rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-nwo/BWBR0032077
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Evaluatiecommissie NWO BWBR0032077 ministeriele-regeling geldend 2012-10-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0032077 Instellingsbesluit Evaluatiecommissie NWO

Instellingsbesluit Evaluatiecommissie NWO

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. b.

    *commissie:* commissie als bedoeld in artikel 2; en

c. c.

    *NWO:* Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.

Artikel 2

1. Er is een Evaluatiecommissie NWO.

2.

De commissie heeft tot taak het evalueren van:

a. a. Zie toelichting. b. b. Bij deze evaluatie wordt de zelfevaluatie van NWO en de evaluatie van de Vernieuwingsimpuls mede door de evaluatiecommissie NWO in beschouwing genomen.

Artikel 3

De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 augustus 2012 en wordt opgeheven per 1 april 2013.

Artikel 4

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.

Artikel 5

1.

Tot leden van de commissie worden benoemd:

a. a. Prof. dr. J.C. Stoof, tevens voorzitter, b. b. Prof. dr. D.C. van den Boom, c. c. Prof. dr. Ing. M. Kleiner, d. d. Prof. dr. E.M. Meijer e. e. Prof. Dr. D.B. Dingwell f. f. Prof. Dr. H.W. van den Doel

2. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, aan te wijzen door de minister. De secretaris is geen lid van de commissie.

3. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een vervanger benoemen.

Artikel 6

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen.

Artikel 7

De commissie brengt vóór 1 april 2013 haar eindrapport uit aan de minister.

Artikel 8

1. De voorzitter en andere leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen per vergadering een vergoeding.

2. De vergoeding per vergadering van de leden van de commissie bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.

4. De voorzitter en andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

5. Twee of meer vergaderingen op dezelfde dag worden als één vergadering aangemerkt.

Artikel 9

1.

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning; b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek; en c. c. de kosten voor publicatie van rapportages.

2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.

Artikel 10

De commissie biedt de minister vóór 1 oktober 2013 een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode dat de commissie werkzaam is geweest. Desgewenst kan de commissie het eindverslag gelijktijdig met het eindrapport indienen.

Artikel 11

Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.

Artikel 12

De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom.

Artikel 13

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 augustus 2012.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Evaluatiecommissie NWO