rijk/ministeriele-regeling/instelling-werkgroep-fiscaal-technische-herziening-loon-en-inkomstenbelasting/BWBR0007153
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instelling werkgroep fiscaal-technische herziening loon- en inkomstenbelasting BWBR0007153 ministeriele-regeling geldend 1995-02-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007153 Instelling werkgroep fiscaal-technische herziening loon- en inkomstenbelasting

Instelling werkgroep fiscaal-technische herziening loon- en inkomstenbelasting

Paragraaf 1. Instelling en taak

Artikel 1

Er is een werkgroep fiscaal-technische herziening van de loon- en inkomstenbelasting.

Artikel 2

1.

De werkgroep heeft tot taak om op drie niveaus de loon- en inkomstenbelasting door te lichten.

Het eerste niveau betreft het bestek van de huidige wetgeving. De werkgroep gaat na welke onvolkomenheden er binnen het bestek van de huidige wetgeving bestaan en draagt concrete voorstellen ter wegneming ervan aan. Het gaat hierbij om technische bijstellingen van bepaalde regelingen ten einde geconstateerde knelpunten in die regelingen weg te nemen, het aanbrengen van vereenvoudigingen en meer in algemene zin het bijschaven van de verschillende wettelijke regelingen ten einde tot een meer elegante wetgeving te komen.

Het tweede niveau betreft de strekking van de huidige wetgeving. De werkgroep gaat na welke onvolkomenheden er binnen de loon- en inkomstenbelasting bestaan in het licht van de beoogde strekking van deze wetten. In aanvulling hierop draagt de werkgroep concrete voorstellen aan waarmee het bestek van de wetgeving meer in overeenstemming kan worden gebracht met de beoogde strekking van de wetgeving. Bij dit tweede niveau kan primair worden gedacht aan hetgeen in het verleden ook wel werd aangeduid met het begrip reparatiewetgeving.

Het derde niveau behelst de opzet van de loon- en inkomstenbelasting. Aan de werkgroep wordt gevraagd om voor een aantal deelterreinen concrete voorstellen aan te dragen ter verbetering en vereenvoudiging van de opzet van de loon- en inkomstenbelasting. Deze deelterreinen omvatten in elk geval:

  • diverse onderdelen uit de Bouwstenennotitie:
  • inkomsten uit vermogen, met inbegrip van de positie van de vermogensbelasting;
  • opties voor een loonsomheffing;
  • aftrekbare kosten;
  • reiskostenforfait en autokostenfictie;
  • buitengewone lasten en persoonlijke verplichtingen;
  • bijzondere tarieven;
  • faciliteiten voor ondernemers;
  • waardering vakantiebonnen;
  • vergroening van het fiscale stelsel;
  • winst uit aanmerkelijk belang;
  • sfeerovergangen (bloot-eigendomconstructies);
  • verhouding loonbelasting en inkomstenbelasting.

2.

Bij het doen van voorstellen neemt de werkgroep de volgende voorwaarden in acht:

  • de budgettaire aspecten van de voorstellen dienen nadrukkelijk in de afweging te worden betrokken, waarbij de thans bestaande budgettaire kaders niet overschreden mogen worden;
  • de werkgroep doet geen voorstellen met betrekking tot de tariefstructuur, met uitzondering van de bijzondere tarieven;
  • de voorstellen dienen naar het mogelijke bij te dragen aan het vergroten van de aanvaardbaarheid van de belastingwetgeving, ook door het verminderen van het aantal potentiële geschilpunten tussen fiscus en belastingplichtige en het verminderen van de administratieve lasten.

Paragraaf 2. Samenstelling en werkwijze

Artikel 3

1. Tot lid, tevens voorzitter van de werkgroep wordt benoemd: mr. D.E. Witteveen

2. Tot lid, tevens secretaris van de werkgroep wordt benoemd: mr. C.W.M. Van Ballegooijen

3.

Tot leden van de werkgroep worden benoemd:

  • prof. mr. E. Aardema
  • prof. dr. T. Blokland
  • prof. dr. S. Cnossen
  • prof. dr. P.H.J. Essers
  • prof. dr. J.A.G. Van der Geld
  • prof. mr. J.F.M. Giele
  • dr. A.M. Haberham
  • prof. dr. J.J.M. Kremers
  • mw. dr. C.L. van Lindonk
  • mr. G.J. Van Muijen
  • prof. dr. R.E.C.M. Niessen
  • prof. dr. M.P. Van Overbeeke RA C. Petiet
  • prof. mr. H.M.N. Schonis
  • drs. J.P.M. Simons
  • prof. dr. L.G.M. Stevens
  • mr. H.B.A. Verhoeven
  • mw. mr. I.J.F.A. Van Vijfeijken
  • mw. mr. A.M.L. Wekking
  • mw. mr. N.J.M. Wijnsma
  • prof. dr. J.W. Zwemmer

Artikel 4

Ter uitvoering van haar taak kan de werkgroep zich rechtstreeks tot derden wenden voor het verkrijgen van inlichtingen en hen zo nodig ter vergadering uitnodigen om hun mening nader uiteen te laten zetten.

Artikel 5

De werkgroep kan uit haar midden en met instemming van de Staatssecretaris van Financiën ook aangevuld met personen die geen zitting hebben in de werkgroep subwerkgroepen instellen om een of meer deelgebieden te bewerken. Deze subwerkgroepen, waarvan de voorzitter door de Staatssecretaris van Financiën wordt aangewezen, rapporteren aan de werkgroep.

Artikel 6

De werkgroep brengt op verzoek van de Staatssecretaris van Financiën tussentijds verslag uit.

Artikel 7

De werkgroep legt haar laatste voorstellen uiterlijk per 1 april 1996 aan de Staatssecretaris van Financiën over.

Paragraaf 3. Overige bepalingen

Artikel 8

De leden van de werkgroep, voor zover geen ambtenaar, ontvangen vacatiegelden alsmede een vergoeding voor de reis- en verblijfkosten volgens de bestaande rijksregelingen, voor zover niet uit anderen hoofde een vergoeding van deze kosten wordt verleend uit 's-Rijks kas.

Artikel 9

Een ieder die betrokken is bij de werkzaamheden van de werkgroep en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan behoudens voor zover wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij deze werkzaamheden de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 10

1. Dit besluit wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.

2. Afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer.