40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Tijdelijke onderzoekscommissie inkoop en aanbesteding politie | BWBR0036562 | ministeriele-regeling | geldend | 2015-05-05 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0036562 | Instellingsbesluit Tijdelijke onderzoekscommissie inkoop en aanbesteding politie |
Instellingsbesluit Tijdelijke onderzoekscommissie inkoop en aanbesteding politie
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister van Veiligheid en Justitie;
b. b.
*commissie:* commissie, bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
1. Er is een Commissie integriteit inkoop en aanbestedingen politie.
2.
De commissie heeft tot taak:
a. a. het verzamelen en inventariseren van meldingen inzake mogelijke integriteitsschendingen met betrekking tot inkoopprocedures en aanbestedingen door de politie; b. b. het zo nodig inwinnen van nadere inlichtingen naar aanleiding van deze meldingen; c. c. het beoordelen in hoeverre de meldingen aanleiding geven tot enigerlei vervolgprocedure; d. d. het adviseren van de minister en de korpsleiding over eventueel te nemen maatregelen.
Artikel 3
1. De commissie bestaat uit tenminste twee en ten hoogste vijf leden, waaronder een voorzitter.
2. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
3. De voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de minister.
Artikel 4
De commissie wordt ingesteld voor de duur van één jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
Artikel 5
Met ingang van 1 mei 2015 worden voor de periode van 1 mei 2015 tot 1 mei 2016 tot lid van de commissie benoemd:
a. a. de heer drs. A.H.M. de Jong, tevens voorzitter; b. b. de heer prof. mr. dr. H.D. van Romburgh.
Artikel 6
1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.
2. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.
3. In het secretariaat wordt voorzien door de minister.
4. De minister draagt, na overleg met de commissie, zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van de werkzaamheden van de commissie.
Artikel 7
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2. De commissie kan zich, na toestemming van de minister, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
3. De commissie stelt een protocol vast over de wijze waarop zij inlichtingen inwint, waaronder in ieder geval over de wijze waarop de commissie meldingen ontvangt en in behandeling neemt, de wijze waarop zij personen hoort en daarvan verslag doet.
Artikel 8
De leden van de commissie zijn bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de taken van de commissie.
Artikel 9
Ambtenaren van politie zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak.
Artikel 10
De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 11
De commissie brengt vóór 1 mei 2016 een eindrapport uit aan de minister.
De commissie verstrekt de korpschef een afschrift van haar eindrapport.
Artikel 12
1. De voorzitter en de andere leden alsmede personen als bedoeld in artikel 7, die de commissie bijstaan ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en hiermee niet het in artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag overschrijden.
2. De vergoeding per vergadering van de leden, alsmede personen als bedoeld in artikel 7 bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 120% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.
Artikel 13
1.
De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor publicatie van rapportages.
2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.
Artikel 14
De commissie biedt de minister vóór 1 mei 2016 een (eind)verslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest. Desgewenst kan de commissie het eindverslag gelijktijdig met het eindrapport indienen.
Artikel 15
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.
Artikel 16
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Directoraat-generaal Politie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel 17
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2015.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 mei 2016.
Artikel 18
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Tijdelijke onderzoekscommissie inkoop en aanbesteding politie.