rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-platform-onderwijs-2032/BWBR0036542
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Platform Onderwijs 2032 BWBR0036542 ministeriele-regeling geldend 2015-04-22 https://wetten.overheid.nl/BWBR0036542 Instellingsbesluit Platform Onderwijs 2032

Instellingsbesluit Platform Onderwijs 2032

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. b.

    *platform:* Platform Onderwijs 2032, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

1. Er is een Platform Onderwijs 2032.

2.

Het platform heeft tot taak:

a. a. Op basis van een breed maatschappelijk debat tot een gedragen visie op een toekomstgericht curriculum voor het primair en voortgezet onderwijs kunnen komen. b. b. Deze visie te verwoorden in een eindadvies aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan te bieden. Het eindadvies geeft op hoofdlijnen antwoord op de volgende vragen:

        1.
        Welke gebieden van kennis en vaardigheden vormen onderdeel van een evenwichtig en toekomstgericht curriculum?
      
      
        2.
        Gezien de schaarse ruimte binnen het curriculum, welke kennis en vaardigheden zouden minder aandacht kunnen krijgen?
      
      
        3.
        Welke kennisgebieden en vaardigheden komen nu onvoldoende aan bod in het curriculum?
      
      
        4.
        Welke algemene ontwerpprincipes voor een vernieuwd curriculum zijn te benoemen?
    1.   Welke gebieden van kennis en vaardigheden vormen onderdeel van een evenwichtig en toekomstgericht curriculum?
      
    1.   Gezien de schaarse ruimte binnen het curriculum, welke kennis en vaardigheden zouden minder aandacht kunnen krijgen?
      
    1.   Welke kennisgebieden en vaardigheden komen nu onvoldoende aan bod in het curriculum?
      
    1.   Welke algemene ontwerpprincipes voor een vernieuwd curriculum zijn te benoemen?
      

c. c. Bij de beantwoording van deze vragen worden de volgende drie perspectieven belicht:

        1.
        Welke kennis en vaardigheden zijn nodig om ervoor te zorgen dat leerlingen optimaal worden voorbereid op het vervolgonderwijs en de toekomstige arbeidsmarkt?
      
      
        2.
        Welke kennis en vaardigheden zijn nodig om ervoor te zorgen dat leerlingen volwaardig leren participeren in een pluriforme democratische samenleving en welke waarden liggen hieraan ten grondslag?
      
      
        3.
        Welke bijdrage kan het onderwijs leveren aan persoonsvorming en talentontwikkeling en hoe kan dit tot uitdrukking komen in het curriculum?
    1.   Welke kennis en vaardigheden zijn nodig om ervoor te zorgen dat leerlingen optimaal worden voorbereid op het vervolgonderwijs en de toekomstige arbeidsmarkt?
      
    1.   Welke kennis en vaardigheden zijn nodig om ervoor te zorgen dat leerlingen volwaardig leren participeren in een pluriforme democratische samenleving en welke waarden liggen hieraan ten grondslag?
      
    1.   Welke bijdrage kan het onderwijs leveren aan persoonsvorming en talentontwikkeling en hoe kan dit tot uitdrukking komen in het curriculum?
      

d. d. In de maatschappelijke dialoog de inbreng en betrokkenheid van jongeren te faciliteren door de inrichting van een jongerenforum.

Artikel 3

1. Het platform bestaat uit een voorzitter en zeven andere leden.

2. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.

3. De benoeming geschiedt voor de periode tot en met 31 december 2015.

4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.

5. De voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de minister.

Artikel 4

Het platform wordt ingesteld met terugwerkende kracht tot en met 31 januari 2015 en wordt opgeheven per 31 december 2015.

Artikel 5

1. Het platform wordt ondersteund door een secretariaat.

2. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van het platform.

3. In het secretariaat wordt voorzien door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 6

1. Het platform stelt haar eigen werkwijze vast.

2. Het platform kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 7

Het platform verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 8

Het platform brengt in het najaar van 2015 haar eindrapport uit aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 9

1.

De kosten van het platform komen, voor zover goedgekeurd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, c. c. de kosten voor het organiseren van de maatschappelijke dialoog via online en offline communicatie, en d. d. de kosten voor publicatie van rapportages.

2. Het platform biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.

Artikel 10

Het platform biedt de minister vóór 1 januari 2016 een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin het platform werkzaam is geweest. Desgewenst kan het platform het eindverslag gelijktijdig met het eindrapport indienen.

Artikel 11

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens het platform worden vervaardigd of vergaard, worden alleen in overleg met de minister openbaar gemaakt.

Artikel 12

Het platform draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan de directie FMICT van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 13

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 31 januari 2015.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2016.

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Platform Onderwijs 2032.