rijk/ministeriele-regeling/bijdrageregeling-leefbaarheid-partiële-gsb-steden/BWBR0011314
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Bijdrageregeling leefbaarheid partiële GSB-steden BWBR0011314 ministeriele-regeling geldend 2000-04-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011314 Bijdrageregeling leefbaarheid partiële GSB-steden

Bijdrageregeling leefbaarheid partiële GSB-steden

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De minister verstrekt het gemeentebestuur voor de uitvoering van het gemeentelijk beleid ter verbetering van de leefbaarheid een bijdrage voor de periode 2000 tot en met 31 maart 2005, indien het gemeentebestuur als onderdeel van het meerjarig ontwikkelingsprogramma een samenstel van maatregelen opneemt dat naar het oordeel van de minister voldoet aan de in de artikelen 4 en 5 gestelde voorwaarden.

2. Het gemeentebestuur besteedt de aan hem uitgekeerde bijdrage als aanvullende financiering van het onderdeel leefbaarheid van het meerjarige ontwikkelingsprogramma.

Artikel 3

1. De bijdrage die het gemeentebestuur wordt toegekend na goedkeuring van het meerjarig ontwikkelingsprogramma staat vermeld in de bij deze regeling behorende bijlage.

2. De op grond van deze regeling toe te kennen bijdragen worden beschikbaar gesteld onder het voorbehoud van autorisatie door de begrotingswetgever.

Artikel 4

Aan het onderdeel leefbaarheid van het meerjarige ontwikkelingsprogramma legt het gemeentebestuur de volgende doelstellingen ten grondslag:

a) a) Het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid van de leefomgeving; b) b) Het bevorderen van burgerparticipatie; c) c) Het bevorderen van de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij het bevorderen van leefbaarheid en veiligheid; d) d) het bevorderen van een sluitende aanpak van sociale opvang en hulpverlening gericht op overlastgevende personen, waaronder dak- en thuislozen, met gecompliceerde, meervoudige problemen; e) e) realisatie van toezicht op locaties met een verhoogd overlast- en/of criminaliteitsrisico; f) f) het verbeteren van de nazorg voor stelselmatige daders; g) g) het ontwikkelen en uitvoeren van een gedegen veiligheidsanalyse, het investeren in de regiefunctie van de gemeente, het verbeteren van de informatievoorziening en het opstellen van veiligheidsarrangementen, in het bijzonder voor stationsgebieden en andere gebieden ten behoeve van het openbaar vervoer.

Artikel 5

1. Het gemeentebestuur geeft voor het onderdeel leefbaarheid van het meerjarig ontwikkelingsprogramma een beschrijving van de problematiek en van de omvang en samenstelling van de groepen waarop het gemeentelijk beleid met het oog op het bereiken van de in artikel 4 genoemde doelstelling is gericht.

2. Het gemeentebestuur geeft voor het onderdeel leefbaarheid van het meerjarig ontwikkelingsprogramma een beschrijving van de maatregelen die met het oog op de in artikel 4 genoemde doelstellingen worden genomen en een indicatie van de bestedingen die ten laste van de bijdrage zullen worden gedaan.

3. Het gemeentebestuur geeft ten aanzien van de in het eerste en tweede lid bedoelde maatregelen aan welke prestaties in termen van streefcijfers ten opzichte van de vastgestelde beginsituatie zullen worden bereikt.

4. Met betrekking tot de doelstelling genoemd in artikel 4, onderdeel d, omschrijft het gemeentebestuur de prestaties, bedoeld in het derde lid, in het aantal te realiseren plaatsen in de maatschappelijke opvang binnen de gemeente.

5.

Met betrekking tot de doelstelling genoemd in artikel 4, onderdeel e, omschrijft het gemeentebestuur de prestaties, bedoeld in het derde lid, in:

a. a. het aantal regulier gemaakte instroom/doorstroombanen, b. b. het aantal gerealiseerde aanvullende opleidingen voor toezichthouders of c. c. het aantal arbeidsmarkttoeleidingstrajecten voor toezichthouders.

6. Met betrekking tot de doelstelling genoemd in artikel 4 onderdeel f , omschrijft het gemeentebestuur de prestaties, bedoeld in het derde lid, in: de totstandkoming van een convenant tussen de bij de nazorg betrokken lokale partijen, daarbij inbegrepen een vaststelling van de beginsituatie van het aantal aangeboden nazorgtrajecten en afspraken over het aantal nazorgtrajecten in de jaren 20052009.

Artikel 6

Indien de minister van oordeel is dat het onderdeel leefbaarheid van het meerjarig ontwikkelingsprogramma niet voldoet aan de artikelen 4 en 5, stelt hij het gemeentebestuur in de gelegenheid het meerjarig ontwikkelingsprogramma aan te passen. Hij stelt daarbij een termijn en geeft aan op welke onderdelen het ontwikkelingsprogramma aanpassing behoeft.

