rijk/ministeriele-regeling/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-prorail-2024/BWBR0049649
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit mandaat, volmacht en machtiging ProRail 2024 BWBR0049649 ministeriele-regeling geldend 2024-05-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0049649 Besluit mandaat, volmacht en machtiging ProRail 2024

Besluit mandaat, volmacht en machtiging ProRail 2024

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
  • chief executive officer: chief executive officer van ProRail;
  • ProRail: ProRail B.V., gevestigd te Utrecht;
  • projectbesluit: besluit tot aanleg of wijziging van een spoorweg als bedoeld in artikel 5.46, eerste lid, van de Omgevingswet.

Artikel 2

1.

Aan de chief executive officer wordt mandaat verleend om besluiten te nemen inzake omgevingsvergunningen, maatwerkvoorschriften en toestemmingen om een gelijkwaardige maatregel toe te passen als bedoeld in hoofdstuk 9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover:

a. a. deze alleen betrekking hebben op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg; en b. b. de bevoegdheid daartoe bij of krachtens de Omgevingswet bij de minister is belegd.

2. Aan de chief executive officer wordt mandaat verleend om besluiten te nemen inzake ontheffingen krachtens artikel 22, derde lid, van de Spoorwegwet.

3.

Aan de chief executive officer wordt mandaat verleend om besluiten te nemen inzake aanvragen om schadevergoeding op grond van:

a. a. de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2024, voor zover de verzoeken tot schadevergoeding samenhangen met het nemen van besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid; b. b. de Beleidsregel nadeelcompensatie verleggen kabels en leidingen vanwege rijkswaterstaatswerken, rijkswegen en hoofdspoorwegen 2024, voor zover de aanvragen tot schadevergoeding samenhangen met:

        1°.
        het nemen van besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid;
      
      
        2°.
        een projectbesluit voor zover ProRail belast is met de werkzaamheden op grond van het desbetreffende projectbesluit;
      
      
        3°.
        werkzaamheden die ProRail uitvoert die door het Rijk overeenkomstig artikel 6 van de Wet Mobiliteitsfonds worden gefinancierd.

1°. 1°. het nemen van besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid; 2°. 2°. een projectbesluit voor zover ProRail belast is met de werkzaamheden op grond van het desbetreffende projectbesluit; 3°. 3°. werkzaamheden die ProRail uitvoert die door het Rijk overeenkomstig artikel 6 van de Wet Mobiliteitsfonds worden gefinancierd.

4. Aan de chief executive officer wordt mandaat verleend om besluiten te nemen inzake de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij niet tijdig nemen van besluiten als bedoeld in artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover dit verband houdt met besluiten die op grond van dit besluit zijn genomen.

5. De chief executive officer wordt mandaat verleend om alle overige rechtshandelingen te verrichten die verband houden met het aan hem in het eerste lid tot en met het vierde lid verleende mandaat.

6. De chief executive officer kan van het hem in het eerste tot en met vijfde lid verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 3

1.

Aan de chief executive officer wordt volmacht verleend om toepassing te geven aan de Overeenkomst inzake verleggingen van kabels en leidingen buiten beheersgebied (Stcrt. 1999, nr. 97), voor zover de toepassing van deze overeenkomst samenhangt met:

1°. 1°. besluiten als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid; 2°. 2°. een projectbesluit voor zover ProRail belast is met de werkzaamheden op grond van het desbetreffende projectbesluit; 3°. 3°. werkzaamheden die ProRail uitvoert die door het Rijk overeenkomstig artikel 6 van de Wet Mobiliteitsfonds worden gefinancierd.

2. De chief executive officer kan de in het eerste lid verleende volmacht doorgeven aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 4

1. Aan de chief executive officer wordt machtiging verleend om ter voorbereiding en afronding van de in artikel 2 bedoelde besluiten de benodigde handelingen te verrichten.

2. Aan de chief executive officer wordt machtiging verleend om meldingen als bedoeld in artikel 9.5, aanhef en onderdeel a, van het Besluit activiteiten leefomgeving te ontvangen en in behandeling te nemen.

3. De chief executive officer kan de in het eerste en tweede lid verleende machtigingen doorgeven aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 5

1. Aan de chief executive officer wordt mandaat verleend om te beslissen op een bezwaar tegen een besluit als bedoeld in artikel 2, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem in mandaat is genomen.

2. De chief executive officer kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door dezelfde functionaris is genomen.

3. Aan de chief executive officer wordt tevens machtiging verleend om ter voorbereiding en afronding van de in het eerste lid bedoelde besluiten de benodigde handelingen te verrichten.

4. De chief executive officer kan de in het derde lid verleende machtiging doorgeven aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 6

1. Aan de chief executive officer wordt machtiging verleend de minister te vertegenwoordigen in een procedure bij de bestuursrechter naar aanleiding van een door belanghebbende ingesteld beroep tegen een beslissing als bedoeld in artikel 5 of naar aanleiding van een door een belanghebbende ingesteld hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank en de daartoe benodigde handelingen te verrichten.

2. Aan de chief executive officer wordt machtiging verleend om namens de minister hoger beroep in te stellen tegen een uitspraak van de rechtbank inzake een beroep tegen een beslissing als bedoeld in het eerste lid.

3. De chief executive officer kan de machtiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, doorgeven aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

4. De gemachtigden, bedoeld in het tweede en derde lid, informeren de minister voorafgaand aan het instellen van hoger beroep.

Artikel 7

Bij de uitoefening van het mandaat, volmacht en machtiging worden de in de bijlage bij dit besluit opgenomen algemene instructie en door de minister per geval gegeven instructies in acht genomen.

Artikel 8

Van de verlening van ondermandaat en van het doorgeven van de machtiging en volmacht doet de chief executive officer schriftelijk mededeling aan de minister.

Artikel 9

Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging ProRail wordt ingetrokken.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging ProRail 2024.

Bijlage . Algemene instructie uitoefening mandaat, volmacht en machtiging ProRail inzake bevoegdheden