secretaris-generaal. Bij afwezigheid van zowel de plaatsvervangend secretaris-generaal als de secretaris-generaal gaan deze bevoegdheden over op een door de secretaris-generaal aangewezen directeur-generaal.
3. De uit dit besluit voor de hoofden van dienst voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.
Paragraaf 6. Ondertekening bij afwezigheid minister
Artikel 13
1. Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door hem wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal.
2.
In het geval bedoeld in het eerste lid geschiedt het ondertekenen als volgt:
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:
overeenkomstig het door de minister genomen besluit:
(handtekening)
(naam)
secretaris-generaal
Paragraaf 7. Mandaat, volmacht en machtiging aan niet-ondergeschikten
Paragraaf 7.1. Dienstonderdelen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat die ook taken verrichten voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Artikel 14
1. De directie Informatievoorziening en de directie Mens en Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat verrichten, ieder voor zich, de aan hen opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019 en de bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ook voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
2. De directie Algemene Economische Politiek van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat verricht de aan haar opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019 en de bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, voor zover van toepassing, ook voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
3. De directie Bureau Bestuursraad van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de directie Communicatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat verrichten, ieder voor zich, de aan hen opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019 en de bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, voor zover van toepassing, ook voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
4. De afdeling Financiële Diensten en Administratie van de directie Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat verricht de taken betreffende de financiële administratie ook voor de directie Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
5. De Dienst ICT Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat verrichten, ieder voor zich, de aan hen opgedragen taken in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019 en de bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, voor zover van toepassing, ook voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Paragraaf 7.2. Mandaat, volmacht en machtiging aan hoofden van dienst en andere functionarissen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Artikel 15
Aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de directeur-generaal Klimaat en Energie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een medewerker bij het kernministerie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017.
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
Aan de directeur-generaal Economie en Digitalisering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen ten behoeven van het versterken van het duurzaam economisch groeivermogen van Nederland en het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerende economie en markten door middel van:
a. a. het analyseren van en het adviseren over en waar nodig interveniëren op het gebied van macro-economische ontwikkelingen, arbeidsmarkt en sociale zekerheid, collectieve sector, overheidsfinanciën en ordening voor zover de algemeen-economische of budgettaire aspecten leidend zijn; b. b. het analyseren van en adviseren over algemeen-economische aspecten van EU-beleid, waaronder macro economische beleidscoördinatie in EU-verband, EU 2020 en Ecofin; c. c. het begeleiden en waar nodig initiëren van activiteiten in het kader van het beleid gericht op structurele hervorming van de Nederlandse economie; d. d. het verkennen, het agenderen, het aanjagen en het adviseren van ontwikkelingen en vraagstukken in de breedte van het beleidsterrein van het Ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit; e. e. het versterken van het strategisch vermogen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit; f. f. het coördineren van het fiscale beleid binnen het Ministerie van Landbouw, Natuur en voedselkwaliteit.
Artikel 18a
Aan de directeur Informatievoorziening van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:
a. a. het ontwikkelen van beleid en adviseren van de departementsleiding en het management en het leveren van een bijdrage aan interdepartementale beleidsontwikkeling op het gebied van de facilitaire diensten, inkoop, ICT-toepassingen, informatievoorziening en huisvesting; b. b. het beschikbaar stellen en houden van ICT-toepassingen, ondersteuning bij het gebruik van toepassingen en het functioneel beheer van concernapplicaties en gegevensbeheer voor Identity Management; c. c. het geven van sturing aan de Dienst ICT Uitvoering; d. d. het uitvoeren van zowel alle operationele taken binnen het spectrum van digitale informatievoorziening als de wettelijke taken die hierover zijn vastgelegd voor het kernministerie; e. e. het voorzien in informatiecentra en interne nieuwsvoorziening; f. f. het adviseren over en het ontwikkelen van nieuwe informatieproducten, informatiekanalen, toepassingen en functionaliteiten; g. g. het coördineren van de inkoop van het ministerie; h. h. het aangaan van overeenkomsten op het terrein van roerende goederen