rijk/ministeriele-regeling/instelling-werkgroep-fiscale-behandeling-pensioenen/BWBR0006966
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instelling Werkgroep fiscale behandeling pensioenen BWBR0006966 ministeriele-regeling geldend 1994-12-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006966 Instelling Werkgroep fiscale behandeling pensioenen

Instelling Werkgroep fiscale behandeling pensioenen

Paragraaf 1. Instelling en taak

Artikel 1

Er is een werkgroep fiscale behandeling pensioenen.

Artikel 2

De werkgroep heeft de opdracht te onderzoeken welke aanpassingen in de fiscale behandeling van aanvullende oudedagsvoorzieningen en daarmee samenhangende fiscale regelingen wenselijk en mogelijk zijn met het oog op de vraag om flexibilisering en individualisering.

Hoewel het brede terrein van de oudedagsregelingen fiscaal gezien op een harmonieuze wijze moet zijn geregeld, zal het zwaartepunt van de werkzaamheden van de werkgroep moeten liggen op de fiscale behandeling van de pensioenpraktijk. Op basis van haar bevindingen kan zij aanbevelingen en voorstellen doen tot aanpassing van de criteria die thans gelden voor het fiscaal faciliëren van aanvullende oudedagsvoorzieningen en voor de daarmee samenhangende fiscale regelingen.

De werkgroep houdt bij haar onderzoek rekening met de ontwikkelingen op het terrein van de oudedagsvoorzieningen zelf zoals flexibilisering, individualisering, demografische ontwikkelingen e.d. en betrekt daarbij met name ook de economische aspecten (arbeidskosten, functioneren van markten, koopkracht), mede in een internationaal perspectief. De budgettaire aspecten van de onderscheiden voorstellen dienen nadrukkelijk in de afweging te worden betrokken terwijl de thans bestaande budgettaire kaders niet overschreden kunnen worden.

Paragraaf 2. Samenstelling en werkwijze

Artikel 3

1. Tot lid, tevens voorzitter van de werkgroep wordt benoemd: mr. D.E. Witteveen.

2. Tot lid, tevens secretaris van de werkgroep wordt benoemd: mw. mr. B. Dijkerman.

3. Tot leden van de werkgroep worden benoemd: mr. H.J. van Dalen, drs. C.C.H.J. Driessen, drs. J D. Flikweert, dhr. G.A. Hansum R.A., dr. P. Kavelaars, mr. W.F.E. Klaassen, prof. dr. E. Lutjens, mr. W.A. Mooij, mr. J.P.F. Slijpen, dhr. G.V. Smittenaar, prof. dr. L.G.M. Stevens, drs. J.H. Tamerus, dhr. P. van Yperen, actuaris A.G.

Artikel 4

De werkgroep kan uit haar midden een vice-voorzitter benoemen.

Artikel 5

Ter uitvoering van haar taak kan de werkgroep zich rechtstreeks tot derden wenden voor het verkrijgen van inlichtingen en hen zo nodig ter vergadering uitnodigen om hun mening nader uiteen te laten zetten.

Artikel 6

De werkgroep besluit met meerderheid van stemmen; indien nodig heeft de voorzitter een beslissende stem.

Artikel 7

De werkgroep brengt op verzoek van de Staatssecretaris van Financiën tussentijds verslag uit.

Artikel 8

De werkgroep legt haar voorstellen uiterlijk in de tweede helft van 1995 aan de Staatssecretaris van Financiën over.

Paragraaf 3. Overige bepalingen

Artikel 9

De leden van de werkgroep, voorzover geen ambtenaar, ontvangen vacatiegelden alsmede een vergoeding voor de reis- en verblijfkosten volgens de bestaande rijksregelingen, voor zover niet uit anderen hoofde een vergoeding van deze kosten wordt verleend uit 's Rijks kas.

Artikel 10

Een ieder die betrokken is bij de werkzaamheden van de werkgroep en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan behoudens voor zover wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij deze werkzaamheden de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 11

1. Dit besluit wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

2. Afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer.