rijk/ministeriele-regeling/bijdrageregeling-inburgering-oudkomers/BWBR0010879
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Bijdrageregeling inburgering oudkomers BWBR0010879 ministeriele-regeling geldend 1999-12-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010879 Bijdrageregeling inburgering oudkomers

Bijdrageregeling inburgering oudkomers

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De minister verstrekt het gemeentebestuur voor de uitvoering van het gemeentelijk beleid ter verbetering van de inburgering van oudkomers een bijdrage ter hoogte van het in de bij deze regeling behorende bijlage vermelde bedrag voor de periode 2000 tot en met 2003, indien het gemeentebestuur de minister een meerjarig plan voorlegt, waarin een samenstel van maatregelen is opgenomen dat naar het oordeel van de minister voldoet aan de in de artikelen 4 en 5 gestelde voorwaarden.

2. De minister verstrekt het gemeentebestuur ten behoeve van de ontwikkeling, de voorbereiding en de start van het meerjarig plan een bijdrage ter hoogte van het bedrag vermeld in de bij deze regeling behorende bijlage voor het jaar 1999.

Artikel 3

De op grond van artikel 2, eerste lid, toe te kennen bijdragen worden beschikbaar gesteld onder het voorbehoud van autorisatie door de begrotingswetgever.

Artikel 4

Aan het meerjarig plan legt het gemeentebestuur de volgende doelstelling ten grondslag: het vergroten van deelname aan en succesvolle afronding van trajecten voor beheersing van de Nederlandse taal door werklozen en opvoeders uit de groep oudkomers.

Artikel 5

1. Het gemeentebestuur geeft in het meerjarig plan een beschrijving van de omvang en de samenstelling van de groepen waarop het gemeentelijk beleid met het oog op het bereiken van de in artikel 4 genoemde doelstelling is gericht.

2. Het gemeentebestuur geeft in het meerjarig plan een beschrijving van de maatregelen die met het oog op de in artikel 4 genoemde doelstelling worden genomen en een globale indicatie van de bestedingen die ten laste van de bijdrage zullen worden gedaan.

3. Het gemeentebestuur geeft ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde maatregelen aan welke prestaties in termen van streefcijfers ten opzichte van de vastgestelde beginsituatie zullen worden bereikt.

Artikel 6

Indien de minister van oordeel is dat het meerjarig plan niet voldoet aan de artikelen 4 en 5, stelt hij het gemeentebestuur in de gelegenheid het meerjarig plan aan te passen. Hij stelt daarbij een termijn en geeft aan op welke onderdelen het meerjarig plan aanpassing behoeft.

Artikel 7

1. Het gemeentebestuur ontvangt de bijdrage, bedoeld in artikel 2, tweede lid, voor 1 december 1999.

2. Het gemeentebestuur ontvangt de bijdrage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in vier jaarlijkse termijnen, die telkens voor 1 juli betaalbaar worden gesteld.

3. Indien op 1 juli 2000 het meerjarig plan nog niet is goedgekeurd wordt de jaartermijn in 2000 onder voorbehoud van goedkeuring van het meerjarig plan uitbetaald.

Artikel 8

1. Het gemeentebestuur dient de bijdrage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, uiterlijk 31 december 2004 te hebben besteed.

2. Het gemeentebestuur brengt uiterlijk 15 juli 2005 aan de minister verslag uit over de besteding van de bijdragen, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid.

3. Het financieel verslag, bedoeld in het eerste lid, maakt deel uit van de rekening, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet derde lid. Het verslag is voorzien van de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet.

Artikel 9

De minister kan de bijdrage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien uit het financieel verslag, bedoeld in artikel 8, blijkt dat de bijdrage niet is besteed aan de uitvoering van het meerjarig plan.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Bijdrageregeling inburgering oudkomers.