en dienstverlening, alsmede het materiële beheer van roerende goederen; i. i. het in opdracht van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of een hoofd van dienst aangaan en ondertekenen van inkoopopdrachten en contracten; j. j. het voeren van regie op het gebied van kantoorhuisvesting zoals opgenomen in de masterplannen Rijkshuisvesting en op de pied-à-terres voor de politieke top, waaronder begrepen het tekenen van de akte van ingebruikgeving met het Rijksvastgoedbedrijf, het bepalen van de huisvestingsbehoefte en het sturen op regionale vestiging en volume op het gebied van huisvesting en huur van vastgoed; k. k. het voorzien in overige facilitaire zaken, waaronder begrepen maar niet beperkt tot personenvervoer, vertaaldiensten, telefooncentrale en uitvoering van evenementen; l. l. het adviseren van het management bij de directoraten-generaal en de stafdirecties op bedrijfsvoeringsterreinen en het doorgeleiden van wensen naar het juiste onderdeel binnen de directie Informatievoorziening en de directie Mens en Organisatie; m. m. het voorbereiden van (inter)departementaal overleg op het terrein van organisatie en bedrijfsvoering en het zorg dragen voor een integrale afweging; n. n. het voortouw nemen op bedrijfsvoeringsbrede thema's zoals (informatie)beveiliging; o. o. het leveren van diensten en voorzieningen voor een vlot verloop van het dagelijkse werk voor de individuele medewerker van het kernministerie, waaronder begrepen maar niet beperkt tot het reserveren van vergaderzalen met catering, het voorzien in toegangspassen en het afhandelen van vragen en storingsmeldingen; p. p. het behandelen van verzoeken tot het organiseren van evenementen en verzoeken tot interne verhuizingen; q. q. het verzorgen van de communicatie binnen het kernministerie inzake bedrijfsvoeringsonderwerpen; r. r. het leveren van managementinformatie ten behoeve van de departementsleiding en dienstonderdelen op het gebied van bedrijfsvoering; s. s. de controle op de personele budgetten, processen en formatie van het kernministerie; t. t. de financiële controle op materiele budgetten en het bewaken van de kwaliteit van werkprocessen van de directie; u. u. het in opdracht van een hoofd van dienst autoriseren van medewerkers van het kernministerie, het Centraal Planbureau, de Dienst Nationaal Coördinator Groningen en het Staatstoezicht op de Mijnen, voor het afnemen van digitale overheidsdiensten door middel van het inkopen, uitgeven en beheren van digitale authenticatiemiddelen; v. v. het geven van sturing ten aanzien van budgetten en kwaliteit van dienstverlening aan shared service organisaties (SSO’s) en concern dienstverleners (CDV’s) op het gebied van bedrijfsvoeringsdienstverlening; w. w. het zorg dragen voor een actuele inschrijving van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; x. x. het coördineren en het ontwerpen van de selectielijsten zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Archiefwet 1995 voor het gehele ministerie; y. y. het ondersteunen van de plaatsvervangend secretaris-generaal bij het zorgdragen voor een juiste en actuele inschrijving van het kernministerie zoals bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en zijn machtigingenbeheerders in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten; z. z. het ondersteunen van de plaatsvervangend secretaris-generaal bij het verstrekken van ketenmachtigingen als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten door registratie in het machtigingenregister, op naam van het kernministerie of van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, aan andere agentschappen of aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen.
Artikel 18b
1.
Aan de directeur Mens en Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:
a. a. het ontwikkelen van beleid en adviseren van de departementsleiding en het management en het leveren van een bijdrage aan interdepartementale beleidsontwikkeling op het gebied van personeel en organisatie, en ondersteuning van het management bij de directoraten-generaal en de stafdirecties; b. b. het adviseren van de departementsleiding en het management over het implementeren van beleid op het gebied van management development (ABD), mobiliteit, werving, opleiding, de personeelscyclus, leren en ontwikkelen, diversiteit en gezond & veilig werken (of vitaliteit); c. c. het ondersteunen en adviseren van de departementsleiding en het management inzake medezeggenschap, personeelsadvies en sociaal-juridische zaken; d. d. het uitvoeren van taken rond personeels- en salarisadministratie voor zover die niet bij P-Direkt zijn ondergebracht en met betrekking tot de personeelsstichting; e. e. het voorzien in de secretariële ondersteuning bij de directoraten-generaal en de stafdirecties en het standaardiseren van bijbehorende werkprocessen; f. f. het ondersteunen van concern en bestuur bij organisatieontwikkeling en verandertrajecten door middel van advisering, teamcoaching en procesbegeleiding; g. g. voorbereiden van (inter)departementaal overleg op het terrein van organisatie en bedrijfsvoering en het zorg dragen voor een integrale afweging; h. h. het voortouw nemen op bedrijfsvoeringsbrede thema's zoals het nieuwe werken en programmatisch werken; i. i. het voorzien in expertise en capaciteit op het terrein van beleid (projectenpool), bedrijfsvoering en interim-management; j. j. het geven van sturing ten aanzien van budgetten en kwaliteit van dienstverlening aan shared service organisaties (SSO’s) en concern dienstverleners (CDV’s) op het gebied van bedrijfsvoeringsdienstverlening;
2.
