40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Commissie dienstverlening aan huis | BWBR0033446 | ministeriele-regeling | geldend | 2013-05-30 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0033446 | Instellingsbesluit Commissie dienstverlening aan huis |
Instellingsbesluit Commissie dienstverlening aan huis
Artikel 1
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*commissie:* de Commissie dienstverlening aan huis, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
b. b.
*ministerie:* ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel 2
1. Er is een Commissie dienstverlening aan huis.
2. De commissie wordt ingesteld tot 30 april 2014.
Artikel 3
De commissie heeft tot taak:
a. a. Het onderzoeken wat de positie van huishoudelijk personeel in Nederland op dit moment is; b. b. Het verzamelen van informatie over voorbeelden van regulering in andere landen, de daaraan verbonden voor- en nadelen en deze te betrekken bij de uit te werken varianten, bedoeld in onderdeel c; c. c. Indien de uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in onderdeel a, daar aanleiding toe geven, verschillende varianten of modellen te ontwikkelen die tot een verbetering van de positie van huishoudelijk werkers leiden, waarbij:
–
de varianten worden geoptimaliseerd op minimale budgettaire en minimale negatieve effecten voor de arbeidsmarkt en de zorg,
–
in elk geval één variant wordt opgesteld die in lijn is met ratificatie van het ILO-verdrag 189,
–
naast een variant die in lijn is met ratificatie van het ILO-verdrag, ook een budgettair neutrale variant wordt opgesteld, die de positie van huishoudelijke personeel verbetert, maar niet noodzakelijkerwijs geheel in lijn is met ratificatie, en
–
relevante partijen worden geraadpleegd omtrent het draagvlak van mogelijke beleidsvarianten in de samenleving;
– – de varianten worden geoptimaliseerd op minimale budgettaire en minimale negatieve effecten voor de arbeidsmarkt en de zorg, – – in elk geval één variant wordt opgesteld die in lijn is met ratificatie van het ILO-verdrag 189, – – naast een variant die in lijn is met ratificatie van het ILO-verdrag, ook een budgettair neutrale variant wordt opgesteld, die de positie van huishoudelijke personeel verbetert, maar niet noodzakelijkerwijs geheel in lijn is met ratificatie, en – – relevante partijen worden geraadpleegd omtrent het draagvlak van mogelijke beleidsvarianten in de samenleving; d. d. Bij de onder c genoemde varianten te rapporteren over:
–
de huidige en te verwachten toekomstige omvang van de werkgelegenheid in huishoudelijke diensten,
–
de gevolgen voor de loonkosten van huishoudelijk werk en de fiscale en anderszins te verwachten opbrengsten,
–
de werkgeversverplichtingen voor particulieren en anderen indien de dienstverlening op een andere wijze zou worden georganiseerd;
–
de arbeidskosten voor de zorg,
–
de gevolgen voor de sociale zekerheid,
–
de uitvoerbaarheid en administratieve lasten voor zowel particulieren als overheidsinstanties, waaronder de Belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
–
de budgettaire effecten,
–
de effecten voor de arbeidsmarkt waaronder de mogelijke toename van reguliere werkgelegenheid in het lager geschoolde deel van de arbeidsmarkt en het mogelijke risico van de toename van zwart werk;
– – de huidige en te verwachten toekomstige omvang van de werkgelegenheid in huishoudelijke diensten, – – de gevolgen voor de loonkosten van huishoudelijk werk en de fiscale en anderszins te verwachten opbrengsten, – – de werkgeversverplichtingen voor particulieren en anderen indien de dienstverlening op een andere wijze zou worden georganiseerd; – – de arbeidskosten voor de zorg, – – de gevolgen voor de sociale zekerheid, – – de uitvoerbaarheid en administratieve lasten voor zowel particulieren als overheidsinstanties, waaronder de Belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, – – de budgettaire effecten, – – de effecten voor de arbeidsmarkt waaronder de mogelijke toename van reguliere werkgelegenheid in het lager geschoolde deel van de arbeidsmarkt en het mogelijke risico van de toename van zwart werk; e. e. De bevindingen door het Centraal Planbureau (CPB) te laten doorrekenen op budgettaire effecten en te laten beoordelen op arbeidsmarkteffecten, waarbij deze CPB-notitie onderdeel uitmaakt van het verslag van de commissie.
Artikel 4
De commissie bestaat uit de volgende leden:
Mr. Ella Kalsbeek (voorzitter)
Prof. dr. Barbara Baarsma
Prof. dr. Willem Bouwens
Prof. dr. Jaap de Koning
Prof. dr. Paul Schnabel
Artikel 5
De commissie brengt voor 31 december 2013 het verslag van haar bevindingen en werkzaamheden uit aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel 6
In het secretariaat wordt voorzien door het ministerie.
Artikel 7
1. Aan de leden wordt een vergoeding per vergadering toegekend volgens de regels van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissie en het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies. De vergoeding per vergadering bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
2. Aan de voorzitter wordt een vergoeding per vergadering toegekend van 130% van de hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 8
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 16 mei 2013.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 30 april 2014.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie dienstverlening aan huis.