40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Handhavingsvoorschrift luchtvaartterrein Midden-Zeeland | BWBR0012772 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-08-31 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012772 | Handhavingsvoorschrift luchtvaartterrein Midden-Zeeland |
Handhavingsvoorschrift luchtvaartterrein Midden-Zeeland
Paragraaf . Deel 1. Algemeen (betreffende elk klein luchtvaartterrein)
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. In dit handhavingsvoorschrift wordt verstaan onder:
2. De berekening van de geluidsbelasting geschiedt volgens de krachtens artikel 25g, eerste lid, van de Luchtvaartwet vastgestelde regels.
3. Dit handhavingsvoorschrift kent twee delen, een algemeen deel dat van toepassing is op alle kleine luchtvaartterreinen en een specifiek deel dat uitsluitend van toepassing is op het betreffende luchtvaartterrein.
Paragraaf 2. Verzameling van gegevens
Artikel 2
1. Voor de bepaling van de feitelijk opgetreden geluidsbelasting zijn de gegevens nodig, genoemd in de bijlage A bij dit handhavingsvoorschrift.
2. De Inspecteur-Generaal verzoekt de exploitant de in het eerste lid bedoelde gegevens ten minste drie maal per jaar te verstrekken: voor het eerst over de periode betreffende de eerste zes maanden na aanvang van de gebruiksplanperiode, daarna twee maal na afloop van de volgende periodes van drie maanden. De exploitant wordt verzocht deze gegevens en de daaruit bepaalde feitelijk opgetreden geluidsbelasting en de zich ontwikkelende geluidsbelasting te verstrekken binnen twee weken na afloop van de bedoelde periode. De Inspecteur-Generaal verzoekt de exploitant, indien dit naar het oordeel van de Inspecteur-Generaal nodig is, deze gegevens met een hogere frequentie te verstrekken.
3. De Inspecteur-Generaal verzoekt de exploitant de in het eerste lid genoemde gegevens uiterlijk binnen één week aan hem te verstrekken zodra de exploitant op basis van de hem ter beschikking staande gegevens in redelijkheid mag verwachten dat de zich ontwikkelende geluidsbelasting groter is dan de verwachte geluidsbelasting.
4. De directeur kan zorgdragen voor een steekproefgewijze controle van de door de exploitant verstrekte gegevens.
5. De directeur verzoekt de exploitant een afschrift van de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verstrekken aan de voorzitter van de Commissie-28.
Artikel 3
Indien de exploitant de in artikel 2 bedoelde gegevens over de feitelijke opgetreden geluidsbelasting niet tijdig heeft verstrekt, vordert de Inspecteur-Generaal, binnen een door hem te bepalen termijn doch uiterlijk binnen vier weken, dat de exploitant deze gegevens alsnog verstrekt.
Artikel 4
1. Indien de exploitant niet heeft voldaan aan een van de termijnen wat betreft het indienen van een gebruiksplan zoals genoemd in artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet, maakt de Inspecteur-Generaal daarvan binnen twee weken rapport op. Hij zendt het rapport aan de Luchtvaartpolitie en een afschrift daarvan aan de Minister, de exploitant, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie-28.
2. Indien de exploitant niet heeft voldaan aan een van de termijnen, genoemd in artikel 2 en 3, maakt de Inspecteur-Generaal daarvan binnen twee weken rapport op. Hij zendt het rapport aan de Minister en een afschrift daarvan aan de exploitant, de Minister van VROM, de Luchtvaartpolitie en de voorzitter van de Commissie-28.
Artikel 5
De Inspecteur-Generaal bewaart de door hem verkregen gegevens ten minste 5 jaar.
Paragraaf 3. Relevante actoren
Artikel 6
Over de periode vanaf de aanvang van de gebruiksplanperiode tot de in artikel 2, tweede lid, van toepassing zijnde periode toetst de Inspecteur-Generaal de door de exploitant verstrekte gegevens volgens artikel 2, eerste lid, aan de gegevens over dezelfde periode die betrekking hebben op de verwachte geluidsbelasting van het luchtvaartterrein in het vastgestelde gebruiksplan.
Artikel 7
1. . Indien uit de op grond van artikel 2, derde lid, verstrekte gegevens, dan wel uit de in artikel 6 genoemde toets, blijkt, dat de zich ontwikkelende geluidsbelasting in enig netwerkpunt de verwachte geluidsbelasting heeft overschreden met meer dan 50% van het verschil tussen de verwachte geluidsbelasting van het laatst vastgestelde gebruiksplan en de maximaal toelaatbare geluidsbelasting deelt de Inspecteur-Generaal uiterlijk binnen één week aan de exploitant mee dat deze, krachtens artikel 30b, vijfde lid, van de Luchtvaartwet, binnen vier weken een voorstel tot wijziging van het gebruiksplan aan de Minister dient te zenden.
2. De Inspecteur-Generaal zendt gelijktijdig een afschrift van de in het eerste lid bedoelde mededeling aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie-28.
Artikel 8
1. . Indien uit de op grond van artikel 2, derde lid, verstrekte gegevens, dan wel uit de in artikel 6 genoemde toets, blijkt, dat de zich ontwikkelende geluidsbelasting in enig netwerkpunt groter is dan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, deelt de Inspecteur-Generaal uiterlijk binnen één week aan de exploitant mee dat deze, krachtens artikel 30b, vijfde lid, van de Luchtvaartwet, binnen vier weken een voorstel tot wijziging van het gebruiksplan aan de Minister dient te zenden.
2. De Inspecteur-Generaal zendt gelijktijdig een afschrift van de in het eerste lid bedoelde mededeling aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie-28.
Artikel 9
Indien uit de op grond van artikel 2, derde lid, verstrekte gegevens, dan wel uit de in artikel 6 genoemde toets, blijkt, dat op enig moment gedurende het gebruiksplanjaar in enig netwerkpunt de feitelijk opgetreden geluidsbelasting groter is dan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting stelt de Inspecteur-Generaal de Minister en de exploitant daarvan onmiddellijk in kennis en zendt een afschrift van deze mededeling aan de Minister van VROM en aan de voorzitter van de Commissie-28.
Paragraaf 4. Beperken van hinder
Artikel 10
De Inspecteur-Generaal toetst of de tijdstippen waarop de vliegtuigbewegingen plaatsvinden niet in strijd zijn met de bepalingen en voorschriften die bij het aanwijzingsbesluit zijn gesteld.
De Inspecteur-Generaal toetst ook de naleving van de bepaling dat uitsluitend met vrije ballonnen van het luchtvaartterrein mag worden opgestegen nadat toestemming is verkregen van de exploitant.
Artikel 11
Indien de Inspecteur-Generaal constateert dat door de exploitant, de gezagvoerder of anderen niet is gehandeld conform de bepalingen en voorschriften in het aanwijzingsbesluit, onderzoekt de Inspecteur-Generaal de oorzaak daarvan, maakt hiervan binnen twee weken na het constateren van het voorval rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie en in afschrift aan de Minister, de Minister van VROM, de exploitant en aan de voorzitter van de Commissie-28.
Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 12
1. De Minister stelt éénmalig de hard- en software voor een geautomatiseerd systeem ten behoeve van de bkl-berekeningen ter beschikking aan de exploitant.
2. Indien de exploitant wijzigingen in de software van het geautomatiseerd systeem laat aanbrengen meldt hij dit terstond aan de Inspecteur-Generaal.
3. De Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van de in lid 2 genoemde melding aan de voorzitter van de Commissie-28.
Artikel 13
1. De Inspecteur-Generaal rapporteert jaarlijks binnen drie maanden na afloop van de periode waarop het gebruiksplan betrekking heeft aan de Minister over de opgetreden geluidsbelasting en de toetsing daarvan aan het verwachte gebruik van het luchtvaartterrein en aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting. De Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van het rapport aan de Minister van VROM, de exploitant en de voorzitter van de Commissie-28.
2.
De Inspecteur-Generaal rapporteert gelijktijdig met het in het eerste lid bedoelde rapport, aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie-28 over:
a. a. het aantal gesignaleerde overtredingen van de bij het aanwijzingsbesluit gestelde voorschriften, overeenkomstig het hiervoor gestelde; b. b. het toezicht op de naleving van artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet; c. c. de wijze van afhandeling van vorenstaande punten. De Inspecteur-Generaal zendt een afschrift van dit rapport aan de exploitant.
Artikel 14
Dit handhavingsvoorschrift is van overeenkomstige toepassing op de voorschriften van een krachtens artikel 25f van de Luchtvaartwet gegeven ontheffing.
Artikel 15
De Inspecteur-Generaal geeft met reden aan indien hij is afgeweken van een voorschrift van dit handhavingsvoorschrift. De Inspecteur-Generaal deelt zijn besluit af te wijken van een voorschrift uiterlijk binnen één week mee aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie-28.
Paragraaf 2. Specifiek voor het luchtvaartterrein Midden-Zeeland
Paragraaf 6. Specifieke bepalingen
Artikel 16
Dit handhavingsvoorschrift treedt in werking met ingang van de eerste dag na publicatie hiervan in de Staatscourant.
Artikel 17
Dit handhavingsvoorschrift wordt aangehaald als: Handhavingsvoorschrift Midden-Zeeland.
Dit handhavingsvoorschrift zal zonder toelichtingen en bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.