rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-visitatiecommissie-emancipatie/BWBR0016915
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Visitatiecommissie emancipatie BWBR0016915 ministeriele-regeling geldend 2004-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016915 Instellingsbesluit Visitatiecommissie emancipatie

Instellingsbesluit Visitatiecommissie emancipatie

Artikel 1

Er is een Visitatiecommissie emancipatie, hierna te noemen: de commissie.

Artikel 2

De commissie heeft tot taak:

a. a. het toetsen van de integratie van het man/vrouw-perspectief in beleidsontwerp en beleidsuitvoering; b. b. het inzicht geven aan de verantwoordelijke bewindspersonen in verbeteringsmogelijkheden en het aanwijzen van de beleidsdomeinen die bij voorrang extra aandacht behoeven; c. c. het in kaart brengen van goede voorbeelden en deze ter beschikking stellen aan bewindspersonen; d. d. het inzicht geven in de algehele voortgang van de uitvoering van de gender mainstreaming en het zonodig doen van voorstellen tot bijstelling daarvan aan de coördinerend bewindspersoon voor emancipatie.

Artikel 3

1. De bewindspersonen stellen de commissie in kennis van de wijze waarop het man/vrouw-perspectief verankerd is in beleidsontwerp en beleidsuitvoering, en van de beleidsvoornemens die het man/vrouw-perspectief in belangrijke mate raken.

2. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot de betrokken bewindspersonen.

Artikel 4

1.

De commissie bestaat uit:

a. a. een voorzitter; b. b. zes leden; c. c. een vertegenwoordiger van het Sociaal en Cultureel Planbureau; deze heeft een adviserende stem; d. d. een secretaris; deze heeft een adviserende stem.

2. De commissie benoemt uit de leden, bedoeld in het eerste lid, onder b, een plaatsvervangend voorzitter.

3. De commissie regelt zelf haar werkwijze en die van het secretariaat.

4. Het beheer van de archiefbescheiden van de commissie geschiedt op een wijze die overeenstemt met die van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze archiefbescheiden worden na de beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgenomen in het archief van genoemd ministerie.

Artikel 5

1. De in artikel 4, eerste lid, onder a, b en d, bedoelde personen worden benoemd door de coördinerend bewindspersoon voor het emancipatiebeleid.

2. De in artikel 4, eerste lid, onder c, bedoelde persoon wordt benoemd door de coördinerend bewindspersoon voor het emancipatiebeleid, op voordracht van de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Artikel 6

1. De coördinerend bewindspersoon voor het emancipatiebeleid reserveert ten behoeve van de commissie jaarlijks een budget op grond van een door de commissie op te stellen meerjarenbegroting. Genoemde bewindspersoon ontvangt de meerjarenbegroting voor de periode 2004 tot en met 2007 uiterlijk 15 september 2004, alsmede een werkplan voor deze periode.

2. De in het eerste lid genoemde meerjarenbegroting en het werkplan worden jaarlijks geactualiseerd. De in het eerste lid genoemde bewindspersoon ontvangt de geactualiseerde meerjarenbegroting en het geactualiseerde werkplan tezamen met de begroting voor het komende kalenderjaar telkens uiterlijk 1 juni van het voorafgaande jaar.

3. De commissie legt verantwoording af aan de coördinerend bewindspersoon voor het emancipatiebeleid via jaarlijkse rapportages en een eindrapportage. Genoemde bewindspersoon ontvangt de jaarlijkse rapportages uiterlijk 1 maart van ieder kalenderjaar en de eindrapportage uiterlijk 1 november 2006.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2008.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Visitatiecommissie emancipatie.