rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-reviewcommissie-hoger-onderwijs-en-onderzoek/BWBR0031358
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Reviewcommissie hoger onderwijs en onderzoek BWBR0031358 ministeriele-regeling geldend 2012-03-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0031358 Instellingsbesluit Reviewcommissie hoger onderwijs en onderzoek

Instellingsbesluit Reviewcommissie hoger onderwijs en onderzoek

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *wet:* de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

b. b.

    *minister:* de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor zover het instellingen met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving betreft, de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

c. c.

    *reviewcommissie:* de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

Er is een Reviewcommissie hoger onderwijs en onderzoek.

Artikel 3

De commissie heeft tot taak:

    1. Het uitbrengen van advies aan de minister over:

      a.
      de voorstellen van individuele instellingen voor hoger onderwijs terzake van kwaliteit/studiesucces, profilering en valorisatie, zoals vast te leggen in een met elke individuele instelling te maken prestatieafspraak, en
      
      
      b.
      de toekenning van een selectief budget voor profilering en zwaartepuntvorming aan individuele instellingen.
      

a. a. de voorstellen van individuele instellingen voor hoger onderwijs terzake van kwaliteit/studiesucces, profilering en valorisatie, zoals vast te leggen in een met elke individuele instelling te maken prestatieafspraak, en b. b. de toekenning van een selectief budget voor profilering en zwaartepuntvorming aan individuele instellingen. 2. 2. Het uitbrengen van advies aan de minister over de door de HBO-raad en VSNU op te stellen voortgangsrapportages over profilering. 3. 3. Het jaarlijks opstellen van een monitorrapport over de voortgang van het proces van profilering in het hoger onderwijs en onderzoek, en het opstellen van een mid-term-review in december 2014 over de wijze waarop de individuele instellingen die middelen uit het selectieve budget hebben ontvangen, uitvoering geven aan hun plannen. 4. 4. Het opstellen van een eindevaluatie over de wijze waarop de bekostiging op kwaliteit/profiel vorm is gegeven en het uitbrengen van een advies aan de minister voor het vervolgproces na 2016.

Artikel 4

De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 januari 2012 en wordt opgeheven per 31 december 2016.

Artikel 5

1.

Tot leden van de commissie worden benoemd:

a. a. Prof. dr. F.A. van Vught, tevens voorzitter; b. b. Mr. O.G. Brouwer; c. c. De heer J. Kamminga; d. d. Mevrouw prof. dr. H. Maassen van den Brink; e. e. Prof. dr. A.C. Nieuwenhuijzen Kruseman.

2. De leden van de commissie nemen deel aan de beraadslagingen en besluitvorming zonder last of ruggespraak.

3. De commissie wordt bijgestaan door een secretariaat. De leden van het secretariaat zijn geen lid van de commissie.

4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.

Artikel 6

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. Het kan daarbij gaan om experts op de relevante onderwerpen, inclusief, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen.

Artikel 7

1. De leden van de commissie ontvangen een vaste vergoeding per maand op grond van artikel 4 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies.

2. De leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

Artikel 8

1.

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële en inhoudelijke ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor publicatie van rapportages.

Artikel 9

De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.

Artikel 10

De commissie biedt de minister jaarlijks een verslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van het voorafgaande jaar.

Artikel 11

Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht. Rapporten, notities, verslagen en andere producten die betrekking hebben op instellingen die opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving verzorgen, worden uitgebracht aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Artikel 12

De leden van de commissie werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom.

Artikel 13

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie FM&ICT van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 juni 2017.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Reviewcommissie hoger onderwijs en onderzoek.