rijk/ministeriele-regeling/instelling-commissie-vormings-en-ontwikkelingswerk-voor-volwassenen/BWBR0002724
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instelling commissie vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen BWBR0002724 ministeriele-regeling geldend 1970-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002724 Instelling commissie vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen

Instelling commissie vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen

Artikel 1

Ingesteld wordt een Commissie Vormings- en Ontwikkelingswerk voor Volwassenen, hierna te noemen; de commissie.

Artikel 2

De commissie heeft tot taak de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, hierna te noemen; de minister, op diens verzoek of uit eigen beweging voorstellen te doen omtrent het te voeren beleid en de in verband daarmede te nemen maatregelen met betrekking tot het vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen.

Artikel 3

1. De commissie bestaat uit 15 leden, onder wie de voorzitter.

2. Voor benoeming in de commissie komen in aanmerking personen, deskundig op het gebied van het vormings- en ontwikkelingswerk voor volwassenen, waarbij met de verschillende facetten van dit werk zo veel mogelijk rekening wordt gehouden.

3. Aan de commissie worden als waarnemer toegevoegd een vertegenwoordiger van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, een vertegenwoordiger van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, een vertegenwoordiger van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en een vertegenwoordiger van het Nederlands Centrum voor Volksontwikkeling.

Artikel 4

1. De voorzitter en de overige leden van de commissie worden benoemd door de minister voor een tijdvak van drie jaar.

2. Zij kunnen slechts eenmaal voor een tijdvak van drie jaar worden herbenoemd.

3. Ter vervulling van een vacature doet de commissie een voordracht tot benoeming, van tenminste twee personen aan de minister.

Artikel 5

Jaarlijks treedt een derde van het aantal leden van de commissie af volgens een door de commissie vast te stellen rooster.

Artikel 6

1. De commissie kiest uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter en een secretaris.

2. De minister kan aan de secretaris een bezoldigde functionaris toevoegen.

Artikel 7

1. De commissie kan voor het uitvoeren van onderdelen van haar taak werkgroepen instellen.

2. De commissie formuleert de taken die aan deze werkgroepen worden opgedragen, wijst de voorzitter de leden ervan aan en treedt coördinerend op met betrekking tot het werk van de werkgroepen.

Artikel 8

De minister verschaft de commissie alle informatie welke voor de goede vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 9

De voorstellen, nota's en rapporten van de commissie worden vastgesteld bij meerderheid van stemmen der leden en schriftelijk aan de minister aangeboden. Ieder lid is bevoegd een afwijkende mening daarin te doen opnemen dan wel hiervan afzonderlijk blijk te geven aan de minister.

Artikel 10

Vóór 1 februari van elk jaar zendt de commissie aan de minister een verslag van haar werkzaamheden over het afgelopen jaar. Voor de eerste maal zal dit geschieden vóór 1 februari 1972.

Artikel 11

De commissie kan met inachtneming van de bepalingen van deze beschikking haar werkwijze en die van de secretaris geheel naar eigen inzicht regelen.

Artikel 12

De kosten, voortvloeiende uit de door of namens, dan wel in opdracht van de commissie verrichte werkzaamheden worden, na verkregen goedkeuring van de minister, door het Ministerie van Cultuur. Recreatie en Maatschappelijk Werk gedragen.

Artikel 13

Aan de leden van de commissie wordt uit 's Rijks kas vergoeding voor reis- en verblijfkosten verleend volgens de regelen welke voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens reizen voor de Rijksdienst gelden of zullen gelden voor categorie A.

Artikel 14

Het beheer van de bescheiden betreffende werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de terzake geldende bepalingen van het Besluit post- en archiefzaken rijksadministratie 1950 (Stb. K 425) op overeenkomstige wijze als ten departemente van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. De bescheiden worden bij opheffing van de commissie opgenomen in het archief van het departement.

Artikel 15

De beschikkingen van de Staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 21 oktober 1958, afd. J.V./V.O.-I nr. 47.490 en van 6 december 1960, afd. V.O. nr. 75.433, houdende instelling van respectievelijk een Financiele Adviescommissie voor de subsidiëring van het volksontwikkelingswerk en een Commissie van Deskundigen voor het volksontwikkelingswerk in internaatsverband, worden ingetrokken.

Artikel 16

1. Deze beschikking zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer en aan de belanghebbenden.

2. Zij treedt in werking met ingang van 1 oktober 1970.