rijk/ministeriele-regeling/bijdrageregeling-sociale-integratie-en-veiligheid-g25/BWBR0010613
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25 BWBR0010613 ministeriele-regeling geldend 1999-08-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010613 Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25

Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De ministers verstrekken het gemeentebestuur voor de uitvoering van het gemeentelijk beleid ter verbetering van de sociale integratie en veiligheid een bijdrage voor de periode 1999 tot en met 31 maart 2005, indien het gemeentebestuur in het meerjarig ontwikkelingsprogramma een samenstel van maatregelen opneemt dat naar het oordeel van de ministers en gehoord de minister van Justitie voldoet aan de in de artikelen 4 tot en met 6 gestelde voorwaarden.

2. Het gemeentebestuur besteedt de bijdrage als aanvullende financiering van het onderdeel sociale integratie en veiligheid van het meerjarig ontwikkelingsprogramma.

Artikel 3

1. De bijdrage die het gemeentebestuur wordt toegekend na goedkeuring van het meerjarig ontwikkelingsprogramma staat vermeld in de bij deze regeling behorende bijlage.

2. De op grond van deze regeling toe te kennen bijdragen worden beschikbaar gesteld onder het voorbehoud van autorisatie door de begrotingswetgever.

Artikel 4

Aan het onderdeel sociale integratie en veiligheid van het meerjarig ontwikkelingsprogramma legt het gemeentebestuur de volgende doelstellingen ten grondslag:

a) a) Het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid van de leefomgeving. Hierbij staan vergroting van objectieve en subjectieve veiligheid als prioriteiten voorop; b) b) Het verminderen en tegengaan van jeugdcriminaliteit door middel van een integrale aanpak, van preventie tot en met repressie, waarbij aandacht wordt gegeven aan het tot stand brengen van de aansluiting tussen organisaties en voorzieningen ten behoeve van een doorgaande ontwikkelingslijn voor jongeren tot en met 24 jaar; c) c) Het verminderen en tegengaan van voortijdig schoolverlaten; d) d) Het bevorderen van een sluitende structuur voor 24-uursopvang van kwetsbare groepen; e) e) Het bevorderen van burgerparticipatie; f) f) Het bevorderen van de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij het bevorderen van leefbaarheid en veiligheid; g) g) het bevorderen van een sluitende aanpak van sociale opvang en hulpverlening gericht op overlastgevende personen, waaronder dak- en thuislozen, met gecompliceerde, meervoudige problemen; h) h) realisatie van toezicht op locaties met een verhoogd overlast- en/of criminaliteitsrisico; i) i) het verbeteren van de nazorg voor stelselmatige daders; j) j) het ontwikkelen en uitvoeren van een gedegen veiligheidsanalyse, het investeren in de regiefunctie van de gemeente, het verbeteren van de informatievoorziening en het opstellen van veiligheidsarrangementen, in het bijzonder voor stationsgebieden en andere gebieden ten behoeve van het openbaar vervoer.

Artikel 5

1. Het gemeentebestuur geeft voor het onderdeel sociale integratie en veiligheid van het meerjarig ontwikkelingsprogramma een beschrijving van de problematiek en van de omvang en samenstelling van de groepen waarop het gemeentelijk beleid met het oog op het bereiken van de in artikel 4 genoemde doelstellingen is gericht.

2. Het gemeentebestuur geeft voor het onderdeel sociale integratie en veiligheid van het meerjarig ontwikkelingsprogramma een beschrijving van de maatregelen die met het oog op de in artikel 4 genoemde doelstellingen worden genomen en een globale indicatie van de bestedingen die ten laste van de bijdrage zullen worden gedaan.

3. Het gemeentebestuur geeft ten aanzien van de in het tweede lid bedoelde maatregelen aan welke prestaties in termen van streefcijfers ten opzichte van de vastgestelde beginsituatie zullen worden bereikt.

4. Met betrekking tot de doelstelling genoemd in artikel 4, onderdeel h, omschrijft het gemeentebestuur de prestaties, bedoeld in het derde lid, in het aantal te realiseren plaatsen in de maatschappelijke opvang binnen de gemeente.

