rijk/ministeriele-regeling/gewijzigde-subsidieregeling-zij-instromers-2001-2002-voor-primair-onderwijs-en-v/BWBR0013067
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Gewijzigde subsidieregeling zij-instromers 2001-2002 voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs met declaratiebekostiging BWBR0013067 ministeriele-regeling geldend 2002-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013067 Gewijzigde subsidieregeling zij-instromers 2001-2002 voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs met declaratiebekostiging

Gewijzigde subsidieregeling zij-instromers 2001-2002 voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs met declaratiebekostiging

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen; b. b. Interim-wet: de Interim-wet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs; c. c. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een of meer scholen of instellingen waarop de Wet op het primair onderwijs of de Wet op de expertisecentra van toepassing is of van een of meer scholen voor voortgezet onderwijs met declaratiebekostiging; d. d. zij-instromer: degene die wordt benoemd met toepassing van artikel 2 van de Interimwet; e. e. geschiktheidverklaring de in artikel 3, eerste lid van de Interim-wet bedoelde verklaring; f. f. geschiktheidonderzoek het in artikel 4 van de Interim-wet bedoelde onderzoek; g. g. scholings- en begeleidingsovereenkomst: de in artikel 5 van de Interim-wet bedoelde overeenkomst; h. h. verletkosten: de salariskosten over dat deel van de benoemingsomvang waarbinnen de scholing wordt gevolgd die is overeengekomen in de scholings- en begeleidingsovereenkomst.

Artikel 2

1. De minister verstrekt subsidie als bijdrage in de kosten van de benoeming of aanstelling van een of meerdere zij-instromers. Het bevoegd gezag besteedt deze bijdrage aan het geschiktheidonderzoek de begeleiding en scholing van alle in het schooljaar 2001 - 2002 benoemde of aangestelde zij-instromers, alsmede de verletkosten in verband met die scholing.

2. De minister verstrekt deze subsidie om de zij-instroom van leraren in het onderwijs, alsmede de bredere en planmatige aanpak van de werving, selectie, begeleiding en scholing van de zij-instromers te bevorderen.

3. Deze subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. Subsidie die niet is besteed, of niet overeenkomstig de voorwaarden van deze regeling is besteed, kan worden teruggevorderd.

Artikel 3

Subsidie wordt verleend aan het bevoegd gezag dat een zij-instromer heeft benoemd of aangesteld, en / of aan het bevoegd gezag, dan wel maximaal 5 bevoegde gezagsorganen, die samenwerken en zich door middel van een subsidieaanvraag hebben verplicht tot de aanstelling of benoeming van minimaal 15 zij-instromers als bedoeld in titel III van deze regeling.

Artikel 4

Het subsidie bedrag per benoemde of aangestelde zij-instromer bedraagt: € 8168,04 (f. 18.000).

Artikel 5

Subsidie ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Hoofdstuk II. Subsidie voor individuele zij-instromers

Paragraaf 1. Subsidieaanvraag

Artikel 6

1. Subsidie wordt op aanvraag verleend.

2. Een aanvraag vindt plaats door het inzenden van het volledig ingevulde en door het bevoegd gezag ondertekende aanvraagformulier met het kenmerk CFI 61111. Dit formulier is te bestellen met het plaketiket CFI 84887 of via CFI online.

Artikel 7

1. Om in aanmerking te komen voor subsidie in het kader van deze regeling dient er een scholings- en begeleidingsovereenkomst te zijn tussen de school, de lerarenopleiding en de zij-instromer. Een door alle partijen getekend afschrift van deze scholings- en begeleidingsovereenkomst moet worden meegezonden.

2. Daarnaast dient een verklaring van het bevoegd gezag te worden meegezonden, waaruit blijkt dat de zij-instromer niet eerder in het onderwijs is benoemd of aangesteld.

3. Geen aanvraag kan worden gedaan voor personen die ingeschreven zijn als student aan een lerarenopleiding en collegegeldplichtig zijn op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).

Artikel 8

1. Aanvragen kunnen tot en met 31 juli 2002 worden ingediend. Aanvragers ontvangen binnen drie maanden na indiening bericht.

2. Aanvragen die betrekking hebben op het tijdvak van 1 augustus 2001 tot en met 31 juli 2002 maar die na 31 juli 2002 worden ingediend, worden afgewezen.

Paragraaf 2. Subsidieverlening

Artikel 9

1.

Voor subsidie als bedoeld in artikel 4 kan een bevoegd gezag in aanmerking komen wanneer het voldoet aan de volgende voorwaarden:

a. a. het bevoegd gezag heeft in het tijdvak van 1 augustus 2001 tot en met 31 juli 2002 voor het eerst de desbetreffende zij-instromer / zij-instromers in het onderwijs benoemd of aangesteld; b. b. het bevoegd gezag verplicht zich blijkens de meegezonden scholings- en begeleidingsovereenkomst ertoe, de zij-instromer op de werkplek te begeleiden of te laten begeleiden, en het ziet erop toe dat de zij-instromer de gelegenheid wordt geboden om de op grond van het geschiktheidonderzoek noodzakelijk gebleken scholing te volgen; c. c. het bevoegd gezag verstrekt de minister op zijn verzoek beleidsinformatie en meldt tevens terstond aan de minister:

        1.
        een voortijdige beëindiging van het dienstverband van de zij-instromer;
      
      
         2.
        of de scholings- en begeleidingsperiode al dan niet met het verkrijgen van het getuigschrift van het met goed gevolg deel hebben genomen aan het bekwaamheidsonderzoek bedoeld in artikel 6 van de Interim-wet is afgesloten.
    1.   een voortijdige beëindiging van het dienstverband van de zij-instromer;
      
    1.   of de scholings- en begeleidingsperiode al dan niet met het verkrijgen van het getuigschrift van het met goed gevolg deel hebben genomen aan het bekwaamheidsonderzoek bedoeld in artikel 6 van de Interim-wet is afgesloten.
      

2. Voor een zij-instromer wordt, ongeacht het aantal al dan niet opeenvolgende dienstverbanden bij scholen of instellingen, slechts aan één bevoegd gezag subsidie toegekend.

3. Het bevoegd gezag is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidie verlangen. Het bevoegd gezag geeft desgewenst aan voornoemde ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.

Hoofdstuk III. Subsidie voor collectieve aanmeldingen van zij-instromers

Paragraaf 1. Subsidieaanvraag

Artikel 10

1.

Subsidie wordt op aanvraag verleend. De subsidieaanvraag kan worden ingediend bij:

• • Cfi t.a.v. FTO/TBD Postbus 606 2700 ML Zoetermeer

2.

Een aanvraag vindt uitsluitend schriftelijk plaats door middel van een door het bevoegd gezag of door elk van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen ondertekende brief die per bevoegd gezag de volgende gegevens bevat:

• • naam, adres, bestuursnummer, betalingsnummer; • • aantal zij-instromers dat zal worden aangesteld of benoemd; • • totaal subsidiebedrag dat (door dat bevoegd gezag) wordt gevraagd.

Artikel 11

  1. Geen subsidie kan worden aangevraagd voor:

a. a. personen die ingeschreven zijn als student aan een lerarenopleiding en collegegeldplichtig zijn op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; b. b. personen waarvoor al eerder subsidie als bedoeld in deze regeling of in de subsidieregeling zij-instromers 2001-2002 van 13 juli 2001 (Uitleg Gele katern 18a van 25 juli 2001) is aangevraagd.

Artikel 12

1. Aanvragen kunnen vanaf 1 januari 2002 tot en met 31 juli 2002 worden ingediend. Aanvragers ontvangen binnen 1 maand na indiening bericht.

2. Aanvragen die betrekking hebben op het tijdvak van 1 januari 2002 tot en met 31 juli 2002 maar die na 31 juli 2002 worden ingediend, worden afgewezen.

Paragraaf 2. Subsidieverlening

Artikel 13

1.

