rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-knaw/BWBR0042568
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Evaluatiecommissie KNAW BWBR0042568 ministeriele-regeling geldend 2019-09-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0042568 Instellingsbesluit Evaluatiecommissie KNAW

Instellingsbesluit Evaluatiecommissie KNAW

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

    *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
    *commissie:* commissie, bedoeld in artikel 2;
    *KNAW:* Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Artikel 2

1. Er is een Evaluatiecommissie KNAW.

2. De commissie heeft tot taak de KNAW te evalueren aan de hand van de in de toelichting bij dit besluit geformuleerde vragen. Bij het uitvoeren van deze evaluatie wordt ook de eigen evaluatie van de KNAW door de commissie betrokken.

Artikel 3

De commissie wordt ingesteld voor de periode van 1 september 2019 tot 1 april 2020.

Artikel 4

1.

Voor instellingsduur van de commissie worden tot lid van de commissie benoemd:

dr. K. Dittrich, tevens voorzitter; prof. dr. W. van Gunsteren; drs. L. Ter Braak; en prof. dr. K.I. van Oudenhoven-van der Zee.

2. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een vervanger benoemen.

3. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, ter beschikking gesteld door Technopolis BV. De secretaris is geen lid van de commissie.

Artikel 5

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder op persoonlijke titel ambtelijke deskundigen.

Artikel 6

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 7

De commissie brengt vóór 1 april 2020 haar eindrapport uit aan de minister.

Artikel 8

1. De voorzitter en de andere leden ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van art. 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en hiermee niet het in art. 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag overschrijden.

2. De vergoeding per vergadering van de leden bedraagt maximaal 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt maximaal 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.

Artikel 9

1.

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en de kosten voor publicatie van rapportages.

2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.

Artikel 10

De commissie biedt de minister gelijktijdig met het eindrapport een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest.

Artikel 11

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.

Artikel 12

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Organisatie en Bedrijfsvoering van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 13

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2019.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Evaluatiecommissie KNAW.