rijk/ministeriele-regeling/derde-wijziging-subsidieregeling-programma-technologie-en-samenleving/BWBR0011210
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Derde wijziging Subsidieregeling programma technologie en samenleving BWBR0011210 ministeriele-regeling geldend 2000-03-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011210 Derde wijziging Subsidieregeling programma technologie en samenleving

Derde wijziging Subsidieregeling programma technologie en samenleving

Artikel I

Wijzigt de Subsidieregeling programma technologie en samenleving.

Artikel II

Als deelprogrammas bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden in 2000 vastgesteld:

  • Criminaliteitspreventie, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1A;
  • Preventie van arbeidsuitval, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1B;
  • (Re)ïntegratie van arbeidsgehandicapten, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1C.

Artikel III

De periode in 2000, na afloop waarvan de aanvragen die met betrekking tot de krachtens artikel 2, tweede lid, vastgestelde deelprogrammas zijn ontvangen en die voldoen aan de wettelijke voorschriften worden behandeld, wordt vastgesteld op 13 maart 2000 tot en met 14 april 2000.

Artikel IV

De subsidieplafonds voor het in 2000 verlenen van subsidies in het kader van de in artikel 2, tweede lid, bedoelde deelprogrammas bedragen:

Artikel V

De bij de Subsidieregeling programma technologie en samenleving behorende bijlage 2 wordt vervangen door de bij deze regeling behorende bijlage 2.

Artikel VI

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Bijlage 1A. Deelprogramma criminaliteitspreventie

Dit deelprogramma beoogt te bevorderen dat technologieën op een innovatieve wijze worden toegepast om criminaliteitspreventie en -beheersing en veiligheid thuis en in openbare ruimten te bevorderen.

Voorstellen voor projecten moeten binnen één van de volgende aandachtsgebieden passen:

Bijlage 1B. Deelprogramma preventie van arbeidsuitval

Het doel van dit deelprogramma is een bijdrage te leveren aan het voorkomen of verminderen van blijvende schade aan mensen bij het uitvoeren van hun werk. Het gaat om arbeidsrisicos waarmee een groot deel van de beroepsbevolking te maken heeft en die omvangrijke dan wel ernstige gevolgen hebben in termen van gezondheidsklachten, medische consumptie, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.

Om dit doel te bereiken is in dit deelprogramma ervoor gekozen de risicos in het arbeidsproces te verkleinen door middel van technologische vernieuwingen. Dat kan zijn door a.) de verbetering van bedrijfsmiddelen en b.) de verbetering van arbo-onvriendelijke productieprocessen. In beide gevallen wordt gebruik gemaakt van technologie. Het gaat veelal om technologie die elders reeds beschikbaar is en die met relatief beperkte middelen geschikt kan worden gemaakt voor nieuwe toepassingen. Projecten dienen zich te richten op arbeidsrisicos die veroorzaakt worden door:

Geschikte projecten dienen te resulteren in een innovatieve oplossing (product of procesverbetering), die substantieel bijdraagt aan het voorkomen of aanzienlijk verminderen van één van de genoemde arbeidsrisicos. Innovatief houdt daarbij in dat een soortgelijke oplossing (nog) niet verkrijgbaar is en ook (nog) niet in ontwikkeling is. De voorgestelde oplossing moet:

De aanvrager dient de kosten en baten voor de gebruikers zo goed mogelijk inzichtelijk te maken. Hieruit valt af te leiden of de oplossing economisch rendabel is.

Het deelprogramma wordt begeleid door een projectgroep waarin naast de Ministeries van Economische Zaken (EZ) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) ook andere organisaties vertegenwoordigd zijn, zoals vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties en van arbodiensten.

Bijlage 1C. Deelprogramma (re)integratie van arbeidsgehandicapten

Het doel van dit deelprogramma is een bijdrage te leveren aan de verhoging en het behoud van arbeidsparticipatie door mensen die als gevolg van ziekte, een functionele stoornis of hun leeftijd (55+) beperkingen ondervinden in het uitvoeren van hun werk en daardoor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn of dreigen te raken. Om het doel te bereiken is in dit deelprogramma gekozen voor de inzet van vernieuwende materiële werkaanpassingen (persoonlijke hulpmiddelen, speciaal gereedschap, cursussen, aanpassingen aan meubilair, aan machines of aan werkruimten of gebouwen), waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe of bestaande technologie.

Voorstellen voor projecten moeten binnen één van de volgende aandachtsgebieden passen:

De drie aandachtsgebieden zijn ontleend aan het document Oplossingsrichtingen voor nieuwe materiële werkaanpassingen dat op 27 april 1999 is verschenen en uitgegeven wordt in de publikatiereeks van het programma.

Om voor subsidie in aanmerking te komen dienen voorgestelde projecten te resulteren in een werkend prototype van een innovatieve materiële werkaanpassing. Innovatief houdt daarbij in dat een soortgelijk product (nog) niet verkrijgbaar is en ook (nog) niet in ontwikkeling is. Om een goede afstemming van vraag en aanbod te waarborgen dient een gebruikerstest deel uit te maken van de projectactiviteiten.

Voorgestelde projecten moeten zoveel mogelijk gericht zijn op de arbeids(re)integratie van een relatief grote groep mensen met een (dreigende) arbeidshandicap. In het projectplan dient onder meer een onderbouwde raming van mogelijke besparingen op uitgaven voor sociale zekerheid te zijn opgenomen.

Materiële werkaanpassingen die universeel toepasbaar zijn en derhalve ook kunnen worden ingezet voor mensen zonder handicap, hebben een pre (design for all).

De projectindieners behoeven niet zelf ervaren of betrokken te zijn bij (re)integratieprocessen van arbeidsgehandicapten. Hoe dan ook moet in de projectvoorstellen enige vorm van samenwerking tot uitdrukking komen met intermediairen als patiëntenverenigingen, de gehandicaptenraad, arbeidsbureaus, sectorraden, werkgeversverenigingen of arbodiensten.

Het deelprogramma wordt begeleid door een projectgroep waarin de Ministeries van Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport deelnemen. Daarnaast zijn ook andere organisaties en functionarissen vertegenwoordigd, zoals werkgevers- en werknemersorganisaties, uitvoerende instellingen op het terrein van de sociale zekerheid, ergonomen en belangenorganisaties van chronisch zieken, gehandicapten en ouderen.