40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit beoordelingscommissie LLO-professionalisering opleiders 2023-2026 | BWBR0048373 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-07-08 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0048373 | Instellingsbesluit beoordelingscommissie LLO-professionalisering opleiders 2023-2026 |
Instellingsbesluit beoordelingscommissie LLO-professionalisering opleiders 2023-2026
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- commissie: beoordelingscommissie als bedoeld in artikel 2;
- DUS-I (Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen): uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport die verantwoordelijk is voor het secretariaat;
- groot project: project als bedoeld in het derde lid van artikel 3 van de regeling;
- klein project: project als bedoeld in het tweede lid van artikel 3 van de regeling;
- kalibreersessie: gezamenlijke bijeenkomst van de leden van de beoordelingscommissie waarin onderlinge afstemming van de beoordelingscriteria worden besproken en afgestemd met als doel de betrouwbaarheid van de beoordeling te verhogen en de toepasselijke criteria te verduidelijken;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- regeling: Subsidieregeling LLO-professionalisering opleiders 2023-2026, ter beoordeling waarvan de beoordelingscommissie is ingesteld.
Artikel 2
1. Er is een beoordelingscommissie LLO-oplossingen.
2. De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 juli 2023 en wordt opgeheven met ingang van 31 december 2026.
3. De periode van instelling van de beoordelingscommissie kan worden verlengd indien het programma LLO-Katalysator in een volgende periode wordt voortgezet.
Artikel 3
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en uit niet meer dan vijftien leden.
2. De Minister benoemt de voorzitter en de overige leden.
3.
De voorzitter of een lid kunnen worden geschorst of tussentijds worden ontslagen indien:
a. a. daarom door de betreffende persoon is verzocht; b. b. het functioneren van de voorzitter of van het betreffende lid daartoe aanleiding geeft; of c. c. gebleken is dat de onafhankelijkheid van de voorzitter of van het betreffende lid niet is gewaarborgd.
4. Bij tussentijds ontslag van een lid kan de Minister een ander lid benoemen.
5. De voorzitter of een ander lid van de commissie heeft geen toegang tot de beraadslagingen over een subsidieaanvraag indien bij de voorzitter of bij dit andere lid sprake is van een mogelijk persoonlijk belang.
Artikel 4
1. Per aanvraagronde beoordeelt de commissie de subsidieaanvragen die zijn ingediend op grond van de regeling aan de hand van het beoordelingskader dat is opgenomen als Bijlage 1 bij de regeling.
2. De commissie beoordeelt de ingediende subsidieaanvragen die voldoen aan de criteria van het beoordelingskader, bedoeld in het eerste lid, volgens de voorschriften die zijn genoemd in het vierde tot en met het zevende lid van artikel 25 van de regeling, waarbij geldt dat:
3. Aanvragen voor kleine projecten worden uitsluitend schriftelijk beoordeeld als voldoende of als onvoldoende op grond van het vierde lid van artikel 25 van de regeling;
4. Aanvragen voor grote projecten worden gerangschikt op basis van de beoordeling zoals genoemd in het vijfde lid van artikel 25 van de regeling.
5. De commissie adviseert de Minister over de beoordeling en de rangschikking van de aanvragen op basis van het tweede lid van artikel 25 van de regeling.
6. De commissie reflecteert bij aanvragen voor grote projecten op de eindrapportages zoals die door de subsidieaanvragers worden ingediend.
7. Voor haar taken als bedoeld in de onderdelen a en b van het tweede lid adviseert de commissie de Minister binnen 16 weken na afloop van iedere aanvraagperiode als bedoeld in het eerste lid van artikel 6 van de regeling.
8. Leden van de commissie zijn ook na 1 januari 2026 te consulteren door de Minister in verband met de rechten en plichten die voortvloeien uit de taken van de commissie, genoemd in het derde lid.
Artikel 5
Tot leden van de commissie worden benoemd:
a. a. Ricardo Winter, tevens voorzitter; b. b. Daniël Rodenburg; c. c. Daniëlle de Boer; d. d. Gerard van Oosten; e. e. Guut Arnoldus; f. f. Harm van Lieshout; g. g. Isabel Coenen; h. h. Jan Cromwijk; i. i. John van der Vegt; j. j. Marian Thunnissen; k. k. Marjolein ten Hoonte; l. l. Rob Slagboom; m. m. Sjoerd Keijser; n. n. Trudy van Megen, tot 1 mei 2024; o. o. Wieger Bakker, tot 1 mei 2024; p. p. te rekenen vanaf 8 april 2024: Wilbert Kolkman; q. q. te rekenen vanaf 8 april 2024: Klaas Verschuure.
Artikel 6
1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat vanuit DUS-I.
2. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.
3. In het secretariaat wordt voorzien door de Minister.
4.
Tot de taken van het secretariaat behoren:
a. a. het organiseren van een kennismakingsbijeenkomst en kalibreervergadering voor commissieleden; b. b. het doen van de eerste formele toetsing van de ingediende aanvragen en het op basis van deze eerste toetsing opstellen van een preadvies aan de beoordelingscommissie; c. c. het plannen van alle gesprekken en het opstellen van een eenduidig communicatieprotocol met de aanvragers met betrekking tot de behandeling van de betreffende subsidieaanvraag; d. d. het uitwerken van notulen van de gesprekken met de aanvragers in een adviestekst; e. e. het opstellen van de rangschikkingslijsten en van een overzicht van het advies bij iedere beoordeelde aanvraag; f. f. het organiseren van de loting van de aanvragen die hiervoor in aanmerking komen op grond van het tweede, respectievelijk het vierde lid van artikel 26 van de regeling; g. g. het organiseren van de beoordelingsvergadering; h. h. het organiseren van de procedurele afhandeling, daaronder begrepen het schrijven van het advies aan de Minister, het onderhouden van het contact met de aanvragers over het resultaat van de beoordeling, het opstellen en op de juiste wijze verzenden van de beschikking en het zorgdragen voor de correcte betalingen; en i. i. het opstellen van het verslag van bevindingen.
Artikel 7
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast binnen de kaders van de regeling.
2. Na toestemming van de Minister kan de commissie zich door andere personen laten bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
Artikel 8
De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 9
1. De vergoeding van de voorzitter van de commissie bedraagt € 378,63 excl. btw per dagdeel.
2. De vergoeding van de overige leden bedraagt € 278,63 excl. btw euro per dagdeel.
3. Per beoordeelde aanvraag worden voor een commissielid ten hoogste twee dagdelen vergoed, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden.
4. De reiskostenvergoeding is € 0,21 per kilometer of de werkelijk gemaakte kosten met openbaar vervoer.
Artikel 10
1. Voor zover goedgekeurd komen de kosten van de commissie voor rekening van de Minister.
2. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen.
Artikel 11
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.
Artikel 12
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Voortgezet Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 13
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2027.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit beoordelingscommissie LLO-professionalisering opleiders 2023-2026.