rijk/ministeriele-regeling/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-prorail-inzake-bevoegdheden-spoorwegwet/BWBR0031997
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit mandaat, volmacht en machtiging ProRail inzake bevoegdheden Spoorwegwet BWBR0031997 ministeriele-regeling geldend 2012-09-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0031997 Besluit mandaat, volmacht en machtiging ProRail inzake bevoegdheden Spoorwegwet

Besluit mandaat, volmacht en machtiging ProRail inzake bevoegdheden Spoorwegwet

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
  • president-directeur: president-directeur van ProRail;
  • ProRail: ProRail B.V., gevestigd te Utrecht;
  • tracébesluit: besluit op grond van de Tracéwet tot aanleg of wijziging van een landelijke spoorweg als bedoeld in artikel 1, eerste lid van die wet.

Artikel 2

1.

Aan de president-directeur wordt mandaat verleend om namens de minister besluiten te nemen inzake:

a. a. vergunningen krachtens artikel 19, eerste lid, van de Spoorwegwet; b. b. afwijkende begrenzingen van hoofdspoorwegen krachtens artikel 21, derde lid, van het Besluit spoorweginfrastructuur; c. c. het bij beschikking verzoeken om nadere informatie krachtens artikel 5, vijfde lid, van de Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen; d. d. het stellen van maatwerkvoorschriften krachtens artikel 6, eerste en tweede lid, van de Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen; e. e. ontheffingen krachtens artikel 13, derde lid, van de Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen; f. f. ontheffingen krachtens artikel 22, derde lid, van de Spoorwegwet; g. g. ontheffingen krachtens artikel 40, eerste lid, van het Besluit spoorverkeer met betrekking tot artikel 12, eerste lid, van het Besluit spoorverkeer.

2.

Aan de president-directeur wordt voorts mandaat verleend om namens de minister besluiten te nemen inzake verzoeken om schadevergoeding op grond van:

a. a. de Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999, voor zover de verzoeken tot schadevergoeding samenhangen met het nemen van besluiten als bedoeld in het eerste lid; b. b. de Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999), voor zover de verzoeken tot schadevergoeding samenhangen met:

        1°.
        het nemen van besluiten als bedoeld in het eerste lid;
      
      
        2°.
        een tracébesluit, voorzover ProRail belast is met de werkzaamheden op grond van het desbetreffende tracébesluit, of
      
      
        3°.
        een besluit als bedoeld in het Besluit Infrastructuurfonds en waarvoor ProRail belast is met de uitvoering van werkzaamheden.

1°. 1°. het nemen van besluiten als bedoeld in het eerste lid; 2°. 2°. een tracébesluit, voorzover ProRail belast is met de werkzaamheden op grond van het desbetreffende tracébesluit, of 3°. 3°. een besluit als bedoeld in het Besluit Infrastructuurfonds en waarvoor ProRail belast is met de uitvoering van werkzaamheden.

3. Aan de president-directeur wordt voorts mandaat verleend om namens de minister besluiten te nemen inzake de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij niet tijdig nemen van besluiten krachtens artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover dit verband houdt met besluiten die op grond van dit besluit zijn genomen.

4. De president-directeur kan van het hem in het eerste tot en met derde lid verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 3

1.

Aan de president-directeur wordt een volmacht verleend om toepassing te geven aan de Overeenkomst inzake verleggingen van kabels en leidingen buiten beheersgebied (Stcrt. 1999, nr. 97), voorzover de toepassing van deze overeenkomst samenhangt met:

1°. 1°. het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid; 2°. 2°. een tracébesluit, voorzover ProRail belast is met de werkzaamheden op grond van het desbetreffende tracébesluit, of 3°. 3°. een besluit als bedoeld in het Besluit infrastructuurfonds en waarvoor ProRail belast is met de uitvoering van werkzaamheden.

2. De president-directeur kan de in het eerste lid verleende volmacht doorgeven aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 4

1. Aan de president-directeur wordt een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in artikel 2 bedoelde besluiten de benodigde handelingen te verrichten.

2. De president-directeur kan de in het eerste lid verleende machtiging doorgeven aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 5

1. Aan de president-directeur wordt mandaat verleend om namens de minister te beslissen op een bezwaar tegen een besluit als bedoeld in artikel 2, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem in mandaat is genomen.

2. De president-directeur kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door dezelfde functionaris is genomen.

3. Aan de president-directeur wordt tevens een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten de benodigde handelingen te verrichten.

4. De president-directeur kan de in het derde lid verleende machtiging doorgeven aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 6

1. Aan de president-directeur wordt machtiging verleend de minister te vertegenwoordigen in een procedure bij de bestuursrechter naar aanleiding van een door belanghebbende ingesteld beroep tegen een beslissing als bedoeld in artikel 5 of naar aanleiding van een door een belanghebbende ingesteld hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank en de daartoe benodigde handelingen te verrichten.

2. Aan de president-directeur wordt machtiging verleend om namens de minister hoger beroep in te stellen tegen een uitspraak van de rechtbank inzake een beroep tegen een beslissing als bedoeld in het eerste lid.

3. De president-directeur kan de machtiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, doorgeven aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.

4. De gemachtigden, bedoeld in het tweede en derde lid, informeren de Minister voorafgaand aan het instellen van hoger beroep.

Artikel 7

Bij de uitoefening van het mandaat, volmacht en machtiging wordt de in de bijlage bij dit besluit opgenomen algemene instructie en door de minister per geval gegeven instructie in acht genomen.

Artikel 8

Van de verlening van ondermandaat en van het doorgeven van de machtiging en volmacht doet de president-directeur schriftelijk mededeling aan de minister.

Artikel 9

Het Besluit mandaat en machtiging ProRail Spoorwegwet wordt ingetrokken.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2012.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging ProRail inzake bevoegdheden Spoorwegwet.

Bijlage . Algemene instructie uitoefening mandaat, volmacht en machtiging ProRail inzake bevoegdheden