5.

Met betrekking tot de doelstelling genoemd in artikel 4, onderdeel i, omschrijft het gemeentebestuur de prestaties, bedoeld in het derde lid, in:

a. a. het aantal regulier gemaakte instroom/doorstroombanen, b. b. het aantal gerealiseerde aanvullende opleidingen voor toezichthouders, en c. c. het aantal gerealiseerde arbeidsmarkttoeleidingstrajecten voor toezichthouders.

6. Met betrekking tot de doelstelling genoemd in artikel 4, onderdeel i, omschrijft het gemeentebestuur de prestaties bedoeld in het derde lid in: de totstandkoming van een convenant tussen de bij de nazorg betrokken lokale partijen, daarbij inbegrepen een vaststelling van de beginsituatie van het aantal aangeboden nazorgtrajecten en afspraken over het aantal nazorgtrajecten in de jaren 20052009. Met betrekking tot de doelstelling genoemd in artikel 4, onderdeel i, omschrijven de gemeentebesturen van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht de prestaties bedoeld in het derde lid, tevens in het aantal nazorgtrajecten aangeboden aan stelselmatige daders, in relatie tot het totale aantal stelselmatige daders.

Artikel 6

1.

Het gemeentebestuur geeft in het onderdeel sociale integratie en veiligheid van het meerjarig ontwikkelingsprogramma een beschrijving van de maatregelen die op andere beleidsterreinen worden genomen en relevant zijn voor de uitvoering van de in artikel 5, tweede lid, bedoelde maatregelen. Dit geldt in ieder geval voor:

  • de relatie met de inzet van de middelen in het kader van het gemeentelijk onderwijs- en achterstandenbeleid;
  • de relatie met de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaters en middelen;
  • de relatie met de inzet van de middelen uit de Europese Structuurfondsen (ESF-3) die voor het bevorderen van een leven lang leren en het tegengaan van voortijdig schoolverlaten aan onderwijsinstellingen worden verstrekt.

2. Het gemeentebestuur geeft in het onderdeel sociale integratie en veiligheid van het meerjarig ontwikkelingsprogramma aan op welke wijze de opvattingen van lokale en regionale onderwijs- en welzijnsinstellingen alsmede bewonersorganisaties worden betrokken in het driehoeksoverleg ten aanzien van de aanpak van de jeugdcriminaliteit en ten aanzien van voortijdig schoolverlaten en met welke partijen afspraken worden gemaakt.

Artikel 7

Indien de ministers, gehoord de minister van Justitie van oordeel zijn dat het onderdeel sociale integratie en veiligheid van het meerjarig ontwikkelingsprogramma niet voldoet aan de artikelen 4 tot en met 6, stellen zij het gemeentebestuur in de gelegenheid het meerjarig ontwikkelingsprogramma aan te passen. Zij stellen daarbij een termijn en geven aan op welke onderdelen het ontwikkelingsprogramma aanpassing behoeft.

Artikel 8

1. Het gemeentebestuur ontvangt de bijdrage in zes jaarlijkse termijnen, die telkens voor 1 juli betaalbaar worden gesteld.

2. In afwijking van het eerste lid wordt de eerste jaartermijn voor 1 december 1999 verstrekt onder voorbehoud van goedkeuring van het meerjarig ontwikkelingsprogramma.

3. In afwijking van het eerste lid ontvangt het gemeentebestuur de jaartermijn 2000 van de in artikel 4, onder e, bedoelde middelen, voor 31 december 2000 onder voorbehoud van goedkeuring van de daarmee verband houdende wijziging van het meerjarig ontwikkelingsprogramma.

