40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade | BWBR0043624 | ministeriele-regeling | geldend | 2020-06-11 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0043624 | Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade |
Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade
Hoofdstuk I. Algemeen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
– –
*aanvrager:* een persoon die een aanvraag indient als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg;
– –
*advies:* advies van de Commissie Mijnbouwschade aan een schademelder, aanvrager, mijnbouwonderneming of de Minister;
– –
*behandeling van een schademelding:* buitengerechtelijke behandeling van een schademelding van een schademelder;
-
Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg: Besluit over de verstrekking van een tegemoetkoming voor schade aan particuliere woningeigenaren door bodembeweging als gevolg van de voormalige steenkoolwinning in Limburg; – –
*bodembeweging:* bodemtrilling als gevolg van een geïnduceerde beving, bodemdaling en bodemstijging;
– –
*Commissie:* de Commissie Mijnbouwschade, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
– –
*geïnduceerde beving:* door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut geregistreerde bodemtrilling die – vanwege de plaats en overige eigenschappen van de trilling – wordt toegerekend aan de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk;
– –
*mijnbouwonderneming:* exploitant van een mijnbouwwerk;
– –
*gebouw:* gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van Woningwet, met een geheel of gedeeltelijke woonbestemming of dat eigendom is van een micro-onderneming als bedoeld in artikel 2, derde lid, van bijlage I van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
– –
*mijnbouwwerk:* mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet;
– –
*Minister:* de Minister van Klimaat en Groene Groei;
– –
*protocol:* protocol behandeling schademeldingen opgenomen in bijlage 1;
– –
*schade:*
a.
fysieke schade aan gebouwen als gevolg van bodembeweging door de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk en
b.
materiële schade die het directe gevolg is van deze fysieke schade en het herstel daarvan, met in achtneming van bijlage 2;
a. a. fysieke schade aan gebouwen als gevolg van bodembeweging door de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk en b. b. materiële schade die het directe gevolg is van deze fysieke schade en het herstel daarvan, met in achtneming van bijlage 2; – –
*schademelder:* eigenaar van een gebouw die een schade aan dat gebouw meldt bij de Commissie;
– –
*schademelding:* een melding van schade van een schademelder ten behoeve van advisering door de Commissie.
Hoofdstuk II. Commissie mijnbouwschade
Artikel 2
1.
Er is een Commissie Mijnbouwschade, deze bestaat uit:
a. a. een algemene kamer; en b. b. een Limburg kamer.
2.
De algemene kamer van de Commissie heeft tot taak om naar aanleiding van een schademelding van een schademelder advies uit te brengen over de vraag:
i. i. of er sprake is van schade, ii. ii. wat de oorzaak van deze schade is, en iii. iii. indien de schade is ontstaan door bodembeweging als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk, welk deel van de schade daaraan kan worden toegerekend en wat de hoogte van het schadebedrag is dat naar het oordeel van de Commissie door de mijnbouwonderneming of, in gevallen als bedoeld in artikel 137 van de Mijnbouwwet, ten laste van het waarborgfonds aan de schademelder dient te worden vergoed.
3. De Limburg kamer van de Commissie heeft als taak om naar aanleiding van een verzoek om advies als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg advies uit te brengen.
4.
Een schademelding wordt door de Commissie niet in behandeling genomen indien:
a. a. de schademelding meer dan twaalf maanden na het tijdstip van de geïnduceerde beving, zoals vastgesteld door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, is ingediend; b. b. deze schade betreft waarvoor door de mijnbouwonderneming of een andere daartoe aangewezen instantie na een melding van schade een vergoeding is vastgesteld; c. c. deze schade betreft waarvoor door de mijnbouwonderneming of een andere daartoe aangewezen organisatie na beoordeling van de melding van schade geen vergoeding is vastgesteld, tenzij in de schademelding een andere vermoede schadeoorzaak wordt opgegeven; d. d. deze schade betreft waarvoor een schademelding in behandeling is bij een andere daartoe aangewezen organisatie; e. e. deze schade betreft waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit een melding van schade is gedaan bij de mijnbouwonderneming; f. f. een vordering tot vergoeding van de betreffende schade aanhangig is bij de burgerlijke rechter; g. g. een mijnbouwonderneming voor de behandeling van de schade waarop de schademelding betrekking heeft met de desbetreffende regio voor inwerkingtreding van dit besluit een lokale regeling heeft getroffen die voorziet in behandeling van de schademelding door een andere daartoe aangewezen organisatie; h. h. de burgerlijke rechter uitspraak heeft gedaan over een vordering tot vergoeding van de betreffende schade.
5. De Commissie kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van het vierde lid, onderdelen a tot en met e, ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.
6. De Commissie kan op verzoek van een mijnbouwonderneming afwijken van het vierde lid.
7.
De Commissie voert haar taak:
a. a. als bedoeld in het tweede lid uit met toepassing van de bepalingen van het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht en met inachtneming van het protocol opgenomen in bijlage 1, onderdeel A, B of C; b. b. als bedoeld in het derde lid uit met toepassing van de bepalingen van het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht en met inachtneming van artikel 2, eerste en vierde lid, van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg en het protocol opgenomen in bijlage 1, onderdeel D.
