40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instelling Commissie Mondiale Aktiviteiten Jeugdbeleid | BWBR0004893 | ministeriele-regeling | geldend | 1990-11-08 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0004893 | Instelling Commissie Mondiale Aktiviteiten Jeugdbeleid |
Instelling Commissie Mondiale Aktiviteiten Jeugdbeleid
Artikel 1
Er is een Commissie Mondiale Aktiviteiten Jeugdbeleid, verder te noemen: de Commissie. De Commissie wordt ingesteld voor een termijn van drie jaren.
Artikel 2
De Commissie heeft tot taak:
a. a. de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, verder te noemen: de minister, te adviseren over activiteiten op het terrein van ontwikkelingseducatie van jeugdigen in het algemeen en het programma Holland World Youth in het bijzonder; b. b. toezicht te houden op het uitvoeren van een samenhangend plan van activiteiten in dit kader; c. c. te rapporteren aan de minister over realisering van het jaarplan; d. d. zorg te dragen voor de algemene bekendheid van het programma in het bijzonder bij onderwijsinstellingen en in het jeugd en jongerenwerk; e. e. het verwerven van aanvullende financiële middelen voor de uitvoering van het programma.
Artikel 3
1. De Commissie bestaat uit ten hoogste elf leden, waaronder de voorzitter;
2. De minister kan daarenboven één of meer adviserende leden in de Commissie benoemen;
3. De leden worden door de minister benoemd en ontslagen;
4. De voorzitter wordt als zodanig benoemd en ontslagen;
5. De minister wijst een ambtenaar van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur aan als secretaris van de Commissie. De secretaris heeft een adviserende stem.
Artikel 4
1. De benoeming van de leden geschiedt op voordracht van de Commissie, voor een tijdvak van drie jaren.
2. De leden kunnen te allen tijde op eigen verzoek worden ontslagen.
3. Degene die tot lid is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd had moeten aftreden.
Artikel 5
1. De Commissie kan ten behoeve van haar werkzaamheden uit haar midden werkgroepen vormen.
2. De Commissie en de werkgroepen zijn bevoegd anderen dan leden van de commissie uit te nodigen aan het overleg over bepaalde vraagstukken deel te nemen.
Artikel 6
De besluitvorming van de Commissie vindt plaats bij meerderheid van stemmen der leden. Ieder lid is bevoegd een afwijkende mening in notulen, schriftelijke voorstellen en rapporten te doen opnemen.
Artikel 7
De Commissie kan met inachtneming van de bepalingen van dit besluit haar werkwijze naar eigen inzicht nader regelen.
Artikel 8
De leden van de Commissie en de voorzitter genieten voor het bijwonen van vergaderingen en overige bijeenkomsten van vacatiegeld overeenkomstig de regelen van het vacatiegeldenbesluit 1988. Voorts ontvangen zij voor hun werkzaamheden vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen welke te dien aanzien gelden of zullen gelden voor burgerlijke rijksambtenaren.
Artikel 9
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt met inachtneming van de bepaling van het Besluit Algemene secretarie aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Welzijn. Volksgezondheid en Cultuur. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de Commissie opgeborgen in het archief van dit ministerie.
Artikel 10
Dit besluit dat in de Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de dagtekening van de Staatscourant waarin zij is geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 1990.
Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer, de voorzitter en de overige commissieleden.