40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit openstelling Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2024 | BWBR0049501 | ministeriele-regeling | geldend | 2024-04-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0049501 | Besluit openstelling Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2024 |
Besluit openstelling Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2024
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- netlevering: elektriciteit die op het elektriciteitsnet wordt ingevoed;
- netto P50-waarde vollasturen: aantal vollasturen waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van een locatie en een productie-installatie die gebruik maakt van windenergie, is bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;
- niet-netlevering: elektriciteit die op een installatie wordt ingevoed;
- regeling: Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking.
Artikel 2
1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit op grond van artikel 2, derde lid, van de regeling, die wordt aangevraagd in de periode van 2 april 2024, 09:00 uur, tot 1 november 2024, 17:00 uur, wordt vastgesteld op € 100.000.000.
2. Per categorie productie-installaties kan in de periode, bedoeld in het eerste lid, per locatie waarop de productie-installatie wordt aangebracht, ten hoogste één aanvraag worden ingediend.
Artikel 3
1.
Als categorieën productie-installaties waarvoor op grond van artikel 2, derde lid, van de regeling een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend, worden aangewezen:
a. a. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kWp en ten hoogste 100 kWp; b. b. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kWp tot ten hoogste 500 kWp; c. c. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting en waarbij de zonnepanelen op of aan een gebouw zijn aangebracht, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 500 kWp en ten hoogste 6 MW; d. d. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op water drijven, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 500 kWp en ten hoogste 6 MWp; e. e. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting en waarbij de zonnepanelen, niet op of aan een gebouw aangebracht, op land staan, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 500 kWp en ten hoogste 6 MWp; f. f. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 100 kW; g. g. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 1 MW, en die worden gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2024, bedoeld in de bijlage, een windsnelheid heeft van:
1°.
≥ 8,5 m/s;
2°.
≥ 8,0 m/s en < 8,5 m/s;
3°.
≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s;
4°.
≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s;
5°.
≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of
6°.
< 6,75 m/s;
1°. 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. 2°. ≥ 8,0 m/s en < 8,5 m/s; 3°. 3°. ≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s; 4°. 4°. ≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s; 5°. 5°. ≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of 6°. 6°. < 6,75 m/s; h. h. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie met een of meer windturbines, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen hebben van ten minste 1 MW en ten hoogste 6 MW, en die worden gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 1 januari 2024, bedoeld in de bijlage, een windsnelheid heeft van:
1°.
≥ 8,5 m/s;
2°.
≥ 8,0 m/s en < 8,5 m/s;
3°.
≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s;
4°.
≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s;
5°.
≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of
6°.
< 6,75 m/s;
1°. 1°. ≥ 8,5 m/s; 2°. 2°. ≥ 8,0 m/s en < 8,5 m/s; 3°. 3°. ≥ 7,5 m/s en < 8,0 m/s; 4°. 4°. ≥ 7,0 m/s en < 7,5 m/s; 5°. 5°. ≥ 6,75 m/s en < 7,0 m/s; of 6°. 6°. < 6,75 m/s; i. i. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit potentiële of kinetische energie van stromend water door hydro-mechanisch-elektrische omzetting, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een kleinverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 100 kW; j. j. productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit potentiële of kinetische energie van stromend water door hydro-mechanisch-elektrische omzetting, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, met een totaal nominaal vermogen van ten minste 15 kW en ten hoogste 150 kW.
2. Het additioneel gecontracteerde terugleververmogen voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie uitsluitend met een of meer fotovoltaïsche zonnepanelen, die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c, d en e, bedraagt maximaal 50% van het piekvermogen van de zonnepanelen.
Artikel 4
De uiterste periodes voor het in gebruik nemen van een productie-installatie op grond van artikel 24, tweede lid, van de regeling, worden vastgesteld op:
a. a. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b: twee jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening; b. b. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c: drie jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening; c. c. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonne-energie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen d en e: vier jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening; d. d. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen f en g: drie jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening; e. e. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit windenergie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel h: vier jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening; f. f. voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit waterkracht bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen i en j: drie jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
Artikel 5
Voor een categorie productie-installaties als bedoeld in de eerste en tweede kolom van onderstaande tabel wordt:
a. a. het basisbedrag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de regeling, vastgesteld op het bedrag dat is opgenomen in de derde kolom van onderstaande tabel; b. b. het maximum aantal vollasturen, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de regeling, vastgesteld op het aantal dat is opgenomen in de vierde kolom van onderstaande tabel; c. c. de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de regeling, vastgesteld op het bedrag dat is opgenomen in de vijfde kolom van onderstaande tabel; d. d. het voorlopige correctiebedrag, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de regeling, voor 2024 vastgesteld op het bedrag dat is opgenomen in de zesde kolom van onderstaande tabel.
Artikel 5*
Dit besluit treedt in werking met ingang van 2 april 2024.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit openstelling Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking 2024.