rijk/ministeriele-regeling/bezwarenregeling-verzelfstandiging-rcc/BWBR0004874
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Bezwarenregeling verzelfstandiging RCC BWBR0004874 ministeriele-regeling geldend 1990-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004874 Bezwarenregeling verzelfstandiging RCC

Bezwarenregeling verzelfstandiging RCC

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. De commissie

Artikel 2

Er is een bezwarencommissie, hierna te noemen de commissie, welke tot taak heeft aan de minister advies uit te brengen over een bezwaar van een personeelslid, als bedoeld in artikel 6, zesde lid, van de Wet N.V. RCC.

Artikel 3

1. Behoudens het bepaalde in het vierde lid bestaat de commissie uit een voorzitter en vier leden, die worden benoemd door de minister. Voor benoeming komen slechts diegenen in aanmerking die bereid zijn om zich tot geheimhouding te verplichten van gegevens, waarover zij bij de behandeling van de bezwaren de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten kunnen vermoeden.

2. De voorzitter mag niet worden benoemd uit personen, die werkzaam zijn bij het Rijks Computercentrum. De voorzitter wordt benoemd door de minister uit een voordracht van twee personen opgemaakt door de vier leden van de commissie bedoeld onder lid 3.

3.

De benoeming van de overige leden geschiedt als volgt:

a. a. twee leden worden benoemd op voordracht van de directeur; b. b. twee leden worden benoemd op voordracht van de dienstcommissie of, na de overgangsdatum, het orgaan dat daarvoor in de plaats treedt.

4. Indien het aantal bezwaren hiertoe aanleiding geeft, kunnen overeenkomstig het derde lid, in dezelfde getalsverhouding meer leden worden benoemd.

5. Met inachtneming van het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid worden een of meer plaatsvervangend voorzitters en plaatsvervangende leden benoemd.

6.

De directeur wijst, in overleg met de voorzitter, een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan, die de commissie bijstaan.

Voor het geval als bedoeld in het vierde lid kan hij adjunct-secretarissen aanwijzen.

7. Aan de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers worden door het Rijks Computercentrum vergoedingen voor reis- en verblijfkosten verleend, volgens de bepalingen van het Reisbesluit 1971 (Stb. 1970, 602).

Artikel 4

1. De commissie komt met vier leden of plaatsvervangend leden, alsmede de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter, bijeen. De commissie stelt haar advies vast bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden.

2. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.

3. De commissie kan geen besluiten als bedoeld in het eerste lid van dit artikel nemen indien de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, alsmede ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden of plaatsvervangende leden niet aanwezig is.

4. De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.

Artikel 5

De commissie is bevoegd alle inlichtingen in te winnen welke zij voor een goed inzicht in de haar voorgelegde zaken nodig acht. Daartoe is zij onder meer bevoegd ieder personeelslid van het Rijks Computercentrum te horen en kennis te nemen van alle op die zaken betrekking hebbende stukken en bescheiden. Het personeelslid dat het bezwaar heeft ingediend wordt in de gelegenheid gesteld om aanwezig te zijn en van alle stukken en bescheiden, zoals die aan de commissie ter beschikking staan, kennis te nemen. Elk personeelslid, dat door de commissie wordt gehoord, ontvangt binnen een week na een gesprek een verslag van dat gesprek.

Hoofdstuk III. De procedure

Artikel 6

1. Een personeelslid kan binnen 1 maand nadat hem een arbeidsovereenkomst is aangeboden bezwaar maken tegen de overgang in dienst van de N.V. RCC. Desgewenst kan hij zich steeds doen bijstaan door een raadsman.

2. Een bezwaar wordt schriftelijk ingediend en met redenen omkleed. Het wordt gericht aan de minister en ingediend bij de directeur. Deze zendt het bezwaar zo mogelijk binnen 14 dagen na ontvangst door naar de commissie en doet daarvan mededeling aan het betrokken personeelslid.

3. In afwijking van het vorige lid zendt de directeur het bezwaarschrift van het personeelslid niet door indien sprake is van een kennelijke onvolkomenheid in de arbeidsvoorwaarden die voor het personeelslid zouden gelden vanaf de datum van overgang. In dat geval draagt hij zorg voor wijziging van de mededeling aan het betrokken personeelslid. Indien deze binnen twee weken na ontvangst van de gewijzigde mededeling gemotiveerd en schriftelijk te kennen geeft dat hij zijn bezwaar handhaaft wordt het bezwaarschrift en deze mededeling alsnog doorgezonden aan de commissie.

4. Betrokkene kan desgewenst zijn bezwaar mondeling toelichten voor ten minste drie leden van de commissie. De commissie kan afzien van het houden van een zitting indien zij zich op grond van de haar ter beschikking gestelde stukken voldoende geïnformeerd acht om tot een verantwoord advies te komen, behoudens in geval het betrokken personeelslid te kennen geeft dat bij zijn bezwaar mondeling wenst toe te lichten.

Artikel 7

1. De commissie zendt een bij haar ingediend bezwaarschrift, vergezeld van haar advies zo spoedig mogelijk aan de minister. Gelijktijdig zendt zij aan het betrokken personeelslid een afschrift van het advies.

2. Het advies bevat de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen en wordt ondertekend door de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter en de secretaris of de plaatsvervangend secretaris.

Artikel 8

1. De minister neemt met betrekking tot het ingediende bezwaar binnen twee weken na verzending van het advies een beslissing, waarbij mede het advies van de commissie wordt betrokken. Deze beslissing wordt met redenen omkleed.

2.

De beslissing wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van het betrokken personeelslid.

Afschriften van de beslissing worden gezonden aan de commissie en aan de directeur.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet N.V. RCC.

Het kan worden aangehaald als Bezwarenregeling verzelfstandiging RCC.

De tekst van dit besluit wordt met de daarbij behorende toelichting in de Nederlandse Staatscourant geplaatst.