rijk/ministeriele-regeling/handhavingsvoorschrift-maastricht/BWBR0011408
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Handhavingsvoorschrift Maastricht BWBR0011408 ministeriele-regeling geldend 2000-07-13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011408 Handhavingsvoorschrift Maastricht

Handhavingsvoorschrift Maastricht

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

      *aanwijzingsbesluit:* besluit waarbij de luchthaven Maastricht is aangewezen als luchtvaartterrein als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, van de Luchtvaartwet;

b. b.

      *Commissie 28:* krachtens artikel 28 van de Luchtvaartwet ingestelde Milieucommissie Luchthaven Maastricht;

c. c.

      *circuitvlucht:* vlucht in de onmiddellijke omgeving van het luchtvaartterrein, in het bijzonder verband houdend met het starten, het oefenen voor het landen en het landen als onderdeel van het lesvliegen;

d. d. de Inspecteur-Generaal: de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat; e. e.

      *exploitant:* N.V. Luchthaven Maastricht;

f. f.

      *FANOMOS-systeem:* Flighttrack and aircraft noise monitoringsysteem;

g. g.

      *feitelijke geluidsbelasting:* geluidsbelasting in Ke of bkl in een netwerkpunt, berekend aan de hand van het feitelijke gebruik van het luchtvaartterrein in de verstreken periode van het gebruiksplanjaar;

h. h.

      *gebruiksplan:* gebruiksplan als bedoeld in artikel 30b van de Luchtvaartwet;

i. i.

      gebruiksplanjaar: periode als bedoeld in artikel 11 van het aanwijzingsbesluit;

j. j.

      geluidszones: geluidszones als bedoeld in artikel 5, onder a, en artikel 5, onder c van het aanwijzingsbesluit;

k. k.

      *jaarberekening:* geluidsbelasting in Ke of bkl in een netwerkpunt van het feitelijke gebruik van het luchtvaartterrein over een geheel gebruiksplanjaar;

l. l.

      *les-/oefenvlucht:* een vlucht/solovlucht voor het verkrijgen dan wel het behouden van vliegvaardigheid;

m. m.

      *Luchtvaartpolitie:* Korps Landelijke Politiediensten, Afdeling Bijzondere Taken, Luchtvaartpolitie;

n. n.

      *luchtvaartterrein:* luchtvaartterrein Maastricht;

o. o.

      *LVNL-organisatie:* organisatie voor de luchtverkeersbeveiliging, bedoeld in artikel 5.22 van de Wet Luchtvaart;

p. p.

      *maximaal toelaatbare geluidsbelasting:* maximaal toelaatbare geluidsbelasting in Ke of bkl in een netwerkpunt, zoals vastgelegd bij de berekening van de geluidszone;

q. q.

      *Minister:* Minister van Verkeer en Waterstaat;

r. r.

      *Minister van VROM:* Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

s. s.

      *netwerkpunt:* voor de handhaving relevant punt waarvan de coördinaten zijn vermeld in bijlage A bij deze regeling;

t. t.

      *verwacht gebruik van het luchtvaartterrein:* verwacht gebruik van het luchtvaartterrein zoals vermeld in het gebruiksplan;

u. u.

      *verwachte geluidsbelasting:* geluidsbelasting in Ke of bkl in een netwerkpunt, berekend aan de hand van het verwachte gebruik van het luchtvaartterrein;

v. v.

      *zich ontwikkelende geluidsbelasting:* geluidsbelasting in Ke of bkl in een netwerkpunt, berekend aan de hand van het feitelijke gebruik van het luchtvaartterrein in de verstreken periode van het gebruiksplanjaar, gevoegd bij het verwachte gebruik van het luchtvaartterrein in de resterende periode van dat jaar.

2. De berekening van de geluidsbelasting geschiedt volgens de krachtens artikel 25g, eerste lid, van de Luchtvaartwet vastgestelde regels.

Hoofdstuk 2. Verzameling van gegevens

Artikel 2

1. De directeur laat de radar- en vliegplangegevens, genoemd in bijlage B bij deze regeling, in het FANOMOS-systeem opslaan en verwerken.

2. De directeur laat iedere werkdag een reservebestand van deze gegevens maken. Dit reservebestand wordt ten minste 5 jaar bewaard.

3. De directeur laat de radiotelefonie-gesprekken tussen de luchtverkeersleiding en het stuurhutpersoneel 24 uur per dag registreren en ten minste drie maanden bewaren.

Artikel 3

De gegevens, bedoeld in artikel 30b, tweede lid, onder b van de Luchtvaartwet, die nodig zijn voor de bepaling van de verwachte geluidsbelasting, zijn de in bijlage C bij deze regeling genoemde gegevens, uitgesplitst per maand.

Artikel 4

1. Indien blijkt dat de exploitant de in artikel 10 van het aanwijzingsbesluit bedoelde gegevens over het feitelijk gebruik van het luchtvaartterrein niet tijdig heeft verstrekt, vordert de Inspecteur-Generaal, binnen een door hem te bepalen termijn, dat de exploitant deze gegevens alsnog verstrekt.