8.
Wijziging van:
a. a. een protocol, als bedoeld in bijlage 1, onderdelen A, B en C, geschiedt na overleg met de Commissie en de betreffende mijnbouwondernemingen; en b. b. het protocol, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel D, geschiedt na overleg met de Commissie en de vertegenwoordigers van de betrokken regionale overheden.
De Commissie kan de Minister verzoeken om een wijziging van een protocol indien zij aanvulling of aanpassing van een protocol wenselijk of noodzakelijk acht.
9. De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast, met inachtneming van het protocol, opgenomen in bijlage 1, en maakt deze werkwijze bekend.
10. De Commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen. De werkwijze van de Commissie omvat de wijze waarop onderzoek wordt verricht, de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de door de Commissie ingeschakelde deskundigen, de werkwijze van de deskundigen en de vergoeding van hun kosten.
Artikel 3
1.
De Commissie bestaat uit:
a. a. een voorzitter van de Commissie, tevens lid, voorzitter van de algemene kamer van de Commissie en vicevoorzitter van de Limburg kamer van de Commissie; b. b. een vicevoorzitter van de Commissie, tevens lid, voorzitter van de Limburg kamer van de Commissie en vicevoorzitter van de algemene kamer van de Commissie; en c. c. ten minste vier andere leden.
2. De leden van de Commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Minister. Benoeming vindt plaats voor een periode van ten hoogste vier jaar.
3. De leden van de Commissie zijn onpartijdig en hun benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid en onpartijdigheid die nodig is voor de uitoefening van de taak van de Commissie.
4.
De voorzitter is een rechter of een voormalig rechter, de vicevoorzitter is een rechter, een voormalig rechter of een jurist met ervaring in geschilbeslechting en de leden van de Commissie beschikken gezamenlijk over deskundigheid op het gebied van in ieder geval:
a. a. het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht; b. b. bestuurlijke en maatschappelijke verhoudingen en omgevingsmanagement; c. c. bouwkunde; d. d. gesteente en grondmechanica; e. e. geohydrologie; f. f. gesteldheid van de bodem in het voormalige steenkoolwinningsgebied en de na-ijlende effecten van steenkoolwinning.
5.
Schorsing en ontslag van de leden vinden plaats wegens:
a. a. ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie, of b. b. andere zwaarwegende redenen gelegen in de persoon van de betrokkene.
6. De leden van de Commissie worden op eigen verzoek ontslagen.
7. De Commissie kan één van haar leden opdragen namens de Commissie advies uit te brengen over de behandeling van een schademelding.
8. De Minister stelt huisvesting ter beschikking aan de Commissie.
Artikel 4
1. Aan de leden van de Commissie wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 17, trede 10 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984.
2. In een besluit tot benoeming van een lid van de Commissie wordt de arbeidsduurfactor voor de vergoeding vastgesteld.
Artikel 5
1. De Commissie wordt ondersteund door de uitvoeringsorganisatie.
2. De Minister stelt personeel en huisvesting ter beschikking aan de uitvoeringsorganisatie.
3. De uitvoeringsorganisatie is voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan de Commissie.
4. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de Commissie bewaard in het archief van dat ministerie.
Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Artikel 6
De Commissie brengt jaarlijks aan de Minister een verslag uit over haar werkzaamheden van het afgelopen jaar. In dit verslag wordt in elk geval aandacht besteed aan de door de Commissie gehanteerde werkwijze, procedures en beoordelingsmethodiek.
Artikel 7
1. Jaarlijks vindt in opdracht van de Minister een evaluatie plaats van de behandeling van schademeldingen door de Commissie.
2. De Minister kan, bijvoorbeeld indien zich een incident van bodembeweging heeft voorgedaan, opdracht geven tot een aanvullende evaluatie van de behandeling van schademeldingen door de Commissie.
3. De Minister maakt het verslag van de evaluatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, openbaar.
Artikel 8
1. Ten behoeve van de goede uitvoering van artikel 2, tweede lid tot en met vierde lid, verwerkt de Commissie de nodige gegevens, waaronder persoonsgegevens. De Commissie is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking.
2. Ten behoeve van de goede uitwerking van artikel 2, vierde lid, verwerkt de mijnbouwonderneming de nodige gegevens, waaronder persoonsgegevens. De mijnbouwonderneming is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking.
3. De Commissie, de mijnbouwonderneming en overige organisaties belast met de behandeling van schade verstrekken elkaar desgevraagd de informatie, waaronder begrepen de persoonsgegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de goede uitvoering van artikel 2, tweede tot en met zesde lid.
Artikel 9
De Commissie, haar leden, de uitvoeringsorganisatie en de eventueel benoemde secretaris en eventuele andere door hen of één van hen in de zaak betrokken personen zijn noch contractueel noch buitencontractueel aansprakelijk voor eventuele schade door eigen of andermans handelen of nalaten of door gebruik van hulpzaken in of rond een schadebehandelingsprocedure, tenzij en voor zover dwingend Nederlands recht anders bepaalt.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2020.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade.