40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Commissie forensische medisch onderzoek en medische arrestantenzorg politie | BWBR0038376 | ministeriele-regeling | geldend | 2016-07-28 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0038376 | Instellingsbesluit Commissie forensische medisch onderzoek en medische arrestantenzorg politie |
Instellingsbesluit Commissie forensische medisch onderzoek en medische arrestantenzorg politie
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister van Veiligheid en Justitie;
b. b.
*commissie:* commissie, bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
1. Er is een Commissie forensisch medisch onderzoek en medische arrestantenzorg
2.
De commissie heeft tot taak:
a. a. het adviseren van de minister en de korpsleiding van de politie over het ter beschikking krijgen van kwalitatief goede en financieel beheersbare dienstverlening op het gebied van forensisch medisch onderzoek en medische arrestantenzorg; b. b. het verzamelen en inventariseren van mogelijkheden om deze dienstverlening te verwerven; c. c. het onderzoeken van de juridische en praktische voor- en nadelen van de opties; d. d. het adviseren van de minister en de korpsleiding van de politie over eventueel te nemen maatregelen.
Artikel 3
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste 6 en ten hoogste 9 andere leden.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.
3. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.
4. De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 juni 2016.
5. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
6. De voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de minister.
7. Na het uitbrengen van het rapport is de commissie opgeheven.
Artikel 4
Tot lid van de commissie worden benoemd:
a. a. de heer O. Hoes, te Maastricht, tevens voorzitter; b. b. mevrouw W.L.J.M. Duijst-Heesters, te Wezep; c. c. de heer B.S. Eilander, te Zoetermeer; d. d. de heer L.C.M. Frings, te Arcen; e. e. de heer M.C.J. Groothuizen, te Zeist; f. f. de heer F. Paauw, te Rijswijk; g. g. de heer H.D. van Romburgh, te Den Haag; h. h. mevrouw E.C. Romijn, te Den Haag; i. i. de heer J.W. Schaper, te Amersfoort; j. j. de heer B.W.J. Steensma, te Utrecht;
Artikel 5
1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.
2. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.
3. In het secretariaat wordt voorzien door de minister.
4. De minister draagt, na overleg met de commissie, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.
Artikel 6
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2. De commissie kan zich, na toestemming van de minister, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
Artikel 7
De leden van de commissie zijn bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.
Artikel 8
De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 9
De commissie brengt vóór 31 december 2016 haar eindrapport uit aan de minister.
Artikel 10
1. De voorzitter ontvangt een vaste vergoeding per maand. De toepasselijke salarisschaal voor de voorzitter is schaal 18, trede 10 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter is 8/36.
2. De vergoeding per vergadering van de leden, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en hiermee niet het in artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag overschrijden bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
Artikel 11
1.
De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor publicatie van rapportages.
Artikel 12
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.
Artikel 13
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Directoraat-Generaal Politie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel 14
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2016.
2. Dit besluit vervalt op 1 februari 2017.
Artikel 15
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie forensische medisch onderzoek en medische arrestantenzorg politie.