rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-commissie-sociaal-minimum/BWBR0046938
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Commissie sociaal minimum BWBR0046938 ministeriele-regeling geldend 2022-07-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0046938 Instellingsbesluit Commissie sociaal minimum

Instellingsbesluit Commissie sociaal minimum

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaand onder:

a. a.

    *de Minister:* de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;

b. b.

    *de Commissie:* de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

1. Er is een Commissie sociaal minimum.

2.

De Commissie heeft tot taak om onderzoek te doen naar

a. a. wat een aantal huishoudtypes nodig heeft om rond te komen en om mee te kunnen doen aan de maatschappij, en b. b. de systematiek van het sociaal minimum, inclusief mogelijke scenarios hoe de systematiek beter kan aansluiten op wat een aantal huishoudtypes nodig heeft om rond te komen.

3. De Commissie rapporteert over haar bevindingen.

Artikel 4

1. De Commissie wordt ingesteld met ingang van 1 juli en brengt haar eindrapport uit voor 19 september 2023 aan de Minister.

2. Na het uitbrengen van het eindrapport wordt de Commissie opgeheven.

3. Nadat de commissie is opgeheven kan de voorzitter nog worden verzocht om namens de commissie een toelichting te geven op het eindrapport.

Artikel 5

1. De commissie bestaat uit een voorzitter en elf leden.

2.

Tot lid van de Commissie worden benoemd:

a. a. Prof. dr. G.B.M. Engbersen (tevens voorzitter) b. b. Mr. F. Koşer Kaya c. c. E. Barendregt MSc d. d. A. Bartelds MCM e. e. S. Berk f. f. Prof. dr. C.L.J. Caminada g. g. Dr. N. Jungmann h. h. Drs. P. Klaassen i. i. Drs. M. Olde Monnikhof j. j. Prof. mr. dr. W.L. Roozendaal k. k. Dr. A. Vliegenthart

3. De benoeming geldt voor de duur van de Commissie.

4. Bij tussentijds vertrek van de voorzitter of een lid kan de Minister een andere voorzitter of ander lid benoemen.

5. De voorzitter en overige leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de Minister.

Artikel 6

1. De Commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

2. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de Commissie.

3. In het secretariaat wordt voorzien door de Minister.

Artikel 7

1. Aan de voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18 van de Bijlage bij Akkoord over CAO Rijk (1 januari 2021 tot en met 31 maart 2022) en de arbeidsduurfactor op in gedeelte van werkweek in breuk 8/36.

2. Aan de andere leden wordt, indien zij daarvan gebruik wensen te maken, en indien zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, een vaste vergoeding per vergadering toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18 van de Bijlage bij Akkoord over CAO Rijk (1 januari 2021 tot en met 31 maart 2022).

3.

De volgende leden worden op grond van genoemde uitzondering in lid 2 uitgesloten van het recht op een vergoeding:

a. a. Drs. P. Klaassen b. b. Drs. M. Olde Monnikhof

Artikel 8

1. De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De Commissie kan zich op onderdelen laten bijstaan door personen van zowel binnen als buiten de overheid, van wie de deskundige bijdrage van belang kan zijn voor het onderzoek.

3. De Commissie verantwoordt haar werkwijze in het eindrapport.

Artikel 9

1. De kosten van de commissie worden, voor zover goedgekeurd, gefinancierd door de Minister.

2.

Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor oplevering van het rapport.

Artikel 10

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.

Artikel 11

De archiefbescheiden van de commissie worden na haar opheffing overgebracht naar het archief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 juli, en vervalt vier weken na het uitbrengen van het advies.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie sociaal minimum.