Aan de directeur Mens en Organisatie wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en beslissingen en het verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, betreffende:
a. a. het verlenen van langdurend verlof ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in paragraaf 4.6 van de CAO Rijk; b. b. het toekennen van een terugkeergarantie op grond van sociaal flankerend beleid; c. c. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid; d. d. het toekennen van verplichte en onverplichte schadeloosstellingen, vergoedingen en overige geldelijke tegemoetkomingen boven een bedrag van € 10.000; e. e. de mogelijkheid van hoofdstuk 2 van de CAO Rijk om tijdelijke arbeidsovereenkomsten in zeer bijzondere situaties te sluiten, waarbij wordt afgeweken van hetgeen is geregeld in de CAO Rijk.
Artikel 19
Aan de directeur Bureau Bestuursraad van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. a. de administratieve ondersteuning van het coördineren van de stukkenstroom voor het parlement en de ministerraad; b. b. de administratieve ondersteuning van het voeren van het secretariaat van de bewindspersonenstaf en de bestuursraad; c. c. de administratieve ondersteuning van het coördineren van de stukkenstroom gericht aan de bewindspersonen en de ambtelijke top; d. d. het behandelen van aanvragen en ondersteuningen voor Koninklijke onderscheidingen, de registratie en het beheer van relatiegeschenken, het coördineren en adviseren over activiteiten rond een overlijden en het coördineren en adviseren over evenementen; e. e. het houden van toezicht op de toepassing en de naleving van de geldende wet- en regelgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens door een functionaris voor de gegevensbescherming; f. f. het adviseren over het beleid ten aanzien van financiële belangen (compliance); g. g. het zorgdragen voor het toezicht en het geven van advies over de integrale beveiliging van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, waaronder begrepen het (laten) onderzoeken van incidenten, het opstellen en onderhouden van de lijst vertrouwensfuncties en de coördinatie van veiligheidsonderzoeken; h. h. het facilitair ondersteunen van de bewindspersonen; i. i. het stimuleren en implementeren van integriteitsbeleid, inclusief beleid ten aanzien van financiële belangen, en het adviseren over en onderzoek doen naar integriteitsmeldingen.
Artikel 20
Aan de directeur Communicatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. a. het ondersteunen bij externe optredens; b. b. het beheer van de Rijkshuisstijl; c. c. het vervullen van de liaisonfunctie tussen de redactie van Rijksoverheid.nl en de directie Communicatie; d. d. het adviseren over en het produceren van relevant beeldmateriaal ter ondersteuning van de interne en externe communicatie; e. e. het beheer van de rijksbrede mediatheek; f. f. het begeleiden van inkoop van communicatiediensten en -producten; g. g. het beantwoorden en doorgeleiden van burgercorrespondentie.
Artikel 21
Aan het hoofd van de afdeling Financiële Diensten en Administratie van de directie Financiële Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het zorg dragen van het inrichten en het uitvoeren van de financiële administratie, waaronder het registreren van verplichtingen, het uitvoeren van betalingen en innen van vorderingen, het indienen van belastingaangiftes en het opleveren van financiële verantwoordingsinformatie.
Artikel 22
1.
Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. a. het vervaardigen van wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen; b. b. het verstrekken van juridische adviezen (inclusief zorg voor registratie van verzoeken op grond van de Wet open overheid, de departementale staatssteuncoördinatie binnen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de inhoudelijke toetsing van steunmaatregelen aan de staatssteunkaders en het afwikkelen van steundossiers zoals het opstellen en verzenden van meldingen of andere mededelingen aan de Europese Commissie); c. c. het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het voeren van voorlopige voorziening procedures, met uitzondering van:
1°.
het nemen van beslissingen op bezwaarschriften inzake de Wet normering topinkomens, de Wet open overheid, de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Algemene verordening gegevensbescherming, uitgezonderd besluiten op bezwaar inzake de in dit subonderdeel genoemde wetten, die gestoeld zijn op artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht;
2°.
het behandelen van bezwaarschriften en het voeren van voorlopige voorziening procedures over besluiten behorende tot het werkterrein van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
1°. 1°. het nemen van beslissingen op bezwaarschriften inzake de Wet normering topinkomens, de Wet open overheid, de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Algemene verordening gegevensbescherming, uitgezonderd besluiten op bezwaar inzake de in dit subonderdeel genoemde wetten, die gestoeld zijn op artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht; 2°. 2°. het behandelen van bezwaarschriften en het voeren van voorlopige voorziening procedures over besluiten behorende tot het werkterrein van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; d. d. voor het voeren van beroep en hoger beroep, waaronder begrepen het instellen van beroep en hoger beroep en het voeren van voorlopige voorziening procedures, met uitzondering van deze procedures over:
1°.
besluiten behorende tot het werkterrein van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;
2°.
besluiten inzake personeelsaangelegenheden;
1°. 1°. besluiten behorende tot het werkterrein van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; 2°. 2°. besluiten inzake personeelsaangelegenheden; e. e. het behandelen van verzoeken van de Nationale ombudsman; f. f. de interdepartementale staatssteuncoördinatie, inclusief het voorzitterschap en secretariaat van het Interdepartementaal Steun Overleg; g. g. het opstellen van mandaatbesluiten, volmachten en machtigingen van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, waaronder dit besluit en het organisatiebesluit van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in de bijlage van dit besluit.
2. Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt tevens volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen op het werkterrein van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
Artikel 23
Aan de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met:
a. a. het zorg dragen voor betrouwbare, gestandaardiseerde en kosten efficiënte ICT-services die de bedrijfsprocessen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ondersteunen; b. b. het zorg dragen voor de bewaking van het gebruik van digitale authenticatiemiddelen voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; c. c. het in opdracht van een hoofd van dienst autoriseren van medewerkers van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor het afnemen van digitale overheidsdiensten door middel van het inkopen, uitgeven en beheren van digitale authenticatiemiddelen; d. d. het zorgdragen voor het crypto-beheer van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, waaronder het autoriseren van gebruikers van cryptomiddelen, het registreren en beheren van in gebruik zijnde cryptomiddelen en het implementeren van de cryptografische technieken conform vigerende wet- en regelgeving.
Artikel 24
1.
Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
a. a. het uitvoeren van de in de Rijksoctrooiwet 1995 en de in de Wet van 28 oktober 1987, houdende regelen inzake de bescherming van oorspronkelijke topografieën van halfgeleiderprodukten genoemde taken; b. b. het als nationaal voorportaal samenwerken met het Europees Octrooi Bureau ter bevordering van de kennisbescherming; c. c. het verzamelen, het analyseren en het voor derden toegankelijk maken van alle relevante octrooi informatie; d. d. het ontsluiten en het klantvriendelijk beschikbaar stellen van informatie over industriële eigendomsrechten; e. e. het aan derden aanbieden van zoeksystemen in de octrooiliteratuur; f. f. het leveren van bijdragen voor de beleidsvoorbereiding van het kernministerie op het gebied van industriële eigendom; g. g. het in samenwerking met het kernministerie deelnemen aan internationaal overleg over onderwerpen van industriële eigendom; h. h. het geven van voorlichting over beschermingsvormen voor innovatieve ontwikkelingen; i. i. het ondersteunen van ondernemers en publieke organisaties bij het internationaal ondernemen en