rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-ad-hoc-commissie-bewaarbeleid-tbs-dossiers/BWBR0037017
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit ad hoc commissie bewaarbeleid TBS-dossiers BWBR0037017 ministeriele-regeling geldend 2015-09-22 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037017 Instellingsbesluit ad hoc commissie bewaarbeleid TBS-dossiers

Instellingsbesluit ad hoc commissie bewaarbeleid TBS-dossiers

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *Minister:* Minister van Veiligheid en Justitie,

b. b.

    *commissie:* commissie als bedoeld in artikel 2.

c. c.

    *TBS-gestelde:* een ter beschikking gestelde ten aanzien van wie een bevel tot verpleging van overheidswege als bedoeld in artikel 37b of 38c van het Wetboek van Strafrecht is gegeven.

Artikel 2

1. Er is een ad hoc commissie bewaarbeleid TBS-dossiers.

2.

De commissie heeft tot taak:

a. a. vast te stellen welke informatie behoort tot het dossier van individuele TBS-gestelden; b. b. de huidige bewaartermijn van tien jaar voor dossiers van individuele TBS-gestelden te heroverwegen, gelet op het advies van de Raad voor Cultuur en diverse bewaarbelangen; c. c. advies uit te brengen over het bewaarregime van dossiers van individuele TBS-gestelden.

Artikel 3

De commissie wordt ingesteld voor de duur van zes maanden.

Artikel 4

De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.

Artikel 5

1. De commissie bestaat uit ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie en uit externe deskundigen.

2.

Tot de leden van de commissie worden benoemd:

a. a. drs. G.P. Hoekendijk, senior beleidsmedewerker van de Directie Sanctie- en Preventiebeleid op het Ministerie van Veiligheid en Justitie, als moderator en tevens voorzitter; b. b. dr. E. Bulten, forensisch psycholoog, adviseur verloftoetsing TBS & hoofd Diagnostiek, onderzoek en opleiding FPC Pompestichting; c. c. prof. dr. K.J.P.F.M. Jeurgens, hoogleraar Archivistiek, Universiteit van Amsterdam; d. d. dr. M.M. Kempes, senior onderzoeker en hoofd Bureau Wetenschap en opleidingen NIFP; e. e. mr. J.A.W. Knoester, strafrechtadvocaat, specialist op het terrein van TBS-zaken; f. f. prof. mr. P.A.M. Mevis, hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, rechter-plaatsvervanger rechtbank Rotterdam en lid van de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming, sectie Gevangeniswezen; g. g. mr. R. Molmans, senior juriste FPC Pompestichting; h. h. dr. M.H. Nagtegaal, wetenschappelijk medewerker WODC, specialisatie TBS; i. i. prof. mr. P.C. Vegter, bijzonder hoogleraar penitentiair recht aan de Radboud Universiteit en advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden; j. j. drs. W. Vernes, afdelingshoofd Plaatsing Forensische Zorg Dienst Justitiële Inrichtingen; k. k. prof. dr. J. Vijselaar, bijzonder hoogleraar geschiedenis van de psychiatrie aan de Universiteit Utrecht; l. l. prof. mr. dr. G.J. Zwenne, hoogleraar Recht in de informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden.

3. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, drs. S.A. Boekhoorn, ambtenaar bij de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De secretaris is geen lid van de commissie.

4. De benoeming geschiedt voor de duur van de instelling van de commissie.

Artikel 6

1. De commissie brengt uiterlijk zes maanden na de instelling haar advies aan de Minister uit.

Artikel 7

1. De leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen per vergadering een vergoeding. Als een commissievoorzitter of -lid uit hoofde van zijn functie bij een (andere) publieke organisatie deelneemt aan de commissie, wordt hem geen vergoeding toegekend.

2. De vergoeding per vergadering van de leden van de commissie bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

3. De leden van de commissie ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland. Deze vergoeding wordt door de secretaris van de commissie afgehandeld.

4. Twee of meer vergaderingen op dezelfde dag worden als één vergadering aangemerkt.

Artikel 8

1.

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning; b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek; c. c. de kosten voor publicatie van rapportages;

2. De commissie biedt de Minister zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan.

Artikel 9

Rapporten, notities, verslagen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht.

Artikel 10

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden, of eerder zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Personeel en Organisatie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Artikel 11

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.

2. Dit besluit vervalt na zes maanden na de instelling van de commissie.

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit ad hoc commissie bewaarbeleid TBS-dossiers.