40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Adviescommissie Stelseltoezicht Vleesketen | BWBR0050502 | ministeriele-regeling | geldend | 2024-12-04 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0050502 | Instellingsbesluit Adviescommissie Stelseltoezicht Vleesketen |
Instellingsbesluit Adviescommissie Stelseltoezicht Vleesketen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
b. b.
*adviescommissie:* adviescommissie, bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
Er is een Adviescommissie Stelseltoezicht Vleesketen.
Artikel 3
1. De adviescommissie heeft als taak de minister te adviseren over de werking en het functioneren van het stelsel in de vleesketen.
2.
De adviescommissie richt zich in het bijzonder op:
a. a. het op onafhankelijke wijze verkrijgen van inzicht in de werking en het functioneren van het stelsel, met oog voor toezicht en handhaving, beleid, huidige wet- en regelgeving en de sector; b. b. de vraag of de nodige stappen door betrokken actoren worden gezet om de publieke belangen voedselveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn te borgen; c. c. de vraag of deze stappen het gewenste effect hebben op het vergroten van het vertrouwen in het stelsel; d. d. het doen van aanbevelingen op de werking van het stelsel.
Artikel 4
1. De adviescommissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste twee andere leden.
2. De voorzitter en de op voordracht van de voorzitter andere leden worden door de minister benoemd. De voorzitter en de andere leden kunnen door de minister worden geschorst en ontslagen.
3. De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
4. De adviescommissie kan zich door gastdeskundigen op het gebied van voedselveiligheid, dierenwelzijn en diergezondheid doen bijstaan.
Artikel 5
1. De adviescommissie wordt ingesteld vanaf 1 november 2024 tot 1 juli 2026.
2. De adviescommissie wordt opgeheven vier weken nadat het eindrapport is uitgebracht en uiterlijk op 1 juli 2026.
3. Na de opheffing van de adviescommissie kan de voorzitter nog worden verzocht om namens de adviescommissie een toelichting te geven op het eindrapport.
Artikel 6
Ter gelegenheid van de instelling van de adviescommissie wordt tot lid, tevens voorzitter, benoemd:
a. a. de heer mr. J. van den Bos, te Rotterdam.
Artikel 7
1. De adviescommissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.
2. De minister voorziet, in overeenstemming met de voorzitter, in het secretariaat van de adviescommissie.
3. Het secretariaat is voor de uitvoering van haar taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de adviescommissie.
4. De minister draagt, op verzoek van de voorzitter, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de adviescommissie.
5. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de adviescommissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de adviescommissie bewaard in het archief van dat ministerie.
Artikel 8
1. De adviescommissie is bevoegd zich, voor het inwinnen van inlichtingen, te wenden tot personen en instanties en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor het uitvoeren van het onderzoek.
2. Het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verlenen de adviescommissie de verlangde medewerking en toegang tot informatie die zij redelijkerwijs nodig heeft voor het uitvoeren van haar taken.
3. Ambtenaren van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn verplicht om de adviescommissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak.
4. De adviescommissie zal zich over de aan haar aangeboden medewerking verantwoorden in haar eindrapport.
5. De adviescommissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 9
1. Aan de voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk en de arbeidsduurfactor op 0,2.
2. Aan de andere leden wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk en de arbeidsduurfactor op 0,2.
3. De voorzitter en de andere leden ontvangen een vergoeding voor reiskosten gebaseerd op de voet van de regeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.
Artikel 10
1.
De kosten van de ondersteuning van de adviescommissie komen voor rekening van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. a. de kosten voor het secretariaat van de commissie; b. b. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen; c. c. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek; en d. d. de kosten voor oplevering van het rapport.
2. De adviescommissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een kostenraming aan de minister aan.
Artikel 11
1. De adviescommissie legt haar bevindingen vast in eventuele tussenrapportages en een eindrapport welke worden aangeboden aan de minister.
2. De minister biedt de eventuele tussenrapportages en het eindrapport aan de Eerste Kamer en de Tweede Kamer aan.
Artikel 12
De adviescommissie draagt uiterlijk zes weken na oplevering van het rapport, het archief over aan het archief van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De adviescommissie bepaalt welke stukken deel uitmaken van het archief.
Artikel 13
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 november 2024.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Adviescommissie Stelseltoezicht Vleesketen.