2. De Inspecteur-Generaal verzoekt de exploitant, indien dit naar het oordeel van de inspecteur-generaal noodzakelijk is, de in artikel 10 van het aanwijzingsbesluit bedoelde gegevens over het feitelijk gebruik van het luchtvaartterrein met een hogere frequentie te verstrekken.

Artikel 5

Indien de exploitant niet heeft voldaan aan een van de termijnen, genoemd in artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet, maakt de Inspecteur-Generaal daarvan onmiddellijk rapport op. Hij zendt het rapport aan de Luchtvaartpolitie en een afschrift daarvan aan de exploitant, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie 28. Tevens stelt hij de Minister hiervan terstond in kennis.

Hoofdstuk 3. Toetsing van feitelijk gebruik aan gebruiksplan en geluidszones

Paragraaf 3.1. De zich ontwikkelende geluidsbelasting

Artikel 6

1. Na afloop van elk kwartaal laat de Inspecteur-Generaal voor elk netwerkpunt de zich ontwikkelende geluidsbelasting en het verschil tussen de maximaal toelaatbare geluidsbelasting en de zich ontwikkelende geluidsbelasting respectievelijk de feitelijke geluidsbelasting berekenen, dan wel voert de Inspecteur-Generaal controle uit op de invoergegevens van de door de exploitant geleverde berekeningen.

2. De directeur rapporteert uiterlijk 6 weken na afloop van elk kwartaal aan de Minister over de zich ontwikkelende geluidsbelasting en de toetsing daarvan aan het verwachte gebruik van het luchtvaartterrein en aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, en zendt een afschrift van het rapport aan de Minister van VROM, de exploitant en de voorzitter van de Commissie 28.

Paragraaf 3.2. Overschrijding van de verwachte geluidsbelasting

Artikel 7

1. Indien blijkt dat de zich ontwikkelende geluidsbelasting in het eerste of tweede kwartaal van het gebruiksplanjaar de verwachte geluidsbelasting heeft overschreden met meer dan 50% van het verschil tussen de maximaal toelaatbare geluidsbelasting en de verwachte geluidsbelasting, deelt de Inspecteur-Generaal aan de exploitant mee dat deze een voorstel tot wijziging van het gebruiksplan aan de Minister dient te zenden.

2. De directeur zendt een afschrift van de in het eerste lid bedoelde mededeling aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie 28.

Paragraaf 3.3. Dreigende overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting

Artikel 8

1. Indien blijkt dat de zich ontwikkelende geluidsbelasting in een netwerkpunt hoger is dan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting, handelt de Inspecteur-Generaal volgens artikel 7.

2. In het in het eerste lid bedoelde geval verzoekt de Inspecteur-Generaal aan de exploitant de in artikel 10 van het aanwijzingsbesluit bedoelde gegevens over het feitelijk gebruik en de zich ontwikkelende geluidsbelasting van het luchtvaartterrein maandelijks te verstrekken.

Paragraaf 3.4. Overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting

Artikel 9

Indien blijkt dat de maximaal toelaatbare geluidsbelasting in een netwerkpunt is overschreden, stelt de Inspecteur-Generaal de Minister en de exploitant daarvan onmiddellijk in kennis, en zendt een afschrift van deze mededeling aan de Minister van VROM en aan de voorzitter van de Commissie 28.

Paragraaf 3.5. VFR-vliegtuigbewegingen

Artikel 10

Vervallen

Paragraaf 3.6. Toepassing preferentieel baangebruiksysteem

Artikel 11

Op verzoek van het klachtenbureau van de Commissie 28 kan de Inspecteur-Generaal, indien de aard of omvang van de klachten daartoe aanleiding geeft, een specifieke controle uitvoeren op de toepassing van het preferentieel baangebruiksysteem.

Hoofdstuk 4. Toezicht op naleving gebruiksvoorschriften

Paragraaf 4.1. Extensieregeling

Artikel 12

1. De Inspecteur-Generaal toetst steekproefsgewijs, doch ten minste één keer per kwartaal, de vliegtuigbewegingen die hebben plaatsgevonden op grond van artikel 7, derde, vierde en vijfde lid van de aanwijzing.

2. Op het verzoek van het klachtenbureau van de Commissie 28 kan de Inspecteur-Generaal, indien de aard of omvang van de klachten daartoe aanleiding geeft, naast het in het eerste lid bedoelde toezicht, een specifieke controle uitvoeren op de vliegtuigbewegingen die hebben plaatsgevonden overeenkomstig artikel 7 derde, vierde en vijfde lid van de aanwijzing.

Artikel 13

Indien blijkt dat de exploitant in strijd met artikel 7 van het aanwijzingsbesluit vliegtuigbewegingen op het luchtvaartterrein heeft toegelaten, maakt de Inspecteur-Generaal hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie en in afschrift aan de exploitant en de Minister van VROM. Tevens stelt de Inspecteur-Generaal de Minister daarvan onmiddellijk in kennis.