4. In afwijking van het eerste lid ontvangt het gemeentebestuur de jaartermijn 2001 van de in artikel 4, onder f, bedoelde middelen, voor 15 december 2001, onder voorbehoud van goedkeuring van de daarmee verband houdende wijziging van het meerjarig ontwikkelingsprogramma. In deze wijziging die voor 1 december 2001 wordt ingediend, geeft het gemeentebestuur aan op welke manier er vorm is gegeven aan burgerparticipatie en op welke wijze het bedrag van de rijksbijdrage met tenminste de helft wordt vermeerderd.

5. In afwijking van het eerste lid ontvangt het gemeentebestuur de in artikel 4, onder g, bedoelde middelen, voor 15 december 2001, onder voorbehoud van goedkeuring van de daarmee verband houdende wijziging van het meerjarig ontwikkelingsprogramma. In deze wijziging geeft het gemeentebestuur aan op welke manier er vorm is gegeven aan de betrokkenheid van het bedrijfsleven en waaraan een door het bedrijfsleven beschikbaar gesteld bedrag dat tenminste gelijk is aan de rijksmiddelen wordt besteed.

6. Indien het gemeentebestuur een aanvulling op het meerjarig ontwikkelingsprogramma vaststelt ten behoeve van de realisering van de doelstelling als vermeld in artikel 4, onderdeel h ontvangt het gemeentebestuur, in afwijking van het eerste lid, voor 1 oktober 2003 de bijdrage voor 2003, zoals vermeld in de bijlage bij deze regeling. Het gemeentebestuur zendt daartoe de aanvulling op het meerjarig ontwikkelingsprogramma uiterlijk 1 september 2003 aan de ministers.

7. Indien het gemeentebestuur een aanvulling op het meerjarig ontwikkelingsprogramma vaststelt ten behoeve van de realisering van de doelstelling als vermeld in artikel 4, onderdeel i, ontvangt het gemeentebestuur, in afwijking van het eerste lid, voor de jaartermijn 2003 voor 1 oktober 2003 een bijdrage. De bijdrage bedraagt € 6.424 per regulier gemaakte instroom/doorstroombaan, of per arbeidsmarkttoeleidingstraject voor toezichthouders of per gerealiseerde aanvullende opleiding voor toezichthouders, tot een maximum als vermeld in de bijlage bij deze regeling. Het gemeentebestuur zendt daartoe de aanvulling op het meerjarig ontwikkelingsprogramma uiterlijk 1 september 2003 aan de ministers. Indien een gemeentebestuur op basis van de prestaties ten behoeve van de realisering van de doelstelling als vermeld in artikel 4, onderdeel i, niet in aanmerking komt voor het maximumbedrag als vermeld in de bijlage bij deze regeling, zal het resterende bedrag op basis van het bedrag per eenheid en naar evenredigheid worden toegekend aan de gemeentebesturen die op basis van de prestaties ten behoeve van de realisering van de doelstelling als vermeld in artikel 4, onderdeel i, een hogere bijdrage hadden kunnen ontvangen dan het maximumbedrag als vermeld in de bijlage bij deze regeling.

8. Met betrekking tot de doelstellingen genoemd in artikel 4, onderdelen a tot en met f, ontvangt het gemeentebestuur voor het jaar 2004, onder voorwaarde van een evenredige verhoging van de reeds in het bestaande meerjarig ontwikkelingsprogramma opgenomen prestaties bedoeld in artikel 5, derde lid, van deze regeling, een bijdrage, zoals vermeld in de bijlage bij deze regeling. In deze bijdrage zijn tevens begrepen de middelen ten behoeve van de doelstellingen, genoemd in artikel 4, derde lid, onderdelen i en j.

Artikel 9

1. Het gemeentebestuur brengt uiterlijk 15 juli 2005 aan de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid verslag uit over de besteding van de bijdrage.

2. Het financieel verslag, bedoeld in het eerste lid, maakt deel uit van de rekening, bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewet derde lid. Het verslag is voorzien van de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet.

Artikel 10

De ministers kunnen de bijdrage geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien uit het financieel verslag, bedoeld in artikel 9, blijkt dat de bijdrage niet is besteed aan de uitvoering van de in artikel 5, tweede lid, bedoelde maatregelen.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25.

Bijlage