40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit commissie NLQF-EQF | BWBR0029292 | ministeriele-regeling | geldend | 2010-12-29 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0029292 | Instellingsbesluit commissie NLQF-EQF |
Instellingsbesluit commissie NLQF-EQF
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. b.
*commissie:* commissie als bedoeld in artikel 2;
c. c.
*NLQF:* het Nederlands kwalificatiekader levenlang leren;
d. d.
*EQF:* het Europees kwalificatiekader levenlang leren.
Artikel 2
1. Er is een commissie NLQF-EQF.
2.
De commissie heeft tot taak:
a. a. te onderzoeken of het ontwikkelde NLQF een juiste weergave is van de in Nederland bestaande kwalificatieniveaus, b. b. het onderzoeken van een juiste koppeling van het NLQF aan het EQF, c. c. het onderzoeken of de procedures voor inschaling adequaat en volledig zijn, d. d. het onderzoeken of de voorwaarden voor inpassing in het NLQF van niet op grond van een onderwijswet erkende kwalificaties en opleidingen compleet en uitvoerbaar zijn, en e. e. het onderzoeken op welke wijze een Nationaal coördinatiepunt EQF kan worden ingericht.
3. De commissie brengt op basis van het onderzoek bedoeld in het tweede lid aan de minister een advies uit en betrekt daarbij ook het draagvlak voor het NLQF en de voorgestelde procedures.
Artikel 3
De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 december 2010 en wordt opgeheven per 15 april 2011.
Artikel 4
1.
Tot leden van de commissie worden benoemd:
a. a. Prof. dr. F. Leijnse, tevens voorzitter b. b. Prof. dr. J.J.H. van den Akker c. c. Prof. dr. H. P.M. Adriaansens d. d. Em. prof. dr. W.J. Nijhof
2. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.
3. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
4. De minister voorziet in de secretariële ondersteuning van de commissie.
Artikel 5
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen.
Artikel 6
De commissie brengt vóór 1 maart 2011 haar eindrapport uit aan de minister.
Artikel 7
1. De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vaste vergoeding per maand in de maanden november 2010 tot en met februari 2011. De toepasselijke salarisschaal voor de voorzitter en de andere leden is 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter en de andere leden is 9/36 respectievelijk 7/36.
2. De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.
Artikel 8
1.
De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. a. de kosten voor vergaderingen, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor publicatie van rapportages.
2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.
Artikel 9
De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.
Artikel 10
Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.
Artikel 11
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 12
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 november 2010.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2012.
Artikel 13
Dit besluit kan worden aangehaald als: Instellingsbesluit commissie NLQF-EQF.