samenwerken; j. j. het stimuleren van internationale activiteiten met informatie over buitenlandse markten, met projectmatige en financiële ondersteuning en door het leggen van contacten met zakenpartners in het buitenland; k. k. het geven van informatie over kansrijke sectoren in het buitenland, over buitenlandse markten en wet- en regelgeving; l. l. het uitvoeren van regelingen en programma's ter financiële ondersteuning van sectoren en ondernemingen en het inbrengen van expertise bij het opstellen van plannen; m. m. het leggen van contacten met interessante zakenpartners en relevante publieke organisaties in de markt of sector die de ondernemer wil betreden, via promotionele activiteiten; n. n. het uitdragen en het versterken van de economische beeldvorming van Nederland in het buitenland; o. o. de promotie van Nederland als vestigingslocatie voor buitenlandse investeerders; p. p. de assistentie van buitenlandse bedrijven bij het nemen van hun vestigingsbesluit; q. q. de coördinatie van de acquisitie-inspanningen op nationaal, regionaal en lokaal niveau; r. r. de beleidssignalering, binnen en buiten het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ten aanzien van het Nederlandse vestigingsklimaat in internationaal perspectief; s. s. het informeren van Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheden over innovaties, technologische ontwikkelingen en ontwikkelingen in het innovatiebeleid; t. t. het bevorderen van internationale contacten op het gebied van innovatie(beleid) en technisch wetenschappelijke samenwerking; u. u. het stimuleren van duurzame ontwikkeling en innovatie door een brug te slaan tussen markt en overheid; v. v. het uitvoeren van overheidsbeleid met betrekking tot innovatie, energie en klimaat, en fysieke leefomgeving; w. w. het beslissen op verzoeken om ontheffing van de jaarrekeningplicht, zoals ontheffing van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het vaststellen van een jaarrekening of ontheffing van de verplichting tot het vermelden van gegevens betreffende deelnemingen; x. x. het fungeren als landelijk opererende uitvoeringsorganisatie voor Europese en nationale regelgeving en programma's, onder meer gericht op subsidieverlening, inkomenssteun, schadevergoeding, nadeelcompensatie, onverplichte tegemoetkomingen, vergunningverlening, monitoring en maatregelen; y. y. het bieden van ondersteuning bij de administratieve en financiële afwikkeling van crises; z. z. het fungeren als loket voor burgers en ondernemers; aa. aa. de ontwikkeling en het beheer van gegevensregistraties van dieren, percelen, grondgebruik en relaties, en het beschikbaar stellen van gegevens aan andere publieke en private organisaties; bb. bb. de registratie en integratie van gegevens gericht op evaluatie en beleidsontwikkeling en de advisering over beleidsontwikkeling met het oog op de uitvoerbaarheid; cc. cc. het beschikbaar stellen van zijn inhoudelijke expertise, uitvoeringsdeskundigheid en infrastructuur aan andere opdrachtgevers binnen de overheid, nationaal en in EU-verband in de vorm van adviezen of anderszins; dd. dd. het vertalen van wet- en regelgeving naar effectief en efficiënt uitvoeringsbeleid; ee. ee. het in opdracht van een hoofd van dienst of de plaatsvervangend secretaris-generaal uitvoeren van aanbestedingsprocedures en het ondertekenen van contracten en raamovereenkomsten; ff. ff. het uitvoeren van gebiedsgericht beleid waaronder begrepen de inrichting van het landelijk gebied en het uitvoeren van werkzaamheden op het gebied van Geografische Informatiesystemen (GIS Competence Center); gg. gg. het behandelen van schadeverzoeken in het kader van besluitvorming op grond van hoofdstuk 15 van de Omgevingswet betreffende energieprojecten; hh. hh. het beoordelen van en het besluiten over projecten voor decentrale duurzame elektriciteitsopwekking; ii. ii. het uitvoeren van overheidsbeleid inzake de transparantiebenchmark en de Kristalprijs ter stimulering van maatschappelijk verantwoord ondernemen; jj. jj. het in opdracht van een hoofd van dienst voeren van het secretariaat van een adviescollege of adviescommissie, inclusief het betalen van de vergoedingen aan leden daarvan en het regelen van alle benodigde faciliteiten; kk. kk. het zorg dragen voor de verbetering van de professionaliteit van het aanbesteden en de naleving van de aanbestedingsregels in Nederland; ll. ll. het toetsen en verantwoorden van de besteding van Europese Fondsen vanuit de rol als Certificeringsautoriteit. mm. mm. het functioneren als erkend betaalorgaan voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid; nn. nn. het zorg dragen voor de implementatie en uitvoering van Europese verordeningen voor het visserijbeleid; oo. oo. het uitvoeren van de nationale en internationale visserij wet- en regelgeving; pp. pp. het namens de Staat voeren van bezwaarprocedures, (hoger) beroepsprocedures en voorlopige voorziening procedures, waaronder begrepen het instellen van betreffende rechtsmiddelen, inzake besluiten van de Kamer voor de Binnenvisserij, alsmede het vertegenwoordigen van de Staat als belanghebbende bij procedures aanhangig bij de Kamer voor de Binnenvisserij.
2. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen en feitelijke handelingen die verband houden met de uitvoering van wet- en regelgeving en andere taken op het terrein van landbouw, natuur en voedselkwaliteit, waaronder begrepen: de Wet open overheid, de Wet hergebruik van overheidsinformatie en de Algemene verordening gegevensbescherming, met uitzondering van die besluiten behorend tot het werkterrein van de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeur-generaal Agro, de directeur-generaal Natuur en Visserij, de directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof, de directeur-generaal Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied, de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken, de directeur Communicatie, de directeur Financieel Economische Zaken en de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
3.
Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, en het instellen en het voeren van beroep, hoger beroep en voorlopige voorziening procedures met betrekking tot:
a. a. besluiten die in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers; b. b. andere besluiten, die niet in ondermandaat zijn genomen door onder hem ressorterende medewerkers, op het terrein van landbouw, natuur en voedselkwaliteit, waarvoor vanuit het kernministerie aan hem opdracht is verleend.
4. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt tevens op zijn werkterrein mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening.
5. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners op zijn werkterrein.
6. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het detacheren van functionarissen voor functies, waaronder schaal 15 of hoger, in het buitenland betreffende het Landbouw Attachénetwerk (LAN), experts nationaux détachés (END) bij de Europese Commissie, het Innovatie Attachénetwerk (IAN), het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) en Internationale Organisaties.
7. De directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kan aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het uitvaardigen van dwangbevelen en de daaruit voortvloeiende uitvoering van executiegeschillen, en voor het treffen van betalingsregelingen. De directeur-generaal kan de algemeen directeur toestaan ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.
8. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt mandaat verleend om per geval of in het algemeen instructies, die ook beleidsregels kunnen omvatten, te geven ter zake van de uitoefening van de krachtens het zevende lid aan de algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau toekomende bevoegdheden. De directeur-generaal kan ondermandaat verlenen aan de directeur-generaal Straffen en Beschermen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid om beleidsregels te ondertekenen met betrekking tot de mogelijkheid voor het Centraal Justitieel Incassobureau om als onderdeel van de aan die dienst toevertrouwde innings- en incassowerkzaamheden betalingsregelingen te treffen met het oog op één gecoördineerde dienstverlening aan burger.
9. Aan de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt volmacht en machtiging verleend voor het terzake van het vorderen van schadevergoeding voegen als benadeelde partij in het strafproces in zaken die betrekking hebben op het werkterrein van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Paragraaf 8. Ondermandaat, volmacht en machtiging aan hoofden van dienst en andere functionarissen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Artikel 25
1. De directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur-generaal Economie en Digitalisering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Informatievoorziening van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Mens en Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Bureau Bestuursraad van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Communicatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, kunnen, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.
2. De ondermandaatbesluiten van de directeur Informatievoorziening van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Mens en Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de algemeen directeur van de Dienst ICT Uitvoering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat zijn van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
3. Het ondermandaatbesluit van de directeur-generaal Economie en Digitalisering van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is, voor zover het functionarissen van de directie Algemene Economische Politiek betreft, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verrichten voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
4. De ondermandaatbesluiten van de directeur Bureau Bestuursraad van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de directeur Communicatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat zijn, voor zover van toepassing, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
5. Het ondermandaatbesluit van de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is, voor zover het functionarissen van de afdeling Financiële Diensten en Administratie betreft, van overeenkomstige toepassing op werkzaamheden die worden verricht voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
6. Het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
7. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Auditdienst Rijk.
Paragraaf 9. Instructies aan niet-ondergeschikten
Artikel 26
Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van:
a. a. ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies; b. b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie.
Artikel 27
1.
Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:
(handtekening)
(naam functionaris)
(functie)
2.
Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van automatisch gegenereerde stukken geschiedt als volgt:
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:
(naam functionaris)
(functie)
Dit bericht is automatisch gegenereerd en bevat daarom geen handtekening.
3. In uitzondering op het tweede lid kan een automatisch gegenereerd stuk ook met handtekening worden ondertekend. De ondertekening geschiedt dan zoals genoemd in het eerste lid.
Paragraaf 10. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 28
Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2017 wordt ingetrokken.
Artikel 29
Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de hoofden van dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Algemene Rekenkamer.
Artikel 30
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2019, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2019.
Artikel 31
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019.
Artikel 32a
Vervallen