rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-onafhankelijke-toetsingscommissie-onderwijs-bewijs/BWBR0025622
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Onafhankelijke Toetsingscommissie Onderwijs Bewijs BWBR0025622 ministeriele-regeling geldend 2009-04-05 https://wetten.overheid.nl/BWBR0025622 Instellingsbesluit Onafhankelijke Toetsingscommissie Onderwijs Bewijs

Instellingsbesluit Onafhankelijke Toetsingscommissie Onderwijs Bewijs

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *ministers:* de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Financiën;

b. b.

    *actieprogramma Onderwijs Bewijs:* een Europese aanbesteding in de vorm van een prijsvraag, wat voor de winnaars leidt tot een opdracht tot het uitvoeren van het ingediende onderzoeksvoorstel.

c. c.

    *commissie:* de Onafhankelijke toetsingscommissie Onderwijs Bewijs, bedoeld in artikel 2;

d. d.

    *stuurgroep:* een stuurgroep, bestaande uit de vertegenwoordigers van de ministers.

Artikel 2

1. Er is een Onafhankelijke toetsingscommissie Onderwijs Bewijs.

2.

De commissie heeft tot taak:

a. a. de ministers te adviseren omtrent de verlening van opdrachten in het kader van het actieprogramma; b. b. de indieners van projectvoorstellen te beoordelen op basis van de door de ministers vastgestelde selectiecriteria; c. c. de in het kader van het actieprogramma ingediende projectvoorstellen te beoordelen op basis van de door de ministers vastgestelde gunningcriteria; d. d. op te treden als jury in de gevallen waarin de ministers een prijsvraag in het kader van het actieprogramma hebben uitgeschreven; e. e. de ministers desgevraagd te adviseren over de toewijzing van het voor het actieprogramma beschikbare budget aan elk van de themas.

Artikel 3

1.

De commissie bestaat uit:

a. a. een voorzitter, tevens lid, b. b. één lid per aan het actieprogramma verbonden onderwijssector, die deskundig is in de betreffende sector, en c. c. twee leden met een staat van dienst in wetenschappelijk onderzoek.

2. De leden zijn geen ambtenaren, werkzaam bij de bij het actieprogramma aangesloten ministeries.

3. De leden worden benoemd en ontslagen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en Minister van Financiën.

Artikel 4

1. De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 juli 2008 en wordt opgeheven per 1 juli 2009.

2. De periode, bedoeld in het eerste lid, kan met ten hoogste twee jaar worden verlengd.

Artikel 5

1.

Tot leden van de commissie worden benoemd:

a. a. de heer R. Dijkgraaf, tevens voorzitter, b. b. mevrouw P. Meurs, c. c. mevrouw A. Thomassen, d. d. de heer J. van de Logt, e. e. De heer J. Peschar.

2.

De commissie wordt bijgestaan door:

a. a. Een adviserend lid, mevrouw V. Pieterman, werkzaam bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. b. een secretaris, werkzaam bij AgentschapNL, die in overleg met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt aangewezen.

De secretaris is geen lid van de commissie.

3. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

Artikel 6

De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

Artikel 7

Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien hij een persoonlijk belang heeft bij het advies.

Artikel 8

De ministers kunnen gezamenlijk een deskundige aanwijzen, die het recht heeft de vergaderingen van de commissie bij te wonen.

Artikel 9

De commissie verstrekt aan elk van de ministers desgevraagd de voor de verlening van opdrachten gewenste inlichtingen.

Artikel 10

1. De commissie stelt jaarlijks uiterlijk in oktober een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen jaar. Dit verslag gaat over de periode julijuni.

2. Op verzoek van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling.

3. Het jaarverslag en, indien gevraagd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het evaluatieverslag worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de ministers uitgebracht.

Artikel 11

1. De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vaste vergoeding per jaar. De toepasselijke salarisschaal voor de voorzitter en de andere leden is schaal 18, nr. 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor voor de voorzitter is 130 werkuren per jaar, voor het in artikel 5.1 onder e genoemde lid 178 werkuren per jaar en voor de overige leden 120 werkuren per jaar.

2. De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

Artikel 12

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 13

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2008.

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Onafhankelijke Toetsingscommissie Onderwijs Bewijs.