rijk/ministeriele-regeling/bijdrageregeling-1990-incentive-algemene-bijstandswet/BWBR0004916
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Bijdrageregeling 1990 incentive Algemene Bijstandswet BWBR0004916 ministeriele-regeling geldend 1990-11-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004916 Bijdrageregeling 1990 incentive Algemene Bijstandswet

Bijdrageregeling 1990 incentive Algemene Bijstandswet

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Aan de gemeente, die bijdraagt aan de instandhouding van een banenpool en daartoe een samenwerkingsafspraak ex artikel 3 van de Rijksbijdrageregeling banenpools heeft gemaakt, wordt in 1991 met inachtneming van deze regeling een bijdrage verleend, gelijk aan 10% van het verschil tussen de kosten van bijstand over 1989 en de gecorrigeerde kosten van bijstand over 1990 vermeerderd met 10/9 deel van de aan de gemeente krachtens artikel 5, eerste lid sub a van de Rijksbijdrageregeling banenpools (Stcrt. 1990, nr. 169) verleende rijksbijdrage.

2. De minister kan op verzoek van een gemeente, ingeval die gemeente wegens voor haar onbeïnvloedbare omstandigheden de in het vorige lid bedoelde samenwerkingsafspraak niet kan maken, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid alsnog besluiten de bijdrage te verlenen als die gemeente naar zijn oordeel aantoonbaar inspanningen verricht gericht op bestrijding van langdurige werkloosheid.

3. Indien zich geen effectieve daling voordoet, wordt de bijdrage op nul gesteld.

Paragraaf 2. De bijdrage

Artikel 3

1.

Bij de vaststelling van de in art. 2, eerste lid bedoelde daling hanteert de minister de navolgende generieke correctief, ter opheffing van de effecten op de niet door de gemeenten beïnvloedbare uitgavenontwikkeling:

a. a. voor de mutatie in de landelijk gemiddelde uitkeringslast wegens wijziging van de bijstandsnormen en van de belasting- en premiepercentages; b. b. voor de effecten op de uitgavenontwikkeling die rechtstreeks voortvloeien uit daadwerkelijk door het Rijk doorgevoerde beleidsintensiveringen en -extensiveringen.

2. De minister stelt na afloop van het jaar 1990 de in het eerste lid bedoelde correctiefactoren vast.

Artikel 4

1. Op de bijdrage wordt een voorschot verleend.

2.

De minister stelt binnen twee maanden na ontvangst van de over het vierde kwartaal 1990 betrekking hebbende voorlopige kostenopgave als bedoeld in artikel 6, le lid sub a van het Besluit verantwoording en vergoeding uitkeringskosten ABW, IOAW en IOAZ (Stcrt. 1987, 188), per gemeente het voorschot vast, waarbij het bedrag wordt verkregen door toepassing van de formule;

{a (b × c¹ + d × c²)} × e

in welke formule voorstelt:

3. De minister deelt de vaststelling van het voorschot alsmede de in artikel 3, eerste lid bedoelde correctiefactoren schriftelijk aan het gemeentebestuur mede.

4. Het voorschot wordt uitbetaald binnen twee maanden na vaststelling daarvan.

Paragraaf 3. De definitieve vaststelling en terugvordering

Artikel 5

1. De minister stelt de bijdrage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, vast binnen een jaar na ontvangst van de op het jaar 1990 betrekking hebbende definitieve kostenopgave, als bedoeld in artikel 6, le lid sub b van het Besluit verantwoording en vergoeding uitkeringskosten ABW, IOAW en IOAZ.

2. Het bedrag van de bijdrage wordt verkregen door toepassing van de in artikel 4, tweede lid genoemde formule, met dien verstande dat in de letters a en b voor de voorlopige kostenopgaven wordt gelezen definitieve kostenopgave.

3. Het voorschot en de bijdrage zal, het gemeentebestuur gehoord, worden teruggevorderd indien niet aan het bepaalde in artikel 2 is voldaan.

4. De minister deelt de vaststelling van de bijdrage schriftelijk aan het gemeentebestuur mede.

5. De bijdrage wordt betaald met verrekening van het verleende voorschot, als bedoeld in het eerste lid van artikel 4.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 6

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant.

2. Afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

Artikel 7

Deze regeling kan worden aangehaald als: Bijdrageregeling 1990 incentive Algemene Bijstandswet.