40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Commissie onderzoek uithuisplaatsingen in relatie tot de toeslagenaffaire | BWBR0047840 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-02-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0047840 | Instellingsbesluit Commissie onderzoek uithuisplaatsingen in relatie tot de toeslagenaffaire |
Instellingsbesluit Commissie onderzoek uithuisplaatsingen in relatie tot de toeslagenaffaire
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
* de minister: * de Minister voor Rechtsbescherming
b. b.
* de staatssecretarissen: * de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris Financiën – Toeslagen en Douane;
c. c.
* commissie: * de commissie, bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
1. Er is een Commissie onderzoek uithuisplaatsingen in relatie tot de toeslagenaffaire.
2.
De commissie heeft tot taak onderzoek te doen naar:
a. a. de samenhang van factoren die speelden bij gedupeerde gezinnen die te maken kregen met een uithuisplaating. b. b. de effecten van de samenloop tussen de toeslagenaffaire en de uithuisplaatsing op het leven van de gedupeerde gezinnen, en in het bijzonder de mate waarin het contact tussen ouders en kinderen is beïnvloed. c. c. de rol van de overheid en overige betrokken instanties.
3. De commissie is bevoegd om binnen haar taak bedoeld in het tweede lid, gedurende het onderzoek vragen te formuleren en deze te onderzoeken en beantwoorden, indien zij dat dienstig acht aan haar opdracht.
Artikel 3
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en zes andere leden.
2. De voorzitter en de leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
3. De voorzitter wordt door de minister en staatssecretarissen benoemd, de andere leden worden op voordracht van de voorzitter door de minister en de staatssecretarissen benoemd.
4. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.
5. Bij tussentijds vertrek van een lid kunnen de minister en de staatssecretarissen op voordracht van de voorzitter onderscheidenlijk de resterende leden een ander lid dan wel een andere voorzitter benoemen.
6. De voorzitter en overige leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de minister en de staatssecretarissen.
Artikel 4
De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 februari 2023 en wordt opgeheven per 1 april 2025.
Artikel 5
Met ingang van 1 februari 2023 tot 1 april 2025 lid van de commissie benoemd:
a. a. Mariëtte Hamer, tevens voorzitter b. b. Sonja de Pauw-Gerlings c. c. Majone Steketee d. d. Mark van Twist e. e. Peter Dijkshoorn f. f. Sabrina Harbers g. g. Benito Walker.
Artikel 6
1. De commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door een (extern) secretariaat, met aan het hoofd de secretaris van de commissie.
2. De voorzitter van de commissie benoemt de secretaris en de leden van het secretariaat.
3. De minister en staatssecretarissen dragen, op verzoek van de voorzitter, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.
4. Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.
5. Aan het secretariaat kunnen medewerkers worden toegevoegd.
6. De secretaris en de medewerkers van het secretariaat zijn geen lid van de commissie.
Artikel 7
1. De commissie bepaalt zelf haar werkwijze.
2. De commissie en de minister en de staatsecretarissen leggen in een protocol vast op welke wijze informatie wordt verstrekt en de vertrouwelijkheid daarvan wordt geborgd, op welke wijze personen worden gehoord en daarvan verslag wordt gedaan en hoe in het kader van hoor en wederhoor, bevindingen worden voorgelegd aan personen of instanties die door deze bevindingen worden geraakt of die daartegen bedenkingen zouden kunnen hebben.
3. De voorzitter van de commissie ondertekent het protocol namens de commissie.
4. De commissie verantwoordt haar werkwijze in het eindrapport.
5. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
Artikel 8
1. De leden van de commissie zijn, na overleg met de voorzitter, bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.
2. De commissie zal zich over de aan haar geboden medewerking verantwoorden in haar eindrapport.
Artikel 9
1. Aan de voorzitter kan een vaste vergoeding per maand worden toegekend overeenkomstig het maximum van salarisschaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, vermenigvuldigd met een arbeidsduurfactor van 8/36.
2. Aan de andere leden kan een vaste vergoeding per maand worden toegekend overeenkomstig het maximum van salarisschaal 17 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, vermenigvuldigd met een arbeidsduurfactor van 4/36.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt geen vergoeding verstrekt aan leden die op grond van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies zijn uitgesloten van een vergoeding.
Artikel 10
1.
De kosten van de commissie komen, voor zover op basis van een goedgekeurde kostenraming, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen, huisvesting en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor oplevering van het rapport.
2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een raming aan de minister en staatssecretarissen aan.
3. De commissie voert een eigen financiële administratie en levert een financieel overzicht op.
4. De commissie laat een accountantscontrole uitvoeren over het financieel overzicht.
Artikel 11
De commissie verricht haar werkzaamheden op een locatie buiten het Ministerie van Justitie en Veiligheid, het Ministerie van VWS en het Ministerie van Financiën.
Artikel 12
1. De commissie brengt vóór 1 april 2025 haar eindrapport uit aan de minister en staatssecretarissen.
2. Indien de commissie daartoe aanleiding ziet in de bevindingen van het onderzoek, doet zij tussentijds verslag aan de minister en de staatssecretarissen.
3. Indien onvoorziene omstandigheden naar het oordeel van de commissie in de weg staan aan het tijdig uitbrengen van het rapport, dan stelt zij de minister en de staatssecretarissen daarvan onverwijld op de hoogte.
4. De minister en de staatssecretarissen beslissen over de eventuele verlenging van de termijn bedoeld in het eerste lid en brengt de commissie daarvan schriftelijk op de hoogte.
Artikel 13
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister en staatssecretarissen uitgebracht of overgedragen.
Artikel 14
1. De archiefbescheiden van de commissie worden na het beëindigen van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
2. Het beheer vindt plaats met inachtneming van de door de commissie in haar protocol aangegeven vertrouwelijkheid, waarover de commissie nadere afspraken met het Ministerie van Justitie en Veiligheid maakt.
Artikel 15
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 2023
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 april 2025.
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie onderzoek uithuisplaatsingen in relatie tot de toeslagenaffaire.