rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-evaluatiecommissie-stad-en-milieu/BWBR0011697
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Stad en Milieu BWBR0011697 ministeriele-regeling geldend 2000-10-22 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011697 Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Stad en Milieu

Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Stad en Milieu

Artikel 1

Van 1 augustus 2000 tot 1 januari 2005 wordt ingesteld de Evaluatiecommissie Stad en Milieu (ECS&M), verder te noemen: de commissie.

Artikel 2

1. De commissie heeft tot taak de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer - verder te noemen: de Minister - te adviseren met betrekking tot de inhoud van de ingevolge artikel 14, tweede lid, van de Experimentenwet Stad en Milieu aan de Staten-Generaal uit te brengen verslagen over de doeltreffendheid en de effecten van de Experimentenwet Stad en Milieu - verder te noemen: de wet - in de praktijk. Bij het advies met betrekking tot de inhoud van het verslag dat binnen zes jaar na inwerkingtreding van de wet aan de Staten-Generaal zal worden uitgebracht, betrekt de commissie in ieder geval de werkingsduur van de wet en de gevolgen daarvan.

2. Voorts kan de commissie - op eigen initiatief of op verzoek van de Minister - de Minister adviseren over mogelijkheden tot verbetering van het beleid of de regelgeving op het terrein van milieubeheer, ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, verbandhoudende met de onderwerpen van de wet.

3. Met het oog op het uitoefenen van haar taak stelt de commissie, in overeenstemming met de Minister, een werkplan vast. Het eerste werkplan wordt uiterlijk op 1 november 2000 vastgesteld. Het tweede werkplan wordt uiterlijk op 1 juli 2002 vastgesteld.

4. De commissie stelt het werkplan vast in overeenstemming met de Minister.

5. De commissie kan te allen tijde, met instemming van de Minister, besluiten een werkplan te wijzigen, indien hiervoor gegronde redenen bestaan.

Artikel 3

1. De commissie draagt er zorg voor, dat de bij de toepassing van de wet betrokken bestuursorganen, instellingen, bewoners en belangenorganisaties in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze kenbaar te maken over de door de commissie uit te brengen adviezen.

2. De commissie bepaalt naar eigen inzicht op welke wijze de in het tweede lid bedoelde betrokken, bestuursorganen, instellingen, bewoners en belangenorganisaties hun zienswijze kenbaar kunnen maken.

Artikel 4

De voor een goede taakvervulling van de commissie noodzakelijk geachte kosten komen ten laste van de begroting van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Voor het gebruikmaken van de diensten van derden alsmede voor de apparaatskosten krijgt de commissie een budget ter beschikking gesteld.

Artikel 5

1. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

2. De bescheiden worden bij opheffing van de commissie in het Centraal Archief van dit ministerie opgenomen.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening in de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2000.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Evaluatiecommissie Stad en Milieu.

Dit besluit en de daarbij behorende toelichting zullen worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en in afschrift worden gezonden aan de voorzitter van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de Algemene Rekenkamer.