rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-begeleidingscommissie-evaluatie-vraaggestuurde-programmering/BWBR0029823
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Evaluatie Vraaggestuurde programmering TNO/GTIs BWBR0029823 ministeriele-regeling geldend 2011-04-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0029823 Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Evaluatie Vraaggestuurde programmering TNO/GTIs

Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Evaluatie Vraaggestuurde programmering TNO/GTIs

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

b. b.

    *commissie:* de begeleidingscommissie als bedoeld in artikel 2,

c. c.

    *TNO:* Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek, gevestigd te Delft,

d. d.

    *GTI:* Grote Technologische Instituten.

Artikel 2

1. Er is een Begeleidingscommissie Evaluatie Vraaggestuurde programmering TNO / GTIs

2.

De commissie:

a. a. is onafhankelijk in die zin dat de leden functioneren zonder last of ruggespraak. De leden van de begeleidingscommissie binden met hun opstelling in de commissie de organisatie waar zij voor werken niet; b. b. doet aan de minister een voorstel voor een definitieve keuze voor een onderzoeksbureau, na een voorselectie door de voorzitter en de leden van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, binnen de randvoorwaarden van de offerteaanvraag en conform de beoordelingscriteria; c. c. begeleidt de evaluatie op deskundige en objectieve wijze. Dat houdt onder meer in:

        •
        nadere precisering van onderzoeksvragen
      
      
        •
        richting geven bij dilemmas
      
      
        •
        maken van keuzes tijdens de evaluatie waar nodig of gewenst

• • nadere precisering van onderzoeksvragen • • richting geven bij dilemmas • • maken van keuzes tijdens de evaluatie waar nodig of gewenst d. d. zal haar eindoordeel geven over de kwaliteit van het onderzoek van het bureau dat de evaluatie uitvoert. De verantwoordelijkheid voor het eindrapport ligt bij het onderzoeksbureau.

Artikel 3

De commissie wordt ingesteld met ingang van 15 september 2010 en wordt opgeheven per 1 juni 2011 of zoveel eerder als de werkzaamheden zijn afgerond.

Artikel 4

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door haar gewenste inlichtingen.

Artikel 5

1.

Tot leden van de commissie worden benoemd:

a. a. dr. Eppo Bruins (STW), voorzitter per 1 februari 2011 b. b. prof.dr. Wim Derksen (I&M), voorzitter en lid tot 1 februari 2011 c. c. drs. Najat Aoulad el Kadi (EL&I), secretaris d. d. dr. Kees Ekkers (TNO) e. e. ing. Geert Huizinga (FME) f. f. mr.drs. Cor Katerberg (OCW)

2. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

3. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.

Artikel 6

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen.

Artikel 7

De commissie brengt vóór 1 juni 2011 haar eindrapport uit aan de minister.

Artikel 8

1. De voorzitter en andere leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, hebben per vergadering recht op een vergoeding.

2. De vergoeding per vergadering van de leden van de commissie bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.

4. De voorzitter en andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

5. Twee of meer vergaderingen op dezelfde dag worden als één vergadering aangemerkt.

Artikel 9

1.

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor publicatie van rapportages.

2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.

Artikel 10

De commissie biedt de minister een verslag aan waarin wordt ingegaan op de activiteiten van de commissie.

Artikel 11

Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.

Artikel 12

De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom.

Artikel 13

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan de directie Onderzoek en Wetenschapsbeleid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14

1. Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 15 september 2010.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2012.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Begeleidingscommissie Evaluatie Vraaggestuurde programmering TNO/GTIs