Artikel 7

1. Het gemeentebestuur ontvangt de bijdrage in vijf jaarlijkse termijnen, die telkens voor 1 juli betaalbaar worden gesteld.

2. in afwijking van het eerste lid ontvangt het gemeentebestuur de jaartermijn 2001 van de in artikel 4, onder b, bedoelde middelen, voor 15 december 2001, onder voorbehoud van goedkeuring van de daarmee verband houdende wijziging van het meerjarig ontwikkelingsprogramma. In deze wijziging die voor 1 december 2001 wordt ingediend, geeft het gemeentebestuur aan op welke manier er vorm is gegeven aan burgerparticipatie en op welke wijze het bedrag van de rijksbijdrage met tenminste de helft wordt vermeerderd.

3. In afwijking van het eerste lid ontvangt het gemeentebestuur de in artikel 4, onder c, bedoelde middelen, voor 15 december 2001, onder voorbehoud van goedkeuring van de daarmee verband houdende wijziging van het meerjarig ontwikkelingsprogramma. In deze wijziging geeft het gemeentebestuur aan op welke manier er vorm is gegeven aan de betrokkenheid van het bedrijfsleven en waaraan een door het bedrijfsleven beschikbaar gesteld bedrag dat tenminste gelijk is aan de rijksmiddelen wordt besteed.

4. Indien het gemeentebestuur een aanvulling op het meerjarig ontwikkelingsprogramma vaststelt ten behoeve van de realisering van de doelstelling als vermeld in artikel 4, onderdeel d, ontvangt het gemeentebestuur, in afwijking van het eerste lid, voor 1 oktober 2003 de bijdrage voor 2003, als vermeld in de bijlage bij deze regeling. Het gemeentebestuur zendt daartoe de aanvulling op het meerjarig ontwikkelingsprogramma uiterlijk 1 september 2003 aan de minister.

5. Indien het gemeentebestuur een aanvulling op het meerjarig ontwikkelingsprogramma vaststelt ten behoeve van de realisering van de doelstelling als vermeld in artikel 4, onderdeel e, ontvangt het gemeentebestuur, in afwijking van het eerste lid, voor de jaartermijn 2003 voor 1 oktober 2003 een bijdrage. De bijdrage bedraagt € 6.424 per regulier gemaakte instroom/doorstroombaan, of arbeidsmarkttoeleidingstraject voor toezichthouders of het aantal gerealiseerde aanvullende opleidingen voor toezichthouders, tot een maximum zoals vermeld in de bijlage bij deze regeling. Het gemeentebestuur zendt daartoe de aanvulling op het meerjarig ontwikkelingsprogramma uiterlijk 1 september 2003 aan de minister. Indien een gemeentebestuur op basis van de prestaties ten behoeve van de realisering van de doelstelling als vermeld in artikel 4, onderdeel e, niet in aanmerking komt voor het maximumbedrag als vermeld in de bijlage bij deze regeling, zal het resterende bedrag op basis van het bedrag per eenheid en naar evenredigheid worden toegekend aan de gemeentebesturen die op basis van de prestaties ten behoeve van de realisering van de doelstelling als vermeld in artikel 4, onderdeel e, een hogere bijdrage hadden kunnen ontvangen dan het maximumbedrag als vermeld in de bijlage bij deze regeling.

6. Met betrekking tot de doelstellingen genoemd in artikel 4, onderdelen a tot en met c, ontvangt het gemeentebestuur voor het jaar 2004, onder voorwaarde van een evenredige verhoging van de reeds in het bestaande meerjarig ontwikkelingsprogramma opgenomen prestaties bedoeld in artikel 5, derde lid van deze regeling, een bijdrage, als vermeld in de bijlage bij deze regeling. In deze bijdrage zijn tevens begrepen de middelen ten behoeve van de doelstellingen, zoals genoemd in artikel 4, onderdelen f en g.

7. In afwijking van het eerste lid ontvangt het gemeentebestuur voor 31 december 2003 een bijdrage als vermeld in de bijlage bij deze regeling ten behoeve van de realisering in samenhang met de doelstellingen als vermeld in artikel 4, onderdelen a en b.

Artikel 8

1. Het gemeentebestuur brengt uiterlijk 15 juli 2005 aan de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid verslag uit over de besteding van de bijdrage.

2. Het financieel verslag, bedoeld in het eerste lid maakt deel uit van de rekening, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet derde lid. Het verslag is voorzien van de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet.

Artikel 9

De minister kan de bijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit het financieel verslag bedoeld in artikel 8, eerste lid, blijkt dat de bijdrage niet is besteed aan de uitvoering van de in artikel 5 bedoelde maatregelen.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Bijdrageregeling leefbaarheid partiële GSB-steden.

Bijlage