Voor subsidie als bedoeld in artikel 4 kan een bevoegd gezag in aanmerking komen wanneer het voldoet aan de volgende voorwaarden:

a. a. subsidieontvanger zal in het tijdvak van 1 januari 2002 tot en met 31 juli 2002, al dan niet samen met maximaal 4 andere subsidieontvangers, minimaal 15 zij-instromers aanstellen of benoemen; b. b. subsidieontvanger, dan wel bij een aanvraag door meerdere bevoegde gezagsorganen elke subsidieontvanger afzonderlijk, verplicht zich ertoe de zij-instromer op de werkplek te begeleiden of te laten begeleiden en ziet erop toe dat de zij-instromer de gelegenheid wordt geboden om de op grond van het geschiktheidonderzoek noodzakelijk gebleken scholing te volgen.

2. Voor een zij-instromer wordt, ongeacht het aantal al dan niet opeenvolgende dienstverbanden bij scholen of instellingen, slechts aan één bevoegd gezag subsidie toegekend.

3. Subsidieontvanger, dan wel elke subsidieontvanger afzonderlijk, houdt een dusdanige administratie bij dat gecontroleerd kan worden dat aan de subsidievoorwaarden is voldaan.

4. Het bevoegd gezag, dan wel bij een aanvraag door meerdere bevoegde gezagsorganen elk bevoegd gezag afzonderlijk, is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidie verlangen. Het bevoegd gezag geeft desgewenst aan voornoemde ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.

5. Subsidieontvanger overlegt een verslag van activiteiten als bedoeld in artikel 14.

6. Voor 1 oktober 2002 meldt de subsidieontvanger per BRIN-nummer het aantal zij-instromers dat is benoemd of aangesteld in de periode tussen 1 januari 2002 en 31 juli 2002 en doet een opgave hoeveel subsidie teruggevorderd moet worden voor de niet-benoemde of aangestelde zij-instromers.

Hoofdstuk IV. Subsidievaststelling en slotbepalingen

Paragraaf 1. Subsidievaststelling

Artikel 14

1. Uiterlijk 1 oktober 2004 dient de subsidieontvanger, dan wel dienen de subsidieontvangers gezamenlijk een verslag van activiteiten in bij de Centrale Financiën Instellingen (Cfi) t.a.v. Productgroep Verantwoorden.

2. Het verslag van activiteiten bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt. Het besteedt daarbij met name aandacht aan de gezamenlijke inrichting, werkwijze en ervaringen m.b.t. de werving van zij-instromers en het geschiktheidonderzoek de begeleiding en de (school)interne opleiding van de zij-instromers.

3. In het verslag wordt per aangestelde of benoemde zij-instromer tevens aangegeven of de scholings- en begeleidingsperiode al dan niet met het verkrijgen van het getuigschrift van het met goed gevolg deel hebben genomen aan het bekwaamheidsonderzoek bedoeld in artikel 6 van de Interim-wet is afgesloten.

4. De minister kan nadere aanwijzingen, dan wel aandachtspunten geven voor inrichting van het verslag van activiteiten.

Artikel 15

1. De aanvraag tot vaststelling van het subsidiebedrag bedoeld in artikel 4 respectievelijk de vaststelling daarvan, maken onderdeel uit van de aanvraag tot vaststelling van de rijksvergoeding over het jaar waarin de scholing en begeleiding van alle in het schooljaar 2001/2002 benoemde of aangestelde zij-instromers zijn beëindigd c.q. de vaststelling daarvan. De accountant geeft zijn oordeel of de subsidie is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze regeling.

2. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat in de financiële administratie van de school voor iedere benoemde of aangestelde zij-instromer de voor het oordeel bedoeld in het eerste lid benodigde gegevens en bewijsstukken aanwezig zijn.

3. De minister kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de accountantsverklaring blijkt dat de subsidie niet is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze regeling.

Paragraaf 2. Betaling

Artikel 16

Het bevoegd gezag waarvan de aanvraag om subsidie is toegewezen, ontvangt uiterlijk 1 maand na deze toewijzing het subsidiebedrag bedoeld in artikel 4.

Paragraaf 3. Slotbepalingen

Artikel 17

Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 18

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

2. De subsidieregeling zij-instromers 2001-2002 van 13 juli 2001 (Uitleg Gele katern 18a van 25 juli 2001) komt met ingang van dezelfde datum te vervallen, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op aanvragen, afrekeningen en bezwaren en beroepen die uit die regeling voortvloeien.

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Gewijzigde subsidieregeling zij-instromers 2001-2002 voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs met declaratiebekostiging.