40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen | BWBR0039699 | ministeriele-regeling | geldend | 2017-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0039699 | Instellingsbesluit Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen |
Instellingsbesluit Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
– –
*commissie:* de Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen;
– –
*de minister:* de Minister van Economische Zaken.
Artikel 2
1. Er is een Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen.
2.
De commissie heeft tot taak:
a. a. het desgevraagd adviseren van de minister over de mate waarin een certificatieschema of een deel daarvan de duurzaamheidseisen van vaste biomassa borgt; b. b. het toetsen van certificatieschema’s aan de geldende beheerseisen en duurzaamheidseisen voor vaste biomassa zoals vastgelegd op grond van de Wet Milieubeheer, ten behoeve van het adviseren, bedoeld onder a; c. c. het vaststellen en beheren van het protocol voor de toetsing van certificatieschema’s aan de geldende eisen; d. d. het desgevraagd adviseren van de minister over de gevolgen van gesignaleerde onregelmatigheden in de toepassing van goedgekeurde certificatieschema’s.
Artikel 3
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vier andere leden.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd voor een termijn van vier jaar en kunnen worden herbenoemd. De voorzitter en de andere leden kunnen door de minister worden geschorst en ontslagen.
3. De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.
4. De commissie kan zich laten bijstaan door een of meer gastdeskundigen.
Artikel 4
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.
2. De minister voorziet in het secretariaat van de commissie.
3. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat ministerie.
4. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 5
1. Aan de voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor wordt jaarlijks vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant.
2. Aan de andere leden wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 16, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor wordt jaarlijks vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant.
3. Een gastdeskundige ontvangt een vergoeding per vergadering van € 275.
Artikel 6
Ter gelegenheid van de instelling van de commissie worden voor een periode van vier jaar tot lid van de commissie benoemd:
a. a. de heer prof. dr.ir. H.H. de Iongh, te Wageningen, tevens voorzitter; b. b. de heer ir. A.J.F. Brinkmann, te Hoevelaken; c. c. de heer prof.dr.ir. G.J.M.M. Nabuurs, te Overloon; d. d. de heer ir. L. Pelkmans, te Mol (België); e. e. mevrouw dr. A. Voss, te Delft.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2017.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Adviescommissie Duurzaamheid Biomassa voor Energietoepassingen.