rijk/ministeriele-regeling/instellingsbeschikking-commissie-ruim-baan-voor-talent/BWBR0016808
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbeschikking Commissie Ruim baan voor talent BWBR0016808 ministeriele-regeling geldend 2004-06-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016808 Instellingsbeschikking Commissie Ruim baan voor talent

Instellingsbeschikking Commissie Ruim baan voor talent

Artikel 1

Er is een Commissie Ruim baan voor talent, hierna te noemen: de commissie.

Artikel 2

De commissie heeft de volgende taken:

a. a. Het beoordelen van voorstellen voor experimenten in de studiejaren 20052006 en 20062007 met betrekking tot flexibele toelating, selectie van studenten en collegegelddifferentiatie bij opleidingen in het hoger onderwijs met erkende evidente meerwaarde en het monitoren van het verloop van die experimenten; b. b. Het beoordelen van voorstellen voor initiatieven in het studiejaar 20042005, waarmee universiteiten en hogescholen zich op deze experimenten voorbereiden; c. c. Het uitvoeren van overige activiteiten die verband houden met een nieuw toelatingsbeleid in het hoger onderwijs, zijnde organiseren van discussiebijeenkomsten en functioneren als loket voor toelatingsvraagstukken.

Artikel 3

De commissie biedt rapportages aan over de experimenten en het verloop daarvan aan voor 1 januari 2005, vóór 1 januari 2006 en vóór 1 januari 2007. De commissie brengt vóór 1 december 2007 haar eindrapport uit.

Artikel 4

1. De commissie bestaat uit 5 leden.

2.

Tot leden van de commissie worden benoemd:

Mr. A.H. Korthals (voorzitter); Prof. dr. H.P.M. Adriaansens; Prof. dr. J. van Helleman RA; Prof. dr. R.S. Reneman; Mw. mr. W. Sorgdrager.

3. De staatssecretaris voorziet na overleg met de voorzitter in het secretariaat van de commissie.

Artikel 4a

De Commissie overlegt met betrokken organisaties, waaronder die uit het voortgezet onderwijs.

Artikel 5

1. De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na zijn instelling een begroting aan de staatssecretaris aan.

2.

Onder de in het eerste lid bedoelde kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. De kosten voor vergaderen, materiële en secretariële ondersteuning; b. b. Een vergoeding voor door de leden van de commissie te maken reis- en verblijfkosten; c. c. De kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek; en d. d. De kosten van publicatie van rapportages.

3. Op de leden van de commissie is het Reisbesluit binnenland (Stb. 1993, 144) en het Vacatiegeldenbesluit 1988 van toepassing, tenzij anders overeengekomen.

Artikel 6

De commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen en instanties.

Artikel 7

De commissie verstrekt aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap desgevraagd de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.

Artikel 8

1. De commissie neemt geheimhouding in acht ten aanzien van alle informatie die in het kader van dit besluit bekend wordt en waarvan het karakter als vertrouwelijk is aan te merken.

2. De commissie zorgt ervoor dat door een ieder die betrokken is bij de werkzaamheden van de commissie, geheimhouding in acht wordt genomen ten aan zien van alle informatie die in het kader van dit besluit bekend wordt en waarvan het karakter als vertrouwelijk is aan te merken.

Artikel 9

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie hoger onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 10

Afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan:

De leden van de commissie; De President van de Algemene Rekenkamer; De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal; De VSNU; De HBO-raad; Het PAEPON; De Vereniging voor Voortgezet Onderwijs; Het ISO en de LSVb.

Artikel 11

1. Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 juni 2004.

2. Deze beschikking vervalt op 1 december 2007. De werkingsduur van deze beschikking kan met ten hoogste twaalf maanden worden verlengd.

3. Deze beschikking wordt gepubliceerd in de Staatscourant.