Paragraaf 4.2. Tolerantiegebieden

Artikel 14

1. De Inspecteur-Generaal houdt dagelijks toezicht, met behulp van het FANOMOS-systeem, op de uitvoering door de gezagvoerders van de aan hen opgedragen standaard-intrument-vertrekprocedure, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het aanwijzingsbesluit.

2. Op verzoek van het klachtenbureau van de Commissie 28 kan de Inspecteur-Generaal, indien de aard of omvang van de klachten daartoe aanleiding geeft, naast het in het eerste lid bedoelde toezicht, een specifieke controle uitvoeren op de in het eerste lid bedoelde uitvoering.

Artikel 15

1. Indien blijkt dat een gezagvoerder de hem opgedragen standaard-instrument-vertrekprocedure niet heeft uitgevoerd binnen het voor die procedure vastgestelde tolerantiegebied, bedoeld in artikel 9 van het aanwijzingsbesluit, kan de Inspecteur-Generaal de oorzaak daarvan onderzoeken.

2. In verband met het in het eerste lid bedoelde onderzoek kan de Inspecteur-Generaal aan de LVNL-organisatie verzoeken om hem de registratie van de betreffende radiotelefoniegesprekken tussen de luchtverkeersleiding en het stuurhutpersoneel te verstrekken.

Paragraaf 4.3. Circuitvluchten, les- en oefenvluchten

Artikel 16

1. De Inspecteur-Generaal houdt steekproefsgewijs toezicht op de naleving van artikel 8 van het aanwijzingsbesluit.

2. Op verzoek van het klachtenbureau van de Commissie 28 kan de Inspecteur-Generaal, indien de aard of omvang van de klachten daartoe aanleiding geeft, een specifieke controle laten uitvoeren op de in het eerste lid bedoelde naleving.

Artikel 17

Indien blijkt dat de gezagvoerder circuitvluchten, les- en oefenvluchten als bedoeld in artikel 8 van het aanwijzingsbesluit uitvoert of heeft uitgevoerd buiten in dat artikel genoemde periode, maakt de Inspecteur-Generaal hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie.

Paragraaf 4.4. Subsone vliegtuigen

Artikel 18

1. De directeur houdt steekproefsgewijs, doch ten minste één keer per kwartaal, toezicht op de naleving van Richtlijn nr. 92/14/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 maart 1992, betreffende de beperking van de exploitatie van vliegtuigen van bijlage 16 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, Boekdeel I, deel 2, hoofdstuk 2.

2. Op verzoek van het klachtenbureau van de Commissie 28 kan de Inspecteur-Generaal, indien de aard of omvang van de klachten daartoe aanleiding geeft, een specifieke controle laten uitvoeren op de in het eerste lid bedoelde naleving.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 19

Indien blijkt dat de gezagvoerder heeft gehandeld in strijd met de in artikel 18 genoemde Richtlijn, maakt de Inspecteur-Generaal hiervan rapport op en zendt dit aan de Luchtvaartpolitie.

Artikel 20

1.

De directeur rapporteert één keer per kwartaal, gelijktijdig met het in artikel 6, tweede lid, bedoelde rapport, aan de Minister, de Minister van VROM en de voorzitter van de Commissie 28 over:

a. a. het aantal overtredingen van de bij het aanwijzingsbesluit gestelde voorschriften omtrent tolerantiegebieden, circuitvluchten en les- en oefenvluchten; b. b. de wijze van afhandeling daarvan, en c. c. het toezicht op de naleving van artikel 30b, zesde lid, van de Luchtvaartwet.

2. De directeur geeft met reden aan indien hij is afgeweken van een voorschrift uit deze regeling.

Artikel 21

Deze regeling is van overeenkomstige toepassing op de voorschriften van een krachtens artikel 25f van de Luchtvaartwet gegeven ontheffing.

Artikel 22

1. Indien het luchtvaartterrein op grond van artikel 35, tweede lid, van de Luchtvaartwet tijdelijk gesloten wordt verklaard nadat in een netwerkpunt als bedoeld in artikel 1, onder s, een hogere geluidsbelasting is opgetreden dan de in bijlage A voor dat netwerkpunt vastgestelde waarde, blijft toepassing van de artikelen 6, 7, 8 en 9 van deze regeling achterwege.

2. Indien het eerste lid toepassing vindt laat de Inspecteur-Generaal na afloop van elke kalendermaand voor elk netwerkpunt overeenkomstig artikel 6, eerste lid, de zich ontwikkelende geluidsbelasting berekenen en rapporteert daarover aan de Minister alsmede over de toetsing daarvan aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting. Hij zendt een afschrift van het rapport aan de Minister van VROM, de voorzitter van de Commissie 28 en de exploitant.

Artikel 23

Hoofdstuk 4 van deze regeling is van overeenkomstige toepassing op een besluit als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Luchtvaartwet.

Artikel 24

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 25

Deze regeling wordt aangehaald als: Handhavingsvoorschrift Maastricht.